Doeschka Meijsing: ‘Eenzaamheid draag je bij je als een stempel’
Doeschka Meijsing: ‘Eenzaamheid draag je bij je als een stempel’
Doeschka Meijsing schreef een boek over haar broer Geerten en hij schreef een boek over haar. Moord & Doodslag heet de dubbelroman over hun onderlinge band én rivaliteit. ‘Een levensgevaarlijk avontuur,’ vindt de schrijfster achteraf, want pas na de publicatie las ze hoe ‘nukkig en naar’ haar broer over haar schrijft. Sindsdien verkeert ze in een crisis. Die wordt nog versterkt omdat ze is verlaten door levenspartner Xandra Schutte, de ex-hoofdredacteur van Vrij Nederland die een relatie kreeg met haar baas – voormalig Weekbladpersuitgever Hendrik Jan Schoo. Het zoontje van Xandra Schutte – Samuel – zou mede door Doeschka Meijsing worden opgevoed. ‘Maar nu ben ik gewoon weer een alleenstaande die nog twintig jaar moet zien door te komen.’
Doeschka Meijsing ligt op de bank in haar Amsterdamse woonkamer. Ze is net uit het ziekenhuis, meldt dagelijks 35 verschillende medicijnen te moeten slikken. Een dag voor de presentatie van Moord & Doodslag kreeg ze een bloedspuwing en moest ze halsoverkop geopereerd worden aan haar slokdarm. Ze is moe maar meldt tevreden nu aan de Refusal te zijn, een alcoholremmer. Ironisch: ‘Ja, zo zijn wij aan ons nieuwe leven begonnen.’
Luistert met zichtbaar genoegen naar mijn citaten uit de fraaie recensies van haar nieuwe boek. Die opgetogenheid staat in schril contrast met haar verslagen stemming een week eerder, toen ze ons gesprek begon met de vraag: ‘Onze boeken kloppen niet, hè?’
Wat zou er moeten kloppen? ‘Mijn deel van het boek – Moord – is bijna een liefdesverklaring aan mijn broer; het zijne – Doodslag – is bijna een afstraffing daarvan. Maar misschien zie ik nu alleen de vileine aspecten. Ik heb zijn deel gelezen midden in de crisis van dit moment. Vrouw weg, kind weg. Ik heb een slechte periode achter de rug. Ik heb mezelf verwaarloosd. Geen medicijnen meer genomen, niet meer gegeten, opnieuw gaan drinken.’
Van wie is het idee voor dit dubbelboek? ‘Zusammen. Na een jarenlange verwijdering ben ik Geerten twee jaar geleden op gaan zoeken op Sicilië, waar hij woont in Syracuse. Hij was in die tijd geobsedeerd door een spraakmakende moordzaak in Italië: een jonge moeder vermoordde haar driejarig zoontje. Ik dacht: hier moet over geschreven worden. Geerten werd woedend: “Geen sprake van, dat is mijn materiaal.” Daarop kwam Xandra met het idee: dan schrijven jullie toch een boek over elkaar!’
Hoe verzonnen jullie het, nadat jullie hele leven in het teken had gestaan van concurrentie. ‘Ja, levensgevaarlijk eigenlijk. Toen we aan dit boek begonnen, was duidelijk dat het een wedstrijd zou worden. Het was heel eng dat critici het ene boek misschien beter zouden vinden dan het andere. Het zijn twee totaal verschillende boeken geworden. Mijn boek is een rond geschreven verhaal over onze familiegeschiedenis, het zijne bestaat uit drie componenten: de Italiaanse moordzaak, herinneringen aan onze pasgestorven vader én een verslag van mijn bezoek aan hem in Syracuse.’
Toen Geerten geboren werd, was jij drie jaar oud. Jij kon al praten, maar je hebt na zijn komst een jaar lang je mond niet open gedaan. Jij publiceerde op je vijfentwintigste je eerste boek; hij maakte vijf maanden later zijn debuut. Geerten verwijt jou in dit boek dat jij Amsterdam tot jouw literair territorium verklaarde. ‘Dat is een verzinsel. Hij koestert het malle denkbeeld dat ik in allerlei literaire kringen zit. Onzin, ik heb nooit deel uitgemaakt van de redactie van een literair tijdschrift. Ik snap die competitie niet. Hij heeft meer prijzen gehad dan ik: de AKO-Literatuurprijs, een Gouden Uil en allerlei nominaties. Maar Geertens leven staat altijd in het teken van de strijd. Strijd tegen Adri van der Heijden, strijd tegen Joost Zwagerman, strijd tegen Doeschka.
Mijn boek is verre van een afrekening met Geerten. Het is juist een hommage. Ik schrijf alleen kritisch over zijn houding ten opzichte van vrouwen. Hij schrijft daar zelf over: “Élke man is bang voor die zogenaamde intellectuele vrouwen van jou, mannen willen vlees, jong vlees, ja alle mannen, en geef ze eens ongelijk, ze houden van jong vlees en niet van vlees dat nog iets te vertellen heeft ook, nee, godbewaarme, dat juist niet.”
Geerten is zeer duidelijk over wat voor benen vrouwen moeten hebben en wat voor borsten: 32 is hun uiterste leeftijdsgrens. Op straat houdt hij voortdurend lange kreunende monologen. “Moet je dat meisje zien, oh, god wat mooi, daar heb je er óók weer een.” Komisch maar ook beledigend. Als je dat de hele dag te horen krijgt, ga je jezelf zo langzamerhand een oud vies vod vinden. Ik vond het niet leuk om in het boek te lezen hoe hij na het vertrek van de vriendin met wie ik op Sicilië zat, schrijft: “Het was altijd nog beter alleen met mijn gare zuster te zitten, dan met die twee ouwe wijven samen.”
Het rare is dat hij zich tijdens die logeerpartij een gulle en vriendelijke gastheer toonde, hoewel hij in zijn boek nukkig en naar doet. Ik had in Italië een huis gehuurd om het boek te kunnen schrijven, maar ik was er slecht aan toe. Hij heeft mij bij zich in huis genomen, zich over mij ontfermd. Ik dacht dat hij ook genoten had van onze tijd samen, maar nu ik zijn boek lees, zie ik dat hij het heel vervelend heeft gevonden. Het pijnlijkste vind ik dat hij mij iemand met “liegende ogen” noemt. Dat kreeg ik al te horen van de nonnen op de kleuterschool. Over mijn familieverhalen roept hij voortdurend dat het allemaal is verzonnen. Hij noemt mij een fabulator, vergelijkt mij zelfs met Boudewijn Büch. Maar fictie schrijven is nog iets anders dan fabuleren.’
Jij schrijft in je boek: ‘Op een gegeven moment kreeg ik door dat er een element van competitie was: wie van ons het eerst zelfmoord zou plegen.’ Jij beschrijft hoe je hem vindt nadat hij geprobeerd heeft zijn polsen door te snijden, en hij vertelt hoe hij je probeert te redden van jouw depressies en voortdurend droomt dat je er een eind aan wilt maken.‘Ja, het heeft me verbaasd hoe intensief we met elkaars zelfmoorden bezig zijn. Eigenlijk is ons boek een beetje griezelig. Er wordt veel op het spel gezet. Het gaat behalve over kinderjaloezie ook over een heel essentiële vraag: ben ik mijn broeders hoeder?’
Thema van dit zomernummer van Opzij is intimiteit. Een van de hoofdstukken van Geertens boek draagt de titel ‘Intimiteit.’ ‘Dat is het hoofdstuk over mijn komst naar Italië en het gaat duidelijk over de bedreiging die daarvan uitgaat. Ik kom uit een familie waar weinig intimiteit heerste. Niemand kwam ooit met zijn problemen bij een ander. Als je wel zo gek was, werd het meteen een tierende ruzie. Dus dat leerde je snel af. Er was hooguit intimiteit in de zin dat iedere vorm van privacy verboden was. Deuren moesten altijd open staan, geheimen waren verboden, dagboeken werden gelezen, verscheurde brieven uit de prullenbak gehaald en aan elkaar gelijmd om zonder enige gêne als bewijsmateriaal te dienen. Ik was graag uit het soort gezin gekomen waarin broers en zusjes elkaar helpen met bouten en moeren indraaien, een wagentje verslepen, een tuinraampje maken. Ik benijd gezinnen op de camping die het met z’n allen leuk hebben in hun gebloemde stoeltjes. Wij komen niet eens bij elkaar op bezoek in het ziekenhuis, terwijl we wel bezorgd voor elkaar zijn.’
Ik genoot van ons samenzijn in Italië, zei zelfs tegen Geerten dat we misschien maar moesten gaan samenwonen omdat die huwelijken van ons toch altijd stukliepen. Daarvan kreeg hij het Spaans benauwd. Hij kan niet tegen intimiteit. Niet voor niets schrijft hij ergens: “Ik ben bang voor liefde en dieper contact.” En om je de waarheid te zeggen: misschien ben ik dat ook wel. Ik houd van “good company”, maar werkelijke intimiteit... dat is lastiger. In je diepste wezen blijf je toch verduiveld eenzaam. Die eenzaamheid is door niemand te stelpen, dat draag je bij je als een stempel. Soms, als ik op een receptie ben en ik sta toevallig naast het aquarium langs de wand, dan kan ik wel in tranen uitbarsten. Zo eenzaam en afgesloten als die vissen voel ik me ook vaak. En ik denk dat Geerten en ik ten diepste dat gevoel met elkaar delen.’
Volgens Geerten ben jij een half leven lang bezig geweest met vragen om erkenning van je moeder. ‘Daar heeft hij gelijk in. Ik heb het niet in mijn verstand kunnen krijgen dat er een moeder was die niet van mij hield. Kon me niet voorstellen dat een moeder dingen tegen een dochter zegt zoals die tegen mij zijn gezegd. Dat ik een zielige ouwe vrijster was, dat mijn broer literatuur schreef maar dat mijn verhalen niet meer dan Libelle-verhaaltjes waren. Toen ik cum laude afstudeerde, vroeg ik na afloop aan mijn moeder: “Ben je trots dat je oudste dochter cum laude is afgestudeerd?” Waarop ze honend zei: “Ach, Nederlands is zo’n makkelijke studie.”
En ik had niet eens Nederlands gestudeerd maar theoretische literatuurwetenschap.’
Is dat gevoel de oorsprong geweest van jouw vaste overtuiging dat je een onecht kind bent? ‘Mijn moeder heeft mijn halve jeugd gezegd: “Jij, jij bent een wisselkind.” Ze zegt nu dat dat als grapje was bedoeld, maar ik heb dat serieus genomen. Ik heb mij altijd een vreemde in familie gevoeld, vertoon ook geen enkele gelijkenis met wie dan ook.’
Stel dat er op een dag een onmiskenbaar bewijs op tafel komt dat je wel de echte dochter bent van je moeder, ben je dan opgelucht of teleurgesteld? Zonder een seconde te aarzelen: ‘Teleurgesteld. Simpelweg omdat het niet te rijmen valt met mijn gevoel. Dan zou mijn gevoel me een leven lang bedrogen hebben. Maar ik ben bang dat er nooit een helder ja of nee komt. In zijn deel van ons boek beschrijft Geerten hoe hij op de dag dat mijn vader begraven is aan mijn moeder vraagt: “Zeg nu eens eindelijk: is Doeschka jouw dochter ja of nee?” Waarop mijn moeder zegt: “Ze gedraagt zich er anders niet naar,” en een liedje begint te zingen. Ze houdt het geheim altijd in stand. Ik ben in mijn jeugd altijd de gebeten hond geweest. Mijn vriendinnetjes konden goed imiteren hoe mijn moeder vanuit haar flatje riep: “Doeschka, kom hier.” En dan moest ik over de knie en begon ze met haar schoen te meppen. Er was altijd wel wat, ik vroeg niet eens meer waarom ik geslagen werd. Geerten daarentegen was haar afgod. De verhouding tussen mijn moeder en Geerten is bijna een liefdesrelatie. Twee handen op een buik. Geerten was een echte knuffelbaby; ik eerder een boze, vijandige baby.’
Geloof jij dat er boze baby’s bestaan? “Oh, Elisabeth, dan moet je die foto’s van mij maar eens zien. Alle kinderen uit ons gezin liggen heel lief op schapenvachtjes te kirren, mijn eerste foto’s zijn genomen in een onbekende wieg. Een reiswieg die niemand van ons kent. Daarin lig ik heel boos in te kijken.’
En die vreemde reiswieg geeft weer voedsel aan jouw wisselkindtheorie. ‘Ja, en dat zal altijd onduidelijk blijven.’
Geerten, de lieveling van jullie moeder, zegt niets te snappen van jullie ingewikkelde verhouding, maar schetst tussen de regels door wel een meedogenloos portret van haar: ‘In morele zin veroordeelt ze ons allebei, onwrikbaar, zonder vergeving. Mij vanwege het liederlijke leven dat ik volgens haar leid, mijn zuster omdat die een modieuze voorkeur aan de dag legt voor het eigen geslacht, een ander geloof en een voorkeur van honden boven katten.’ ‘Wat hij beschrijft klopt. Over haar morele oordeel valt niet te debatteren. Mijn lesbische geaardheid is strikt verboden terrein. Ik heb het haar verteld op mijn drieëntwintigste. Dat werd een grote scène. Ik ben nu zevenenvijftig en ze zegt nog steeds dat het een modieuze gril is. Geerten neemt dat van haar over. In de jaren zestig werden vrouwen om politieke redenen lesbisch, maar daar hoor ik niet bij. Ik ben “born lesbian”. Congratulations mother, it is a lesbian. Ofschoon onze familie vrij progressief en non-conformistisch is, viel over homoseksualiteit niet te praten. Daarvan had de kerk immers besloten dat het vies en onnatuurlijk was. Dat is in de ogen van mijn moeder altijd zo gebleven. Dat Xandra en ik een kind kregen, gaf alleen maar honende opmerkingen.’
In het verleden riep jij altijd resoluut: een kind valt nooit met een schrijverschap te combineren. ‘Toen Xandra een jaar geleden vertelde dat ze anderhalf jaar een verhouding had gehad en dat ze zwanger was, heb ik dat niet als een bedreiging ervaren, maar als grote vreugde. Ik wist ook meteen: dit kind moet er komen en dat gaan we samen opvoeden. In eerste instantie was ik helemaal gek van opwinding bij de gedachte: ik word vader, ik word vader.’
Je hebt nooit gedacht: ik word moeder of medemoeder? ‘Nee, altijd vader. Ik heb genoten van Xandra’s zwangerschap, je wordt al bijna verliefd als je die kleertjes ziet. Naarmate de zwangerschap vorderde werd ik angstiger en bezorgder. Maar toen Samuel net geboren was en nog aan de navelstreng op Xandra’s buik lag en zijn ogen opende, was het eerste dat ik dacht: dit is niet zomaar een baby’tje, dit is Samuel. Hij strekte zijn kleine nekje uit als E.T. en keek mij aan met die blik van: home, home. Ik wist: dit is een persoonlijkheid. Het was lichter en leuker dan ik gedacht had. Zo’n engeltje, zo’n kwarteltje in je armen en dan in een taxi van het ziekenhuis naar huis. Alles is ineens anders. Dat heeft precies drie maanden geduurd. Ik word er gek van dat hij nu weg is en Xandra heeft verkozen haar eigen weg te gaan. Dat kleine ruggengraatje voel ik iedere dag in mijn handen. Het geheugen van je handen is heel groot. Ik droom elke nacht van hem.’
In 1997 zei je in een interview in Opzij: ‘Ik zou moeten begrijpen waarom er twee liefdes zijn misgelopen in mijn leven. Welnu, ik begrijp het niet.’ Begrijp je nu waarom dit huwelijk is mislukt? ‘Ik weet de oorzaak, maar ik begrijp het niet. Ik begrijp niet hoe je tien jaar “good company” voor elkaar kunt zijn en dat dan zomaar weggooit. Maar als mijn vrouw iets anders nodig heeft dan ik haar kan geven, het zij zo. Dat het om een man gaat, maakt het wel lastiger. Je staat heel machteloos. Je hebt iets niet wat die ander wel heeft. Daar valt niet tegen te vechten. Vanaf het begin van ons huwelijk heb ik gedacht: een zeker overspel zal er na een aantal jaren wel in gaan zitten, zeker omdat Xandra zestien jaar jonger is dan ik. Maar dat je twintig jaar van je volwassen leven homoseksueel bent in je doen en laten en dan plotseling je heteroseksualiteit ontdekt... het schijnt te kunnen, maar ik snap daar niks van. Ik ben in mijn eerste relatie ook weleens verliefd geworden op een man en hij ook op mij, maar ik heb daar de deur voor dicht gedaan. Ik wilde mijn relatie niet op het spel zetten. Er is altijd een keuzemoment. Als je dat moment voorbij laat gaan... tja, dan ga je voor de bijl. Sinds ik uit het ziekenhuis ben, is mijn leven compleet veranderd. Niks geen vader of moeder, zelfs geen pleegvader of -moeder. Gewoon weer een alleenstaande die een nieuw huis moet gaan zoeken en nog twintig jaar moet zien door te komen.’
‘Mijn zuster was naïef in liefdeszaken omdat ze de liefde serieus nam,’ schrijft jouw broer. ‘Dat doe ik. Heb ik altijd gedaan tegen alle bewijzen in. Mijn eerste relatie duurde elf jaar, daarvan was één jaar goed en de volgende tien zeer wreed. Ik had veel eerder weg moeten gaan. Tegen beter weten in dacht ik: ik wil het goed houden. Ik ben een bouwer. Ik moet nu mijn leven alleen vorm gaan geven. Xandra was altijd heel initiatiefrijk, sprong dan weer hier dan weer daar naartoe. Ik ben meer een stille kluizenaar die hele dagen thuis zit. Ik zal nu zelf iets moeten ondernemen. Mijn eigen krachten mobiliseren, ook weer in mijn vak. Ik heb in het ziekenhuis besloten een boek over Samuel te gaan schrijven. Een kleine novelle. Ik weet al een naam: Templeton. Gelukkig hebben Xandra en ik nog wel contact. Ik zie Samuel regelmatig. We willen proberen bij elkaar in de buurt te gaan wonen. Ik heb Samuel nog veel te vertellen. Ik zag op tegen de achtbaan van de Efteling, maar ik zou hem graag iets vertellen over ons joods-christelijke erfgoed. Hij gaat overladen worden met boeken door mij. De sprookjes van Grimm en Andersen en alle kinderklassiekers krijgt hij voor zijn kiezen, of hij wil of niet. Ik moet hem nog een spannende wereld uitleggen.’
Wordt jouw novelle een liefdesverklaring voor Samuel of een afstraffing van zijn moeder? ‘In de eerste plaats wordt het een hommage aan Samuel. Er komen misschien een paar kleine prikjes in voor, maar ik hou niet van een boek als afstraffing. Daarin verschil ik van Geerten.’
Aan het eind van jullie boek klaagt Geerten over gemiste kansen. Over jullie gezamenlijke tijd in Italië schrijft hij: ‘We hadden onze versies van de werkelijkheden kunnen vergelijken. In plaats daarvan werden het drie weken van frites en belgenmoppen.’ En daar voegt hij aan toe: ‘Maar misschien was ik niet in staat mij open te stellen voor haar liefde, gefingeerd of niet.’ Bijna zwart wordende ogen: ‘Ik denk niet dat Geerten weet hoeveel ik van hem houd.’ Om dan te aarzelen en te zeggen: ‘hield’. Stopt opnieuw, zegt dan kortaf: ‘houd’.
Doeschka Meijsing en Geerten Meijsing, Moord & Doodslag. Dubbelroman, Querido/Arbeiderspers, €22,95
Hanna Bervoets wint Opzij Literatuurprijs 2012!
-
Seksuele intimidatie uit Frans strafrecht
Franse feministen staan op hun kop. In het Franse strafrecht is seksuele intimidatie geschrapt waar maximaal één jaar gevangenisstraf en een boete van 15.000 euro voor gold. Is dit inderdaad erg?
-
Tv-tip: Supermam
Vanavond zendt de VPRO de documentaire Supermam uit, waarin regisseur Sarah Klein de Amerikaanse Super Mom-verkiezing van 2008 volgt. Jaarlijks strijden zo’n dertig moeders daar voor de titel supermoeder. Klein volgde hen en onderzocht waar een supermoeder aan moet voldoen.
-
Juryrapport Opzij Literatuurprijs
Afgelopen zaterdag won Hanna Bervoets de Opzij Literatuurprijs. Lees hier het volledige juryrapport.
-
Hanna Bervoets wint Opzij Literatuurprijs
De Opzij Literatuurprijs, de jaarlijkse prijs voor het beste literaire werk van een Nederlandstalige schrijfster, is gewonnen door Hanna Bervoets voor haar roman ‘Lieve Celine’. Ze kreeg de prijs uit handen van juryvoorzitter Hedy d’Ancona en Opzij-hoofdredacteur Margriet van der Linden in het tv-programma Opium van de AVRO.
-
Kamervoorzitter Verbeet vertrekt
Gerdi Verbeet stelt zich bij de volgende verkiezingen niet meer verkiesbaar. In een verklaring zegt ze dat het 'tijd is voor andere zaken'.
-
Oproep TV programma Samengestelde gezinnen
11-05-2012 -
Oproep TV programma Samengestelde gezinnen
11-05-2012 -
Eicel- en spermadonatie
09-05-2012
Opzij op iPad
Download de Opzij-app in de appstore voor € 3,99 per editie. Voor Opzij-abonnees is hij gratis!