Het moeizame geschipper tussen je aanpassen en jezelf zijn
Het moeizame geschipper tussen je aanpassen en jezelf zijn
Hoe meer eigenwaarde een vrouw heeft, hoe beter ze kan kiezen waar ze de grenzen trekt tussen haar eigen belangen en die van haar omgeving. Hoe zwakker haar zelfbeeld, hoe meer ze zich aanpast of juist doorslaat naar het omgekeerde: het voortdurend in de contramine zijn, poneert psychologe-psychotherapeute Bronia Davidson-Rosenblatt.
Hoe zwakker het zelfbeeld, hoe groter de aanpassing
ESSAY
Is de uitdrukking 'jezelf zijn' een platgetreden, te pas en te onpas gelanceerd begrip, gebruikt in de strijd van het zich machteloos voelende individu of de onderdrukte groep?
Of slaat het nog steeds op een broodnodig recht dat moet worden bevochten? In ieder geval is het een begrip dat voor veel uitleg vatbaar is.
Je kunt het zien als: in jezelf zijn, van jezelf zijn of jezelf zijn in de zin van je onderscheiden zijn van je omgeving. Hoe je het ook uitlegt, het heeft allemaal te maken met grenzen tussen jezelf en de ander.
Als je in jezelf bent, heb je je teruggetrokken in je eigen binnenwereld, achter een deur waarvan jij alleen de sleutel hebt. Dit terugtrekken in jezelf kan overal, in een grote menigte, bij een lawaaiig popconcert of in de beslotenheid van je eigen huis. Het kan variëren van de bewuste keuze om even afstand te nemen van de jachtige samenleving met al haar prikkels tot het opgesloten zijn van de autist, die de sleutel naar de buitenwereld kwijt is.
Het cliché 'lekker in je vel zitten' geeft de kwaliteit van in jezelf zijn heel lijfelijk en voelbaar aan. Het betekent je thuis voelen in je lichaam, luisteren naar wat het wil en niet in de eerste plaats naar wat de ander vraagt. Je niet persen in een maatje 38, terwijl 42 zoveel aangenamer zit, je meer richten op de signalen van binnen uit dan op de geboden en verboden van buiten. Hoe signalen van binnen al in een vroeg stadium kunnen worden verstoord, wordt duidelijk uit de klachten van mensen met eetstoornissen, onder wie veel vrouwen. Zij zijn het verleerd om naar hun maag en naar hun lichaam te luisteren. Ze proppen zich vol, ze hongeren zich uit of ze doen allebei. Deze cliënten die in elke psychotherapeutische praktijk rijkelijk vertegenwoordigd zijn, hebben met elkaar gemeen dat ze diep ongelukkig zijn met en in hun lichaam. Lekker in je vel zitten, ofwel in jezelf zijn, gaat dus allerminst op voor deze vrouwen en mannen.
Een voorbeeld uit mijn praktijk: een vijfendertig-jarige Rubensachtige vrouw zocht wanhopig hulp bij mij voor haar depressieve inzinkingen, eenzaamheid en vreetbuien. Het zou voor de hand liggen de oorzaak van haar onzekerheid en complexen bij haar partner te leggen, omdat hij vernederende kritiek op haar levert. Maar het bleek haar moeder te zijn die - zelf altijd aan het lijnen en zich zo slecht voelend in haar vrouwelijke jasje - haar voortdurend signalen gaf: 'Je bent niet goed zoals je bent. Om mijn liefde te krijgen, moet je minder eten en slank zijn.' Een voorbeeld van liefde op voorwaarden. Eerst moet de dochter zich aanpassen aan het beeld van de droomprinses uit moeders fantasieën voordat ze met liefde kan worden beloond. Een onmogelijke taak, even onhaalbaar als de opdracht die een jonge, mooie vrouw - in haar jeugd seksueel misbruikt - zichzelf gaf om zichzelf te kunnen accepteren en waarderen. Ze eiste van zichzelf dat ze hoge prestaties zou leveren op academisch en artistiek gebied en daarnaast vond ze ook dat ze voor haar vriend moest zorgen. Er moest dus aan een lange reeks voorwaarden worden voldaan voordat deze vrouw met een zo ernstig aangetaste lichamelijke integriteit tevreden over zichzelf kon zijn.
Hebben we het over 'van jezelf zijn', dan komen we op het terrein van de rechten: het recht op eigenheid en het recht op die eigen vierkante meter waar je alleen met jezelf rekening hebt te houden. Ook hier weer een glijdende schaal met aan de ene kant de mens die zich het recht voorbehoudt op een eigen mening en onafhankelijkheid in een open dialoog met de omgeving en aan de andere kant de egoïst die de wereld alleen bekijkt door de bril van de eigen behoeften. Dat vrouwen ook recht op eigenheid hebben, lijkt nog niet helemaal tot velen van hen doorgedrongen te zijn. Nog niet zo lang geleden hoorde ik een uitstekend opgeleide, hardwerkende en sociaal goed functionerende vrouw zeggen: 'Ik mag van mijn man een afwasmachine hebben.'
Nog steeds, alle emancipatie ten spijt, geldt het als een vrouwelijke deugd om je man tot steun te zijn, zijn carrière mogelijk te maken en een aangenaam klimaat in huis te scheppen. Deugden waar niets op tegen is, zolang het maar geen eenrichtingsverkeer betreft.
Weer een voorbeeld uit mijn praktijk: een academisch gevormde vrouw van in de veertig met collega's die haar waarderen en vrienden bij wie ze zich thuis voelt, realiseert zich op het moment dat haar kinderen het huis uit gaan hoe weinig haar man rekening met haar houdt, hoe vanzelfsprekend ze het huishouden op rolletjes laat lopen en de opvoeding van de kinderen op haar schouders heeft genomen. Haar aanpassing, niet alleen aan de verwachting van haar man maar ook aan die van haar eigen ouderlijke gezin was schijnbaar naadloos verlopen. Dat in de loop van de jaren rafels aan de naden waren ontstaan, had ze onvoldoende tot zich laten doordringen. Op de drempel van een nieuwe levensfase: de afronding van de opvoeding van de kinderen, beseft ze dat ze in de loop van de jaren steeds stukjes van zichzelf had ingeleverd. Dit ondermijnende proces lag ten grondslag aan de depressieve klachten waarmee ze bij mij kwam. 'Hij ziet me niet staan,' zegt ze met groeiende boosheid. Gedurende de jaren van quasi moeiteloos organiseren van het huishouden, het opvoeden van de kinderen en het combineren van werk en gezin had ze, diep weggestopt, wel ergernis gevoeld over haar man die als een kind verzorgd wilde worden, maar de behoefte aan een eigen plek - een recht dat ze wel kende maar niet voelde - komt nu pas aan de orde.
Wat de derde betekenis van jezelf zijn betreft, in de zin van je onderscheiden van je omgeving: hier is jezelf zijn gekoppeld aan het vermogen tot originaliteit, creativiteit en lef. De moed om af te steken tegen de achtergrond, om solist te zijn in het koor van je omgeving, om je niet te laten leiden door wat de buren ervan zullen zeggen.
Ook hier is er geen sprake van scherpe grenzen. Jezelf zijn kan zowel een gezond zelfbewustzijn inhouden als een overtrokken behoefte om anders te zijn en te provoceren. Een gezond zelfbewustzijn, met acceptatie van je leuke en minder leuke kanten, bouw je als kind op als er op z'n minst tolerantie is voor je eigenheid.
Uit mijn praktijk: een vijfendertigjarige alleenstaande vrouw vertelt met tranen in haar ogen hoe haar moeder haar waarschuwde voor het gevaar van te korte rokken en andere, in haar ogen uitdagende kleding. Het ultieme dreigement was dat geen man haar later zou willen. Het gezonde afzetten tegen de stijl, de smaak en de codes van het ouderlijke gezin werd tot iets zondigs verklaard en kon daardoor heel moeilijk dienen als overgangsfase naar de volwassenheid. Hoe smaakvol deze vrouw zich nu ook weet te kleden, het lijkt of haar moeders dreigende woorden dat ze geen man zou krijgen tot een self-fulfilling prophecy zijn geworden, ook al ziet ze de absurditeit er wel van in. Hoe heftig ze er ook naar verlangt, het lukt haar niet een hechte relatie met een man op te bouwen. Met haar boosheid naar haar moeder kan ze nog steeds niet uit de voeten.
Een vijfentwintigjarige jongeman kreeg ook een opvoeding waarin weinig rekening met zijn eigenheid werd gehouden, maar hij reageerde er anders op dan die vijfendertigjarige vrouw. Niet alleen stelde hij zichzelf en zijn ouders teleur door zijn en hun hoge verwachtingen: een academische studie, niet te realiseren, maar hij provoceerde hen ook door zijn levensstijl en opvallende kleding. Hij zag er meer uit als een overjarige puber dan als de aardige, aantrekkelijke jongeman die hij ook was. Omdat zijn ouders hun ambities en frustraties op hem afwentelden, werd hij afgeremd om eigen keuzen te maken, een eigen stijl te ontwikkelen en een eigen identiteit te vormen. Hij riep voortdurend de afkeuring op waaraan hij zich nu juist zo ergerde, om die vervolgens nog meer op te roepen. Een vicieuze cirkel die doorbroken moest worden om de stagnatie in zijn ontwikkeling op te heffen.
Pas toen zijn zelfgevoel sterker werd, toen hij inzag dat afzetgedrag naar zijn ouders en naar de maatschappij niet als een permanent middel kon dienen in de zoektocht naar 'jezelf zijn', kon het protestkarakter van zijn handelen en uiterlijk plaats maken voor een meer wezenlijke groei van zijn persoonlijkheid.
In de hierboven beschreven voorbeelden ging het om individuen, om vrouwen en mannen die zich nog geen goede positie hadden verworven in het gebied tussen 'jezelf zijn' en aanpassing. Er blijkt altijd een spanningsveld te zijn tussen de eigen behoeften en meningen en de buitenwereld die vraagt, voorschrijft of zelfs dwingt. Waar staan vrouwen in dit spanningsveld? Anders gesteld: in welke ontwikkelingsfase bevindt het vrouwendom zich?
Grof generaliserend zou ik zeggen: in de late puberteit.
Het is immers in deze fase dat het individu zijn identiteit vormt. Het kind weekt zich, in een vaak moeizaam proces, los van zijn ouders. Het gaat op zoek naar zijn eigen stijl. Het wil zich niet meer aanpassen aan de leefwereld van zijn ouders, maar zoekt zijn heil bij leeftijdsgenoten. De kinderschoenen worden in de hoek getrapt.
De emancipatie van vrouwen staat zeker niet meer in de kinderschoenen. Feministen van de eerste en tweede golf hebben een belangrijke aanzet gegeven tot het verwerven van rechten die generaties lang ondenkbaar waren en het ontworstelen aan eisen die lang niet ter discussie stonden. Zij hebben een weg gebaand, zoals de oudste in het gezin rechten bevecht waarvan de volgende kinderen profiteren.
Het besef dat vrouwen als gelijkwaardige wezens gezien moeten worden die zich niet per definitie voegen in een voorgeschreven patroon, is inmiddels wel in grote
lagen van de bevolking doorgedrongen. Althans in theorie. De praktijk ziet er vaak anders uit. Vrouwen hebben zich weliswaar meer bewegingsvrijheid verworven, maar ze staan nu voor de volgende mijlpaal in de ontwikkeling naar de volwassenheid, namelijk hoe vorm te geven aan die gelijkwaardigheid op verschillende levensterreinen. En daarvoor is het niet voldoende dat ze toegang hebben gekregen tot gebieden die eerst exclusief voor mannen toegankelijk waren en dat traditionele vrouwenberoepen nu ook door mannen worden uitgeoefend. En ook is het niet voldoende dat er andere samenlevingsvormen dan het huwelijk zijn gekomen. Allerlei zaken vragen nu om een nieuwe invulling:
Hoe verdelen we het schaarser wordende betaalde werk?
Hoe is de man-vrouw-verhouding in leidende posities?
Wie blijft er thuis als de kinderen ziek zijn?
Hoe wijd verbreid is het dat Marie wijzer moet worden (dan haar moeder) en dat mavo niet goed genoeg is voor een meisje?
Waar op de emancipatieschaal bevinden allochtone vrouwen zich?
Om al deze en nog zoveel andere vragen te beantwoorden, is een dialoog met mannen noodzakelijk. Mannen zijn niet meer de regisseurs van het leven, ze zijn van hun troon gestoten, ze moeten rekening houden met de groei van vrouwen. En dat houdt in dat ook mannen in een fase van zoeken en groei zijn beland. Maar zij moeten niet de kinderschoenen uitschoppen, maar pappa's grote mannenschoenen. En ook het mannendom bevindt zich in de puberteit. Een fase die ze collegiaal met vrouwen moeten doorlopen om tot een goede samenwerking te komen. Of het nu gezin, werk, relaties of maatschappelijke positie betreft, het hele pakket van rechten, plichten, lusten en lasten zal herverdeeld moeten worden in een flexibele wederzijdse aanpassing. Zo kan een man in een gezin met twee werkende partners niet volstaan met meehelpen, hij zal ook moeten meedenken. Maar ook mannen zitten vast in rollen die hen zijn toebedeeld door zichzelf, door vrouwen, door de kerk et cetera. In dit licht gezien is het een gezamenlijke klus voor vrouwen én mannen om uit de 'emancipatorische puberteit' te komen en samen de volwassenheid binnen te treden. We kunnen er niet omheen dat het aanpassingsvermogen van vrouwen in de loop van de geschiedenis sterker is ontwikkeld dan dat van mannen. Immers, mensen in een ondergeschikte positie moeten zich altijd meer aanpassen en inschikken dan de machtigen. En vrouwen zijn heel lang de machtelozen geweest.
Het grote gevaar van aanpassing is dat je te ver doorschiet. Dat het ten koste van jezelf gaat. Je bijvoorbeeld in je huwelijk zo schikken naar je partner dat er van je eigen persoonlijkheid niets meer overblijft en je alleen nog maar in wij-termen kunt praten. Of je als man zo aanpassen aan je feministische vrouw dat je later op zoek moet naar je mannelijkheid. Woody Allen liet in de film Zelig goed zien dat er niets meer van de eigenheid van de hoofdpersoon overbleef, omdat hij zich als een kameleon aan zijn omgeving aanpaste. Ook op werkgebied kunnen mensen ver in hun aanpassing gaan. Als een vrouw op haar werk moet bewijzen dat ze 'net zo goed' is als de mannen om haar heen maakt ze een namaakman van zichzelf. Als ze zich genoodzaakt voelt om zich aan te passen aan een 'mannelijk werkideaal' kan ze moeilijk zichzelf zijn. Menstruatie, zwangerschap, zorg om een ziek kind, al deze ongemakken moeten dan worden weggemoffeld. Niet zeuren, een schepje erbovenop doen en je aanpassen om te bewijzen dat je je plaats waard bent.
Aan een aantal vrouwen uit mijn praktijk vroeg ik een definitie van 'jezelf zijn'. Het gaat hier om vrouwen die geen goede vorm hadden gevonden om dat zo fel begeerde 'zichzelf zijn' te voelen. Om allerlei redenen is het afzetten tegen hun ouders moeilijk geweest. Ze hebben ook allemaal problemen met het duidelijk afbakenen van hun eigen grenzen. Ook al waren de meesten al jaren het huis uit, toch vroegen, nee, eisten hun moeders inzage in hun leven. Onder de noemer van zogenaamde belangstelling, 'voor je moeder heb je geen geheimen', 'jij begrijpt me beter dan mijn andere kinderen', werd van hen verwacht dat ze zich hielden aan de ouderlijke normen, dat wil zeggen dienstbaar zijn. Ook wilden hun ouders dat ze hun kinderen dezelfde opvoeding gaven als ze zelf gekregen hadden. Wanhopig konden deze vrouwen zeggen: 'Ik kan niet mezelf zijn, het is of mijn ouders over mijn schouders mee kijken bij alles wat ik doe.'
Zoals pubers onder de controlerende ogen van hun ouders proberen uit te komen door dingen stiekem te doen, durfden sommigen van deze vrouwen niet aan hun ouders te vertellen dat ze een vriend hadden, ontslag hadden genomen of - ook dat komt voor - een paar schoenen hadden aangeschaft. Het oordeel van ouders, partners of anderen uit hun omgeving woog zwaarder dan luisteren naar zichzelf. De betreffende vrouwen waren vaak slachtoffers van ouders die zelf leden onder het wat-zullen-de-buren-ervan-zeggen-syndroom.
Aanpassen stond hoog in het familievaandel.
Deze door mij ondervraagde cliënten verstaan onder jezelf zijn:
Mijn sterke en zwakke kanten kunnen laten zien.
Niet steeds denken wat de ander ervan vindt.
Voor jezelf opkomen.
Vanuit je eigen norm, gevoel, overtuiging, bezieling, geloof leven.
Van binnen en buiten evenwichtig zijn, zijn zoals je zou willen zijn.
Wat je van binnen voelt naar buiten brengen, niet alleen afgaan op wat anderen van je verwachten.
Durven te zeggen wat je écht voelt en denkt.
Samenvattend zou je kunnen zeggen: afstemming van uiterlijk gedrag op innerlijke beleving, ofwel: een evenwicht zoeken tussen jezelf zijn en aanpassing naar buiten toe. Dat houdt in dat het ontwikkelen van een sterk gevoel van eigenwaarde belangrijker is dan het verlangen om in de smaak te vallen bij en aardig gevonden worden door de ander.
Het altijd en door iedereen aardig gevonden willen worden, lijkt ondanks de tweede feministische golf nog steeds een typische vrouwenkwaal te zijn. Deze kwaal belemmert je om te luisteren naar je gevoel, te doen wat je denkt dat goed voor je is: zaken op je eigen manier aan te pakken, kortom zoeken naar een 'zelf' waarbij je je thuisvoelt.
Koste wat het kost aardig gevonden willen worden, houdt ook in geen 'nee' durven zeggen. 'Ja' zeggen als je eigenlijk 'nee' bedoelt. Eeuwenlang werd van vrouwen verwacht dat ze met het eenmaal gegeven jawoord de eigen wil en de beschikbaarheid over zichzelf inleverden. Het gold als een vrouwelijke deugd om zich dienstbaar op te stellen, de stevige en liefst stralende achtergrond te zijn waartegen de man zich kon profileren. Hoewel een groeiend aantal vrouwen niet meer op de tweede rang wil zitten en niet meer de 'grote' wereld via de man wil beleven, zijn er nog legio vrouwen die het als een deugd en hun plicht zien om het hun man zoveel mogelijk naar de zin te maken. Ze zijn de wind in zijn rug.
Een laatste voorbeeld uit mijn praktijk: Een negenendertigjarige vrouw is al vijf jaar bezig te scheiden van haar ex, een knappe, ijdele, succesvolle zakenman die in zijn jeugd emotioneel gezien veel tekort kwam en weinig liefde kan geven. Hoewel de scheiding al vijf jaar geleden is uitgesproken, lukt het beiden niet hun eigen weg te gaan. Langzaam leert zij inzien hoe zij in hun relatie gebruikt werd om moederlijke veiligheid en kameraadschap te verschaffen. Zij moest hem, zoals Virginia Woolf zo goed beschreef, een spiegel bieden waarin hij zijn schoonheid en mannelijkheid kon bevestigen, waarin hij uitvergroot werd. Dat zijzelf nauwelijks aan bod kwam en dat haar behoeften ondergeschikt waren aan de zijne dringt met een schok tot haar door, evenals het inzicht dat ze van hem geen erkenning krijgt en dat ze zichzelf die erkenning ook niet kan geven.
Als puberteit betekent schoppen, afzetten, provoceren om reacties uit te lokken en ronddraaien zonder de richting te weten, is volwassenheid: keuzen maken, achter je beslissingen staan zonder star te zijn, rekening houden met de ander zonder jezelf weg te cijferen. Zo bekeken is het leven een continu proces van kiezen, afwegen, bijstellen, zowel voor vrouwen als voor mannen. Een dans zonder muurbloemen.
Deze dynamiek stelt je in staat om belangen en behoeften af te wegen, om je niet in het keurslijf van moeder de vrouw te laten dwingen, maar om je evenmin te laten voorschrijven te gaan werken - vooropgesteld dat je die financiële armslag hebt - als je hart uitgaat naar moederen.
Hoe meer eigenwaarde een vrouw heeft, hoe beter ze kan kiezen en bepalen waar ze de grenzen trekt tussen haar belangen en die van haar omgeving en hoe beter ze die belangen op elkaar kan afstemmen. Hoe zwakker en onduidelijker haar zelfbeeld, hoe groter de noodzaak om zich aan te passen aan voorschriften, wensen en behoeften van buitenaf of juist te blijven steken in een dwangmatig uitdagend gedrag, bijvoorbeeld altijd in de contramine zijn.
Als een puber die het ouderlijke nest niet durft of mag verlaten, zal de afhankelijke vrouw haar drang naar ontwikkeling van een eigen identiteit onderdrukken om zich - meestal - mokkend en morrend aan te passen aan de eisen van anderen. Een kameleontische aanpassing met verlies van de eigen kleur en niet, zoals een van mijn cliënten 'jezelf zijn' omschreef: 'De ingrediënten uit je jeugd, de geuren en kleuren, al die elementen door elkaar husselen en je eigen elementen toevoegen.' Hierdoor - en dat is mijn toevoeging - ontstaat iets nieuws en unieks, een eigen persoonlijkheid, trouw aan zichzelf.
Zo bezien staat aanpassing niet haaks op 'jezelf zijn', maar liggen de twee levenswijzen in een vloeiende lijn in elkaars verlengde.
Hanna Bervoets wint Opzij Literatuurprijs 2012!
-
Seksuele intimidatie uit Frans strafrecht
Franse feministen staan op hun kop. In het Franse strafrecht is seksuele intimidatie geschrapt waar maximaal één jaar gevangenisstraf en een boete van 15.000 euro voor gold. Is dit inderdaad erg?
-
Tv-tip: Supermam
Vanavond zendt de VPRO de documentaire Supermam uit, waarin regisseur Sarah Klein de Amerikaanse Super Mom-verkiezing van 2008 volgt. Jaarlijks strijden zo’n dertig moeders daar voor de titel supermoeder. Klein volgde hen en onderzocht waar een supermoeder aan moet voldoen.
-
Juryrapport Opzij Literatuurprijs
Afgelopen zaterdag won Hanna Bervoets de Opzij Literatuurprijs. Lees hier het volledige juryrapport.
-
Hanna Bervoets wint Opzij Literatuurprijs
De Opzij Literatuurprijs, de jaarlijkse prijs voor het beste literaire werk van een Nederlandstalige schrijfster, is gewonnen door Hanna Bervoets voor haar roman ‘Lieve Celine’. Ze kreeg de prijs uit handen van juryvoorzitter Hedy d’Ancona en Opzij-hoofdredacteur Margriet van der Linden in het tv-programma Opium van de AVRO.
-
Kamervoorzitter Verbeet vertrekt
Gerdi Verbeet stelt zich bij de volgende verkiezingen niet meer verkiesbaar. In een verklaring zegt ze dat het 'tijd is voor andere zaken'.
-
Oproep TV programma Samengestelde gezinnen
11-05-2012 -
Oproep TV programma Samengestelde gezinnen
11-05-2012 -
Eicel- en spermadonatie
09-05-2012
Opzij op iPad
Download de Opzij-app in de appstore voor € 3,99 per editie. Voor Opzij-abonnees is hij gratis!