Te close met je moeder

Vrouwen van de babyboomgeneratie hebben vaak een betere relatie met hun dochters dan ze zelf vroeger met hun moeders hadden. Meer nog, ze zijn niet zelden elkaars hartsvriendin. Dat lijkt prachtig, maar de band moet niet te nauw zijn want dan wordt het weer ongezond. Therapeuten en dochters over te innig zijn met je moeder.

psychologie

Wijlen mijn moeder is nooit mijn vriendin geweest. Integendeel, ze heeft me jarenlang met kritiek overladen vanwege mijn manier van kleden. We botsten ook vaak omdat ik progressiever was dan zij. Mijn moeder, een huisvrouw die voor bijna alles bang was, kon mij niet ondersteunen in alle dingen die ik in de grote boze buitenwereld ondernam. Pas toen ze ouder werd, groeiden we meer naar elkaar toe.

Ik ben een babyboomer. De Amerikaanse bestsellerauteur en hoogleraar linguïstiek Deborah Tannen bestudeerde de communicatie tussen moeders en dochters voor haar nieuwe boek You’re Wearing That? Understanding Mothers and Daughters in Conversation. Vrijwel alle door haar onderzochte babyboomvrouwen hebben een betere band met hun dochter dan met hun moeder. ‘Het komt steeds meer voor dat moeders en dochters elkaars beste vriendin zijn. Dat was in mijn tijd ondenkbaar,’ aldus babyboomer Tannen (60) in interviews naar aanleiding van haar boek. Ook haar eigen studentes en hun moeders blijken elkaar vaak per e-mail over van alles en nog wat op de hoogte te houden. ‘Als wij één keer per week met onze moeder belden, was dat al heel wat,’ meldt Tannen, die zelf een stormachtige relatie met haar moeder had.

Omdat de babyboomvrouwen geleden hebben onder de veelvuldige kritiek van hun moeders, hebben ze zich voorgenomen dat patroon niet te herhalen. Hun moeder trok ook vaak hun broer voor en ze besloten deze ‘fout’ evenmin te maken, vertelden ze aan Tannen. En het is hun blijkbaar gelukt. ‘Een slechte ervaring hoeft dus niet doorgegeven te worden,’ concludeert de onderzoekster optimistisch.

Dat babyboomvrouwen vaak een goede relatie met hun dochter hebben, bleek ook al uit een onderzoek in 1999 onder tienermeisjes en hun moeders. Het werd in diverse landen gehouden, waaronder Nederland, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. 94 procent van de dochters en 87 procent van de moeders definieerde hun onderlinge relatie als ‘vriendschap’. 84 procent van de dochters en 92 procent van de moeders onderschreef de stelling: ‘Wij delen dezelfde opvattingen.’ Minder dan 2 procent van de moeders zag hun dochter liever in andere kleren. Dat was in mijn tijd wel even anders. ‘De generatiekloof is gedicht,’ jubelden de onderzoekers.

Natuurlijk moeten we het toejuichen dat de band tussen babyboomers en hun dochters inniger is geworden. Dat is ook te danken aan de pil, waardoor de gezinnen kleiner zijn en de aandacht niet over een grote kinderschaar verdeeld hoeft te worden. Kinderen zijn nu meer dan ooit gewenst. Het is zelfs min of meer een maatschappelijke norm geworden om een geweldige relatie met je nageslacht te hebben. Maar de schaduwkant is dat de band té innig kan worden, dat moeder en dochter zich niet of onvoldoende hebben losgemaakt van elkaar. Voorbeelden van zo’n ogenschijnlijk symbiotische relatie waren onlangs in het tijdschrift Margriet te lezen in de rubriek ‘Trots op mijn moeder’, waarin een moeder en dochter over hun verhouding praten. Zo zegt kunstenares Ans Markus (57) over haar dochter Sigrid (37), enig kind: ‘Zij was mijn redding, mijn reden om te leven.’ Sigrid: ‘De band met haar zou ik bijna willen omschrijven als een verliefdheid. Zo bijzonder is die.’

Presentatrice Bridget Maasland (31) en haar moeder – in dezelfde rubriek ondervraagd – blijken elkaar meermalen per dag te bellen en zien elkaar bijna dagelijks. Elly Maasland (56): ‘Het is soms wel zwaar om zo’n band met mijn kind te hebben, we zitten zo aan elkaar vast. Als Bridget pijn in haar buik heeft, heb ik het ook (…). Als Bridget morgen een kind krijgt, zou ik wel naast haar willen wonen. Ik zie het zelfs al voor me, terwijl zij nog niet eens weet of ze kinderen wil.’

Ik leg deze citaten voor aan psychologe en therapeute Elsbeth Kors, werkzaam in Psychologenpraktijk Amersfoort-Noord. ‘Als Ans Markus zegt dat haar dochter haar redding is geweest, vraag je je af of er wel ruimte is geweest voor Sigrid. Het is zwaar voor een kind om een moeder overeind te houden. Een moeder die jou zo hard nodig heeft, kun je moeilijk afvallen zonder je schuldig te voelen. Als moeder en dochter ongeveer verliefd zijn op elkaar loop je het risico dat ze een twee-eenheid zijn geworden waardoor anderen, zoals eventuele echtgenoten, buitengesloten worden. Kleine meisjes zijn vaak verliefd op hun moeder, maar als ze volwassen worden is het belangrijk dat ze zich losmaken. Dat ze een eigen individu worden, een onafhankelijk persoon met meningen die anders kunnen zijn dan die van de moeder, zonder dat de moeder zich afgewezen voelt. Losmaken wil ook zeggen dat je op eigen benen leert staan en intieme banden aangaat met anderen, zoals met mensen van je peergroup.’

Wat natuurlijk niet wil zeggen dat moeder en dochter geen goede verhouding met elkaar kunnen hebben. ‘Alleen is te close zijn met je moeder net zo ongezond als te ver van haar afstaan. Als de band te innig is, loopt de dochter het risico dat ze haar eigen behoeftes onderdrukt en verschillen tussen haar en haar moeder onder de tafel schuift om de harmonie niet te verstoren. Het uiten van een gezonde agressie en kritiek krijgt zodoende geen kans, terwijl een dochter juist wel de vrijheid zou moeten hebben om ook over de verschillen te communiceren.’

Over Bridget Maasland en haar moeder zegt Kors, voor zover ze dat natuurlijk kan beoordelen aan de hand van een paar citaten: ‘Moeder en dochter Maasland lijken aan elkaar vastgeplakt te zitten. De moeder kan haar grenzen niet goed bewaken en voelt zich daardoor belast. Ze fantaseert al over een kleinkind. Dat legt een enorme druk op de dochter. Hoe erg zal Bridget haar moeder teleurstellen als ze geen kinderen wil of kan krijgen? Wat beweegt deze moeder om zo boven op haar dochter te zitten? Een angst voor leegte, om niet meer nodig te zijn voor haar kind? Versterkt het haar zelfbeeld dat ze zo belangrijk is voor haar dochter? Is ze voldoende in staat haar eigen belang te onderscheiden van dat van haar dochter?’

Is meermalen daags bellen, zoals Ellen en Bridget Maasland doen, zonder meer ongezond? ‘Een moeder hoeft niet tegen haar dochter te zeggen: Je mag me maar één keer per week consulteren. Maar ze kan haar dochter wel stimuleren om andere bronnen aan te boren. Het is niet goed dat ze altijd maar beschikbaar is voor haar kind. Het is belangrijk dat ze grenzen stelt, bijvoorbeeld door aan te geven dat een telefoontje haar niet altijd uitkomt. Als moeder en dochter elkaar geregeld alleen maar voor de gezelligheid bellen, is daar op zich niets mis mee. Maar meermalen daags lijkt me toch wel ongezond.’

Psychotherapeute en coach Karin Swanenberg (46), van huis uit sociologe, heeft zelf aan den lijve meegemaakt dat de relatie met haar moeder te intens was, ook al is ze niet de dochter van een babyboomer. ‘Mijn moeder had twee hartsvriendinnen: haar zus en ik. Ze heeft me vanaf dat ik een tiener was meer als gelijke behandeld dan als dochter. Zo besprak ze haar sores met mijn vader met mij. Daardoor was ik geen kind meer, maar raadgever van mijn moeder.’

Door zo’n positie in te nemen, kan een kind overbelast raken, weet ze nu. ‘Een kind heeft de neiging uit liefde de zorgen van een ouder op zijn nek te nemen. Het gaat magisch denken; kom maar mama, ik los het wel voor je op. Op mijn 14de zei ik al: Mam, je moet van die vent af.’

Behalve adviseur en vriendin van haar moeder werd ze de ‘rechter’ van haar ouders. ‘Ik veroordeelde mijn vader, omdat hij met zijn driftaanvallen de liefste moeder van de wereld zo’n verdriet deed.’

Door de band met haar moeder kreeg ze geen kans de confrontatie met haar vader aan te gaan. ‘Als ik tegen mijn vader in opstand kwam, probeerde mijn moeder de lieve vrede te bewaren. Dan zei ze tegen me: Laat nou maar. Die man is toch niet te veranderen. En omdat ik geen ruzie wilde met de vrouw die in tegenstelling tot mijn vader onvoorwaardelijk van me hield, luisterde ik naar haar. Met als gevolg dat ik met mijn vader niets heb kunnen uitvechten.’

Ook toen Swanenberg volwassen werd, bleef haar moeder de relatie met haar echtgenoot met haar enige dochter bespreken. ‘Daardoor deed ze telkens weer een emotioneel appèl op mij: help mij, wees er voor mij. En ging ik door met haar te redden. Maar een dochter hoeft er niet voor de moeder te zijn, ook niet als ze volwassen is. Een moeder is verantwoordelijk voor haar eigen leven. Zij had haar problemen beter met een therapeut of goede vriendin kunnen bespreken. Dat was letterlijk gezonder voor mij geweest.’

Als jongvolwassen vrouw kreeg Swanenberg de vermoeidheidsziekte ME/CVS. Ze wijt het mede aan de overbelasting die ontstond in de relatie met haar moeder, maar daar kwam ze pas een jaar of vier geleden achter toen ze in opleiding was voor systemisch therapeut. ‘Toen ik besefte dat wij beiden een ziek­makend patroon in stand hielden, heb ik het op een niet-verwijtende manier met mijn moeder besproken en haar uitgelegd dat dit een te grote belasting voor me opleverde. Mijn moeder heeft meteen erkend: ja, zo was het. Ze heeft niet geprobeerd het goed te praten. Integendeel. Ze zei ook dat ze het zeer betreurde. Dat was zo helend voor mij. Ze heeft zich aan de afspraak gehouden haar emotionele sores niet meer op mijn bord te leggen.’

Haar moeder is nu 85, haar vader leeft niet meer. Swanenberg is er langzaamaan beter in geworden haar grenzen te bewaken als haar moeder daar onbewust toch overheen wil. ‘Mijn moeder heeft hartklachten en evenwichtsproblemen. Een paar jaar geleden stelde ze voor me elke ochtend te bellen zodat ik zou weten dat ze nog leefde. Maar ik vond dat een benauwende zorgplicht, hoeveel ik ook van haar houd. Ik heb toen bedacht dat ze haar zusje dagelijks zou bellen. Natuurlijk wil ik wel zorg voor haar regelen, maar ik ben niet meer vanzelfsprekend voor haar beschikbaar, emotioneel niet en ook niet als haar taxichauffeur. Ook al is die valkuil door onze nauwe band er nog wel, we bewaken nu beter dat we alleen dochter en moeder zijn. Heel gezond voor ons allebei.’

Lopen moeders met een slechte relatie met hun man, of alleenstaande of gescheiden moeders niet een groter risico om te close met hun dochter te worden en te veel op haar te leunen? ‘Het is wel een valkuil, maar het hangt van de bewuste moeder zelf af of ze daar in trapt,’ vindt Swanenberg. ‘Je kunt het niet veralgemeniseren. Als zo’n moeder de verantwoordelijkheid voor haar eigen leven neemt, een goed vriendinnennetwerk heeft en zo nodig in therapie gaat, hoeft de band ook in dit geval niet ongezond te worden.’

Elsbeth Kors: ‘De valkuil kan ook bij de dochter liggen. Een dochter die timide en onzeker van aard is, zal eerder geneigd zijn zich aan haar moeder vast te klampen dan een rebelse meid die haar eigen gang wil gaan. Maar ook een meer kwetsbare dochter zul je voor haar eigen bestwil moeten stimuleren op eigen benen te staan en een eigen netwerk op te bouwen.’

‘Het was eerder verkering dan vriendschap’

Odette de Rooy (34), docente mbo: ‘Mijn moeder, die 60 jaar is en uit een gezin van elf kinderen komt, is in haar jeugd een beetje aan haar lot overgelaten. Ze nam zich voor het anders aan te pakken toen ze zelf een zoon en dochter kreeg. Ze heeft me alle liefde en aandacht van de wereld gegeven. We hadden geen vriendschap, het was meer verkering. Ik kon alles bij haar halen behalve seks. We gingen samen winkelen, naar de film en het theater en soms op reis. Ze hielp me met mijn kamer opknappen wanneer ik als student weer eens verhuisde. Wederzijds vroegen we elkaar advies over van alles en nog wat. Mijn vader kreeg weinig kans ertussen te komen, terwijl ik eigenlijk qua interesses en aard meer op hem lijk. Mijn moeder was er een kei in om voor mijn vader te denken. “Hij vindt er niks aan om samen met ons naar Londen te gaan.”

Het is niet toevallig dat ik tot mijn 30ste vrijgezel ben geweest, want ik had mijn moeder toch. Ik had alleen af en toe een one-night-stand of een scharrel voor de seks. Dat besprak ik allemaal met haar. Net zoals ik in het praten over allerlei andere zaken niet begrensd werd.

Op mijn 28ste ben ik therapie gegaan, omdat ik vastliep in mijn werk en in mijn contacten met anderen. Ik was niet weerbaar genoeg. Ik kon er niet tegen dat iemand kattig of lelijk tegen me deed. Dat was ik van huis uit niet gewend. Ik kon er ook niet tegen dat ik niet overal het middelpunt was. Dat ik soms in de wachtstand werd gezet als ik ergens om vroeg. Want mijn moeder gaf nooit grenzen aan. Ze cijferde zich voor me weg. Ik kon altijd bij haar terecht. Ik was de centrale persoon in haar leven.

Mijn losmakingsproces is pas na mijn 30ste begonnen. Pas toen besefte ik langzaamaan dat de liefdevolle deken die ze om me heen sloeg een paar graden te heet was. Dat ze me te hard knuffelde. De relatie met mijn echtgenoot heeft me ook geholpen meer los te komen van haar, evenals het feit dat zij met mijn vader naar Spanje is verhuisd. Een initiatief dat ditmaal door mijn vader is genomen.

Met mijn moeder heb ik nu veel meer een moeder-dochtercontact met elementen van vriendschap. Ik bespreek mijn seksleven bijvoorbeeld niet meer met haar. Dat vind ik nu te ver gaan. Maar zij heeft vroeger nooit gezegd: Dat mag je voor jezelf houden. Dat gaat mij niets aan.

Ik vraag me weleens af hoe ik het zelf zou doen als ik een dochter krijg. Eén ding is zeker: ik wil haar niet doodknuffelen. Ik wil een moeder met grenzen zijn. Zoals ik ook grenzen stel aan mijn leerlingen.’

Goed contact

Volgens recente cijfers heeft driekwart van de moeders en 68 procent van de vaders in Nederland wekelijks contact met haar of zijn volwassen kinderen. Moeders en dochters hebben 40 procent meer contact dan vaders en zoons.

De meeste kinderen (81 procent) en ouders (90 procent) vinden dat ze goed tot zeer goed contact hebben .

(Bron: Netherlands Kinship Panel Study)

Een dezer dagen verschijnt het boek van Deborah Tannen in een Nederlandse vertaling: Doe je dat echt aan? Over de speciale band die bestaat tussen moeders en dochters, Bert Bakker, €18,95

Meer informatie:

Dr. Christiane Northrup, De moeder-dochterrelatie als bron van kracht, Gottmer Uitgeversgroep, 2006, €34,95

Karin Swanenberg, Azart, praktijk voor training, begeleiding en therapie, Den Bosch, 073-6142989

Psychologenpraktijk Amersfoort-Noord, 033-4562577

Door Anke Manschot / 01 mei 2006 / ()

5 artikelen
  • Mug met de gouden tand last voorstelling af

    22 april 2014

    Na het ter perse gaan van het meinummer Opzij werd bekend dat Mugmetdegoudentand de voorstelling 'De Freudjes, geen familie' te annuleren. Wegens ziekte kan niet aan de eigen kwaliteitseisen worden voldaan, aldus de makers.

  • Opzij aanbieding: 'Neelie'

    18 april 2014

    Ontvang de biografie van 'Neelie' als eerste en zonder bezorgkosten thuis.

  • Vrouwen betere schoolleiders dan mannen

    17 april 2014

    Vrouwen zijn betere schoolleiders dan mannen, dat blijkt uit het jaarlijkse onderwijsverslag van de Onderwijsinspectie. Bijna veertig procent van de vrouwen scoort bovengemiddeld goed. Bij mannen heeft ruim twintig procent dezelfde score.

  • Neelie, jaloersmakend authentiek

    17 april 2014

    Deze maand verschijnt het boek Neelie. Brave meisjes schrijven zelden geschiedenis waarin familie, vriend, vijand en Neelie Kroes zelf vertellen over het leven van ’s lands succesvolste vrouw. Speciaal voor Opzij licht de schrijfster van het boek, historicus Alies Pegtel, Kroes’ emancipatoire ontwikkeling uit. Gevolgd door een voorpublicatie uit het boek.

  • Een beetje stress is goed voor je

    17 april 2014

    Weer tot middernacht doorgewerkt om met stoom uit je oren de deadline te halen? Helemaal niet zo erg. Een beetje stressen is gezond. En maakt nog sociaal ook.