Tweede Feministische Golf

Afbeelding bij Tweede Feministische Golf

Tweede Feministische Golf

Het begin van de tweede feministische golf werd in ons land min of meer ingeluid met de Nederlandse vertaling in 1965 van het boek De tweede sekse van Simone de Beauvoir (1908-1986). Het boek was al in 1949 verschenen, maar vond nu pas weerklank in ons land.
De thema’s van de tweede feministische golf overlappen deels met die van de eerste. Arbeid, politiek en onderwijs stonden weer centraal, omdat op deze terreinen te weinig was bereikt. Slechts 16 procent van de vrouwen had een betaalde baan, er was nauwelijks kinderopvang, vrouwen verdienden minder dan mannen. Ook deden meisjes het minder goed op school dan jongens: de boodschap was dat vrouwen niet voor een carrière hoefden te werken omdat ze toch zouden trouwen. Ook in de politiek waren er maar weinig vrouwen. Zo was hooguit 15 procent van de Tweede Kamerleden vrouw.

Nieuwe strijdpunten in de tweede feministische golf waren seksualiteit, huwelijk en gezin. Vrouwen draaiden alleen op voor het huishoudelijk werk, en vochten nu voor herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid. Ook voerden vrouwen strijd voor het recht op abortus, onder het motto ‘baas in eigen buik’. En ze streden tegen de dubbele moraal op seksueel gebied, die van vrouwen kuisheid eiste terwijl een man met veel relaties juist aan aanzien won.

Er zijn binnen de tweede feministische golf twee hoofdstromingen te onderscheiden. Een groep vond dat vrouwen niet met mannen (de onderdrukker) hoorden samen te werken. Een andere groep vond juist dat vrouwen zich een plek moesten veroveren in de bestaande manneninstituties, om vanbinnenuit veranderingen te bewerkstelligen. Verschil was er ook tussen vrouwen die vonden dat feministische activiteiten niet betaald hoorden te worden, en feministes die zeiden dat het voor de economische zelfstandigheid van vrouwen juist goed was om geld te verdienen.



Joke Kool Smit

Belangrijke data uit de tweede feministiche golf

1967: Joke Kool-Smit (zie foto) publiceert in november in het tijdschrift De Gids het artikel Het onbehagen van de vrouw. In dit artikel verklaart ze de achterstand van Nederlandse vrouwen door de dubbele boodschap waarmee deze worden opgezadeld. Enerzijds moeten ze zich voorbereiden op een maatschappelijk bestaan, anderzijds worden ze van jongs af aan doordrongen van het feit dat ze geen rol in die maatschappij zullen spelen en dat hun eindbesteming het huwelijk en moederschap zal zijn. Als oplossing pleitte Joke Kool-Smit voor algemene arbeidstijdverkorting. Daardoor zou het ‘voor echtparen gemakkelijker zijn kinderen te combineren met een volwaardige werkkring’. Dit artikel zette de emancipatie van de vrouw op de politieke agenda. Het principe van herverdeling van betaald en onbetaald werk zou een centraal punt worden in het feminisme van de tweede golf. Meer Joke Kool Smit

1968: Op 26 oktober wordt Man Vrouw Maatschappij opgericht, de eerste organisatie van de tweede feministische golf in Nederland. Ook mannen konden lid zijn. Joke Smit was voorzitter, vice-voorzitters waren Hedy d’Ancona en hoogleraar economie Henk Misset. MVM oefende druk uit op politieke en maatschappelijke organisaties om rolpatronen te doorbreken en vrouwen gelijk recht te geven op ontwikkelingskansen en betaald werk.

1969: In december wordt de actiegroep Dolle Mina in het leven geroepen. Deze actiegroep van vrouwen die bekend is geworden door vaak ludieke acties als het nafluiten van mannen op straat, de verbrancing van een korset bij het standbeeld van Wilhelmina Drucker in Amsterdam en de actie ‘Baas in Eigen Buik’, waarmee het zelfbeschikkingsrecht voor vrouwen inzake abortus werd geëist. Rond 1977 stierf Dolle Mina een stille dood.

1971: Nu pas wordt uit de huwelijkswet de bepaling geschrapt dat de man ‘hoofd van de echtvereniging’ is.

1972: Met de oprichting van de actiegroep Paarse September doet het radicaal feminisme zijn intrede in Nederland. Hoofdkenmerk van deze stroming binnen het feminisme is dat wordt uitgegaan van een mannenheerschappij die vrouwen onderdrukt. In dat kader werd de ‘heteronorm’ ter discussie gesteld, omdat deze een belangrijk wapen zou zijn bij het instandhouden van ongelijke machtverhoudingen tussen de seksen. Je gaat niet met je onderdrukker naar bed, luidde het credo. En lesbisch zijn werd een politieke keuze. De boodschap van het radicaal feminisme werd vooral uitgedragen in vrouwenpraatgroepen. Door met elkaar te praten, was de gedachte, zou blijken dat er een gemeenschappelijke problematiek ten grondslag lag aan privé-ervaringen van vrouwen. Persoonlijke problemen werden veroorzaakt door maatschappelijke opvattingen en structuren. Vandaar de slogan ‘het persoonlijke is politiek’. Vanaf 1974 breidde de radicaal feministische vrouwenbeweging zich sterk uit. In 1973 werd in een kraakpand in Amsterdam het eerste vrouwenhuis ingericht, de vrouwenhulpverlening kwam op gang (o.a. Blijf-van-mijn-lijfhuizen), er kwamen vrouwenboekhandels, -uitgeverijen, -restaurants enzovoorts.
In 1972 werd ook het toen nog radicaal feministisch tijdschrift Opzij opgericht. Vanaf 1975 kwamen vrouwenstudies op aan de Nederlandse universiteiten en hogere beroepsopleidingen. Zij hadden een kritische houding ten aanzien van het seksisme in de wetenschap en wilden de hiaten in de studie van vrouwen vullen.

1975: Totstandkoming van de wet Gelijk Loon voor Vrouwen en Mannen. Al in 1951 had de Internationale Arbeidsorgansiatie (ILO) een conventie opgesteld over gelijke beloning van mannen en vrouwen voor arbeid van gelijke waarde. Deze werd echter pas 20 jaar later door Nederland geratificeerd. En het zou nog tot 1975 duren voordat deze afspraken in Nederlnd via wetgeving werden bekrachtigd in de eerste Wet Gelijk Loon.

1980: Totstandkoming van de Wet Gelijke Behandeling van Mannen en vrouwen, afgedwongen door een een richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 februari 1976 inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen. In de wet wordt onder andere vastgelegd dat er geen onderscheid mag worden gemaakt in werk, arbeidsvoorwaarden, onderwijs, sociale zekerheid en beeindiging van de arbeidsovereenkomst. Met name dit laatste leidde tot veel protest: het kon toch niet zo zijn dat een mannelijke kostwinnaar ontslagen zou worden terwijl een moeder of een alleenstaande vrouw wel in dienst zou mogen blijven.

1981: Totstandkoming Abortuswet. Nadat de Tweede Kamer al in 1980 had ingestemd (met twee stemmen verschil) met het wetsontwerp ‘Afbreking Zwangerschap’, volgde begin 1981 de Eerste Kamer. Op 17 mei 1984 werden de uitvoeringsregels voor de abortuswet vastgelegd, en op 1 november 1984 trad dit besluit samen met de Wet Afbreking Zwangerschap in werking. Abortus werd onder strikte voorwaarden gelegaliseerd.


Door / 30 juni 2010 / ()

Hanna Bervoets wint Opzij Literatuurprijs 2012!

5 artikelen

Opzij op iPad

Download de Opzij-app in de appstore voor € 3,99 per editie. Voor Opzij-abonnees is hij gratis!