Feminisme nu
Feminisme nu
Het aannemen van de abortuswet in 1981 markeert tevens het einde van de tweede feministische golf in Nederland. De grootste winst van de tweede feministische golf is dat er nu voor alle mogelijke vrouwen een plekje in de wereld is. Het feminisme heeft vrouwen mogelijkheden gegeven hun talenten te ontplooien. Vrouwen worden niet alleen meer op het moederschap beoordeeld.
Toch zijn die verworvenheden geen reden om in te dutten. Met name de positie van veel allochtone vrouwen in ons land is slecht. Zij hebben vaak niet de vrijheid zich te ontwikkelen zonder culturele of religieuze belemmeringen. Dat kan tot gevolg hebben dat ze niet zelf invulling kunnen geven aan hun seksualiteit, dat ze niet vrij zijn in hun partnerkeuze, dat ze worden gedwongen zich te laten besnijden, dat ze worden mishandeld en uitgehuwelijkt. Onder het mom van vrijheid van godsdienst wordt de vrijheid van individuele vrouwen binnen die godsdienst ingeperkt. Indirect worden daardoor ook de individuele rechten van autochtone vrouwen bedreigd. Voorlopers in de groep allochtone vrouwen vinden het tijd worden voor actie en spreken al van een derde feministische golf.
Overigens is het een misvatting om te stellen dat de emancipatie van autochtone vrouwen zou zijn voltooid. Dat er in veel gevallen nog sprake is van achterstand, blijkt uit enkele voorbeelden op het terrein van achtereenvolgens arbeid, politiek, seksualiteit, huwelijk en gezin.
Arbeid
Pas in 1996, bij de herziening van de Arbeidswet is, na bijna honderd jaar, het in 1889 ingestelde verbod op nachtarbeid voor vrouwen in de industrie opgeheven.
In 1996 werd de wet Gelijke behandeling op grond van arbeidsduur aangenomen. Deze Wet verbiedt onderscheid in arbeidsvoorwaarden tussen werknemers die in deeltijd werken en werknemers die voltijds werken, tenzij dit objectief gerechtvaardigd is. Dit betekent dat een deeltijder naar verhouding recht heeft op dezelfde beloning, toeslagen, vakantiedagen en pensioen als een voltijder. De Wet verbeterde de positie van vrouwen aanzienlijk, aangezien in Nederland extreem veel vrouwen in deeltijd werken.
In 1992 had ruim de helft van de werkende vrouwen een deeltijdbaan van 12-34 uur per week. In 2003 was dit toegenomen tot tweederde. De meeste werkende mannen hadden in 2002, net als tien jaar eerder, een voltijdbaan. Bijna negen van de tien werkten in een baan van 35 uur of meer per week. Het aandeel met een grote deeltijdbaan, 20-34 uur per week, steeg tussen 1992 en 2002 van 7 naar 11 procent. Het aandeel van vrouwen in de werkzame beroepsbevolking is overigens wel gestegen van 37% in 1994 tot 41% in 2002.
Begin 2000 werd de Wet Aanpassing Arbeidsduur (Deeltijdwet) van kracht, die werknemers het recht biedt om meer of minder uren te gaan werken.
Ondanks de verbeterde wetgeving bekleden nog te weinig vrouwen bekleden leidinggevende functies. Hoewel het aandeel van vrouwen onder de managers is gegroeid (van 12% in 1994 naar 25% in 2003), zijn vrouwen in de echte top een heel kleine minderheid. Uit onderzoek uit 2004 van Women's International Network blijkt dat slechts 7 procent van de topposities in Nederlands grootste bedrijven door vrouwen wordt vervuld. De overheid doet het niet veel beter. Bij de ministeries was er in 2000 een vrouwelijke secretaris-generaal. Een op de tien directeuren-generaal was vrouw. Uit cijfers van de internationale arbeidsorganisatie ILO blijkt dat het aantal vrouwen in managementfuncties in Nederland aanzienlijk lager is dan in bijvoorbeeld Estland, Botswana, Canada, Puerto Rico, Costa Rica, België en Hongarije.
In 2001 was nog maar 41% van de vrouwen van 15 tot 65 jaar economisch zelfstandig. Dat betekent dat een meerderheid van de vrouwen financieel afhankelijk is van een partner, dan wel een uitkering.
Vrouwen worden in vergelijking met mannen slechter beloond voor betaald werk. Het gemiddeld uurloon van vrouwen is 78% van het uurloon van mannen. Ook wanneer er wordt gecorrigeerd voor leeftijd en opleidingsniveau blijft er een beloningsverschil bestaan van 7%. Ook wereldwijd verdienen vrouwen minder dan mannen. Uit onderzoek van de internationale arbeidsorganisatie ILO blijkt dat mannen zelfs meer verdienen in tot nu toe als typisch vrouwelijk beschouwde beroepen als onderwijzen en verplegen.
Politiek
Met de positie van vrouwen in de politiek is het slecht gesteld. Met het kabinet Balkenende IV telt voor het eerst een record-aantal vrouwelijke ministers, maar dat zijn er dan toch nog maar vijf. Een vrouwelijke minister-president heeft Nederland nog nooit gehad, en ook de meeste partijleiders zijn nog altijd man. En de SGP, een partij waarvan vrouwen geen lid mogen worden en waarin ze niet verkiesbaar zijn, wordt nog steeds gesubsidieerd door de overheid. Meer informatie over vrouwen in de politiek is te vinden op: emancipatie.nl
Seksualiteit, huwelijk, gezin
Vrouwen zijn de afgelopen dertig jaar massaal de arbeidsmarkt opgegaan, maar hun thuissituatie is nog te weinig veranderd. Mannen nemen een kleiner deel van de onbetaalde arbeid voor hun rekening. Van de vrouwen combineert 39% betaald werk (van minimaal 12 uur) met huishoudelijke en zorgtaken, bij de mannen is dit slechts 29%. Uit de Emancipatiemonitor 2004 blijkt bovendien dat mannen en vrouwen de laatste jaren traditioneler zijn gaan denken over de onderlinge taakverdeling. Herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid lijkt de laatste jaren door minder mannen en vrouwen belangrijk te worden gevonden dan voorheen. Zo vindt in 2002 de helft van de vrouwen en mannen het belangrijk dat betaalde arbeid gelijk verdeeld wordt, in 1997 was dat nog ruim 60%. Bijna de helft van de vrouwen en mannen vindt in 2002 dat het gezinsleven er onder lijdt als een moeder een volledige baan heeft, tegen een kwart in 1991. De helft van de mannen en 30 procent van de vrouwen vindt de vrouw beter geschikt voor de opvoeding van kleine kinderen, in 1996 waren vier op de tien mannen en twee op de tien vrouwen die mening toegedaan.
Geweld tegen vrouwen komt nog altijd veel voor. In 2000 zijn er bijna 2.900 processe-verbaal opgemaakt van aanranding, bijna 1.650 van verkrachting en ruim 2.5000 van overige seksuele misdrijven. In 2001 hebben zich ruim 32.000 vrouwen (met eventueel kinderen) aangemeld bij de vrouwenopvang, en een toenemend aantal van hen is van allochtone afkomst. Besnijdenis van vrouwen komt in ons land nog steeds voor.
Veel ouders hebben problemen met hun dagindeling. Schooltijden lopen niet gelijk met werktijden van werkende ouders. Ouders hebben ook vaak te maken met verschillen in schooltijden tussen jongere en oudere kinderen. Bovendien vallen regelmatig lessen uit. Er zijn nog steeds wachtlijsten voor een plaats in de kinderopvang, en de prijzen voor de opvang stijgen alsmaar.
Emancipatie stagneert
Bijna de helft van de vrouwen en mannen vindt dat het gezinsleven eronder lijdt als een moeder (!) een volledige baan heeft. In 1991 dacht nog maar een kwart van de respondenten er zo over. Dat betekent een flinke stap terug in de beeldvorming over werkende vrouwen. Want het gaat hier puur om beeldvorming; in de praktijk zijn er immers nauwelijks fulltime werkende moeders in Nederland zodat nauwelijks bekend is in hoeverre het gezin hieronder lijdt.
Een en ander blijkt uit de Emancipatiemonitor 2004 van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat in vrijwel alle andere EU-landen het merendeel van de werkende vrouwen een fulltime baan heeft, terwijl de meeste Nederlandse vrouwen in deeltijd werken. In 1990 had de helft van de werkende vrouwen in Nederland een deeltijdbaan (12-34 uur), in 2003 is dit aandeel toegenomen tot 66%. Uit gegevens het het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat van alle moeders uit twee-oudergezinnen met minderjarige kinderen slechts 8,3% fulltime werkt.
Herverdeling taken minder belangrijk
Het lijkt er dus op dat het grote aantal deeltijdwerkende vrouwen in Nederland te verklaren valt uit de angst van vrouwen om anders hun gezin te kort te doen. En blijkbaar is die angst in de afgelopen jaren zowel bij mannen als vrouwen toegenomen. Blijkbaar zijn ouders het er ook over eens dat vaders en moeders een heel andere rol in het gezin hebben. Fulltime werkende vaders worden niet als 'probleem' gezien. Sterker nog: de helft van de mannen en drie op de tien vrouwen vinden dat vrouwen geschikter zijn voor het opvoeden van kinderen dan mannen. In 1996 waren dat nog vier op de tien mannen en twee op de tien vrouwen. Herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid lijkt de laatste jaren door minder mannen en vrouwen belangrijk te worden gevonden dan voorheen. Zo vindt in 2002 de helft van de vrouwen en mannen het belangrijk dat betaalde arbeid gelijk verdeeld wordt, in 1997 was dat nog ruim 60%. Het lijkt dus eerder achteruit dan vooruit te gaan met de emancipatie.
Deeltijdwerk belemmert carrière
Voor de carrières van vrouwen is al dat deeltijdwerk funest. Bijna 60% van de werkgevers is van mening dat deeltijdarbeid niet samen gaat met het vervullen van een hogere leidinggevende functie. Bijna tweederde van hen vindt dat hogere leidinggevenden altijd bereikbaar moeten zijn. Slechts een vijfde van de werkgevers in het bedrijfsleven deelt de mening dat het aandeel vrouwen in topfuncties de komende vijf jaar moet verdubbelen. Meer dan 60% van hen vindt dat er teveel ophef wordt gemaakt over de positie van vrouwen binnen bedrijven en organisaties.
De veronderstelling van de overheid dat het relatief geringe aandeel van mannen in zorgtaken een obstakel vormt voor vrouwen om (meer) buitenshuis te gaan werken, gaat slechts voor een beperkt deel van de vrouwen op. Als de partner een dag minder buitenshuis zou werken, zou dat voor nog geen twee op de tien vrouwen aanleiding zijn om zelf meer te gaan werken. Belangrijkere voorwaarden voor een hogere arbeidsparticipatie van vrouwen,met name vrouwen met jonge kinderen, blijkt de organisatie van betaalde arbeid zelf te zijn. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om verlof op te nemen als een kind ziek is of om de werktijden aan te passen aan de situatie thuis.
Emancipatie loopt achter bij streefcijfers
In het in 2000 verschenen Meerjarenbeleidsplan zijn door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aantal streefcijfers gepresenteerd voor het jaar 2010. Zo zou in dat jaar de arbeidsparticipatie van vrouwen 65% moeten bedragen (was 55% in 2003). Bij gelijkblijvende groei (1 procentpunt per jaar) wordt het streefcijfer in 2010 niet gehaald. Het aandeel economisch zelfstandige vrouwen zou in 2010 op 60% moeten liggen (was 41% in 2001). Om de beoogde 60% in 2010 te halen, is een groei van 1,75 procentpunten per jaar nodig. Gezien de bescheiden groei van de arbeidsparticipatie en het feit dat niet alle vrouwen die gaan werken daarmee ook economisch zelfstandig worden, lijkt het onwaarschijnlijk dat dit groeitempo, en daarmee het streefcijfer, gehaald wordt. Op dit moment zijn slechts vier van de tien vrouwen in Nederland economisch zelfstandig (in 1990 was dit 25%). Van de Turkse en Marokkanse vrouwen is slechts één op de vijf economisch zelfstandig. Vrouwen van Surinaamse herkomst zijn het vaakst economisch zelfstandig (4^%), gevolgd door autochtone vrouwen (43%) en vrouwen uit de Antillen/Aruba (38%).
Ook het aandeel vrouwen in hogere functies blijft achter bij de nagestreefde ontwikkeling. Een gunstige uitzondering zijn de vertegenwoordiging van vrouwen in het kabinet, de Tweede kamer en het Europees Parlement: deze bestaan inmiddels voor 40% uit vrouwen en dat komt overeen met de streefwaarde voor 2004. Echter, het percentage van vrouwelijke burgemeesters van 20% in 2004 had 30% moeten zijn, terwijl het percentage vrouwelijke gemeenteraadsleden niet op de huidige 24% maar op 35% had moeten liggen. Ook het aandel vrouwen onder topambtenaren en in managementfuncties in bedrijfsleven en non-pro?t sector blijven achter bij de beoogde groei. Voor al deze functies lijkt het onwaarschijnlijk dat de streefcijfers voor 2010 gehaald zullen worden.
Hanna Bervoets wint Opzij Literatuurprijs 2012!
-
Seksuele intimidatie uit Frans strafrecht
Franse feministen staan op hun kop. In het Franse strafrecht is seksuele intimidatie geschrapt waar maximaal één jaar gevangenisstraf en een boete van 15.000 euro voor gold. Is dit inderdaad erg?
-
Tv-tip: Supermam
Vanavond zendt de VPRO de documentaire Supermam uit, waarin regisseur Sarah Klein de Amerikaanse Super Mom-verkiezing van 2008 volgt. Jaarlijks strijden zo’n dertig moeders daar voor de titel supermoeder. Klein volgde hen en onderzocht waar een supermoeder aan moet voldoen.
-
Juryrapport Opzij Literatuurprijs
Afgelopen zaterdag won Hanna Bervoets de Opzij Literatuurprijs. Lees hier het volledige juryrapport.
-
Hanna Bervoets wint Opzij Literatuurprijs
De Opzij Literatuurprijs, de jaarlijkse prijs voor het beste literaire werk van een Nederlandstalige schrijfster, is gewonnen door Hanna Bervoets voor haar roman ‘Lieve Celine’. Ze kreeg de prijs uit handen van juryvoorzitter Hedy d’Ancona en Opzij-hoofdredacteur Margriet van der Linden in het tv-programma Opium van de AVRO.
-
Kamervoorzitter Verbeet vertrekt
Gerdi Verbeet stelt zich bij de volgende verkiezingen niet meer verkiesbaar. In een verklaring zegt ze dat het 'tijd is voor andere zaken'.
Opzij op iPad
Download de Opzij-app in de appstore voor € 3,99 per editie. Voor Opzij-abonnees is hij gratis!