 |
 |
| | | WIE IS SASKIA VAN DER LINDEN? Ik ben geboren in 1969 in Delft. Na mijn studie Nederlands ben ik eind jaren negentig in Engeland gaan wonen en werken, o.a. als (directie)secretaresse en lerares Nederlands. Inmiddels woon ik alweer ruim twee jaar in Nederland. De thuiskomst is een grote cultuurschok geweest. Ik voel me vaak een soort allochtoon en werk nog altijd hard aan mijn (her)integratie in de samenleving! Mijn columns gaan vooral over mijn 'thuiskomst', die eigenlijk geen thuiskomst is. |
|
|
| | Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
HOLLANDSE (ON)HEBBELIJKHEDEN |
| | | 2 juli 2009 Ik was zestien en had een bijbaantje in een souvenirwinkel, toen ik voor het eerst mijn land leerde zien door de ogen van een buitenlander. In opdracht van de baas verwijderden we “Made in China”-stickers van de Delftsblauwe borden, zodat we de klanten er een certificaat van echtheid bij konden geven. Ondertussen vertelde onze Turkse collega Asli over haar botsingen met onze cultuur. “Als ik onverwacht langskom bij Nederlanders rond etenstijd, mag ik nooit aanschuiven aan tafel,” zei ze verbolgen. “Bij ons thuis is er altijd genoeg eten voor iedereen!” Asli vertelde ons ook over het Dekseltje van het Koektrommeltje – een verhaal dat tegenwoordig in haast alle boeken over Hollandse (on)hebbelijkheden terug te vinden is en dat ik steevast verwerk in mijn lessen Nederlands voor anderstaligen. Het gaat als volgt. Op visite bij Nederlanders krijg je bij je kopje koffie één koekje aangeboden. Daarna wordt het deksel op de koektrommel gedaan en verdwijnt deze weer in de kast. Alleen als je een tweede kopje krijgt aangeboden en dit ook aanneemt, haalt de gastheer of -vrouw de trommel opnieuw tevoorschijn, neemt het deksel eraf, en biedt je weer één koekje aan. De studenten vinden het altijd prachtig. Minder leuk waren de ervaringen van mijn Amerikaanse studente Rebecca, die getrouwd was met een Nederlander in Oxford. Ze was net moeder geworden toen zijn familie op vakantie naar Cambridge ging. Een kraamvisite kon er niet vanaf. Dat zou tweeënhalf uur rijden zijn geweest, dus veel te ver voor Nederlandse begrippen. Ook van de Hollandse humor was ze niet gecharmeerd. Toen ze eens teleurgesteld haar nieuwe pasfoto’s bekeek, zei haar man dat het voor haar doen juist erg geslaagde foto’s waren. De “grap” werd naar goed Nederlands gebruik herhaald tot hij rimpels, grijs haar en een baard kreeg, en Rebecca een onbedaarlijke huilbui.
Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
GIRLFRIEND |
| | | 18 mei 2009 Als Martin Cooper het mobieltje niet had uitgevonden, zou Kate dat hebben gedaan; en zoniet, dan zou ze zich nu diep ongelukkig voelen – zonder natuurlijk te weten waarom.
Meestal belt ze als ze op de bus staat te wachten. ’Hiya! How’s life?’, klinkt het altijd liefjes. Tegen beter weten in barst ik dan los. Luttele seconden later roept Kate: ’Sorry, sweetie, my bus is coming!’ en hangt op. Ik trap er telkens weer in.
Soms evalueer ik de vriendschap. Dan wil ik mijn zieleleven even schoon houden als mijn huis en Kate opruimen. Maar vaak nadat ik Kate en de draadloze telefonie in één adem heb vervloekt, komt ze met zoiets liefs dat ze haar ereplekje onder de vriendinnen voor de komende decennia weer heeft gewaarborgd. Zoals laatst bijvoorbeeld, toen ik mijn romannetje af had. Daaraan heb ik twee jaar buiten werktijd gezwoegd. ’How nice for you’, zeiden vriendinnen aan weerszijden van de Noordzee. Alleen Kate vroeg om een kopie en ging die ook nog lezen.
’Ik ben nu op bladzijde drieënvijftig,’ sms’te ze. ‘Ik kan het gewoon niet neerleggen!’ Tegen zo’n compliment was mijn ijdelheid niet bestand. Iets later vernam ik dat ze ‘smoorverliefd was geworden op de mannelijke hoofdpersoon’. Het boek las ze in twee avonden uit. Een grappig kaartje volgde, geadresseerd aan ‘de nieuwe J.K. Rowling’. Ik besloot opnieuw dat het huisvuil de deur uit moest, maar Kate mocht blijven.
Iets later hingen we weer aan de telefoon. Ze beschreef een collega, en ik grinnikte dat hij sprekend leek op Ross ‘The Boss’. ’Who’s he?’, vroeg Kate verstrooid. ‘Eén van de personages uit mijn roman,’ bracht ik met moeite uit. ‘Die naam herinner ik me niet,’ antwoordde ze beslist. ‘Hij komt er ook maar een kleine dertig keer in voor,’ mompelde ik onverstaanbaar in de hoorn. ’Oops, gotta go’, riep Kate opeens, ’there’s my bus!’
Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
CRISIS |
| | | 20 april 2009 ‘Heb je nog suggesties voor ons?’, vroeg één van de twee P&O-medewerksters tijdens mijn exitgesprek voor mijn laatste baan in Oxford. ‘Nou…’, begon ik voorzichtig, ‘een reiskostenvergoeding zou leuk zijn geweest.’ Ze keken elkaar aan en barstten in lachen uit.
‘Vakantiegeld? Wat is dat?’, had een uitzendconsulente in diezelfde stad acht jaar eerder gevraagd. Van reserveringen en een dertiende maand had ze ook nog nooit gehoord. Nadat ik alle termen had uitgelegd, keek ze me spottend aan en vroeg ze: ‘Then why did you leave Holland?’
Dat heb ik me ook vaak afgevraagd in de daaropvolgende jaren. Kort samengevat bestond mijn werkende leven in Engeland in ‘harder werken voor minder’. Het allermoeilijkst was dat ik op mijn achtentwintigste voor het eerst op kamers moest gaan wonen, bij gebrek aan betaalbare huurwoningen.
Inmiddels heb ik die eigen voordeur terug. Een blik op mijn keukentje maakt me tegenwoordig al lyrisch. Omdat er nooit iemand anders in bezig is. Omdat er geen vuil van anderen zwerft. Omdat de koelkast helemaal-van-mij-alleen is. Omdat ik in Engeland geen winkel ken waar ik zo’n leuke, moderne én goedkope mok had kunnen kopen. Omdat de (door mij gekozen!) zonnebloemgele verf zo vrolijk maakt.
Waarschijnlijk ben ik de enige Nederlander die iedere maand een bedankbrief zou willen sturen naar de salarisadministratie van het bedrijf waarvoor hij werkt. In een PS’je zou ik ook iets aardigs willen zeggen over de gratis koffie, thee, stukken fruit en lunches die de meeste collega’s zo vanzelfsprekend vinden, maar waarvan ik inmiddels weet dat ze dat helemaal niet zijn.
IJslandse spaartegoeden bezit ik nog altijd niet, een Ikeapas evenmin en naar die Bibaboerderij kan ik wel fluiten. In heel 2008 had ik nog niet één Albert Heijn-smurf… Mijn Nederlandse vriendenkring vindt me er raar om. Het kan me niets schelen. Míjn crisis is voorbij!
Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
TERUG NAAR DELFT-ZUID |
| | | 23 maart 2009 San Quentin, I hate every inch of you. You've cut me and have scarred me thru an' thru... Vervang ‘San Quentin’ in dit liedje van Johnny Cash door ‘Delft-Zuid’ en je hebt een goed beeld van mijn gevoelens voor dit stadsdeel.
Uit balorigheid had een studiegenoot ooit een dagtrip naar station Delft-Zuid voorgesteld. De bedoeling was dat we wat zouden rondhangen op het perron, waarna we van pure ellende maar weer op de trein zouden stappen. Toen wist ik nog niet dat ik er na mijn afstuderen zou gaan wonen. Wat was ik bang dat hij achter mijn nieuwe adres zou komen!
Delft-Zuid was de reden waarom ik indertijd een enkele reis Heathrow kocht. ‘Het enige dat je in Delft-Zuid kan doen,’ verkondigde een collegaatje dat er eveneens met weinig plezier had gewoond, ‘is: je voor de trein gooien. Die stopt er toch nooit!’
Ik vind het daarom ironisch dat de eerste trein die ik neem bij mijn terugkomst in Nederland wordt omgeleid en dat we moeten overstappen in Delft-Zuid.
Nu ik onverwacht oog in oog sta met mijn oude woonplaats, vraag ik me af of ik mijn beeld ervan moet bijstellen. Ik probeer de rationele benadering. Mijn liefste kat is er gestorven. De breuk met mijn familie werd er definitief. Ik ben er aangerand door een tiener, die geschrokken op zijn fiets sprong toen ik op hem afvloog en achter hem aan blééf rennen terwijl ik: ‘Lafaard!’ krijste.
Het helpt allemaal niet. Delft-Zuid, zo besef ik opnieuw, is in de eerste plaats verschrikkelijk om zichzelf.
[Delft-Zuid], may you rot and burn in hell. May your walls fall and may I live to tell. May all the world forget you ever stood. And may all the world regret you did no good.
Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
MANNEN MET MAKE-UP |
| | | 23 februari 2009 In een Brits tabloid stond onlangs een artikel over een vrouw die een manshoge kartonnen uitsnede van David Beckham thuis heeft staan. Bij het opstaan en het naar bed gaan, geeft ze hem een zoen. Tussendoor schenkt ze kopjes thee voor hem in. De krant riep haar uit tot Zieligste Persoon van het Jaar. Ik ben het daar niet mee eens. Misschien is ze juist intens gelukkig.
Zelf ben ik sinds de puberteit gefascineerd door mannen op het TV-scherm en witte doek. Ooit zouden mijn nichtje, zus en ik gaan trouwen met resp. Boy George, Adam Ant en Limahl. Helaas zijn de huwelijken nooit doorgegaan. Onze familiefoto’s zijn pijnlijk saai.
‘Mannen met make-up?’, brieste mijn vader indertijd. ‘Allemaal homo’s!’ Het kon me niets schelen. Ik was dertien en smoorverliefd. Daarnaast was ik ervan overtuigd dat Limahl meteen heteroseksueel zou worden bij zijn eerste ontmoeting met mij.
Ook nu nog heb ik een zwak voor beroemde mannen. Vooral Keanu Reeves, Colin Firth en Daniel Craig lijken me ‘leuk om te hebben’. Al staan er tussen droom en daad inmiddels meer praktische bezwaren dan vroeger.
‘Keanu, opstaan!’ ‘Keanu, eten!’ ‘Keanu, zet jij even de vuilniszakken buiten?’ Het klinkt gewoon niet goed.
Ik zou ook al niet kunnen verwachten van Colin dat hij iedere dag speciaal voor mij die ene scène uit Pride & Prejudice naspeelt, waarin hij volledig gekleed in het water springt. Al was het maar omdat er op mijn balkon nog geen plaats is voor een teiltje.
En hoewel ik pas interesse heb gekregen in James Bond sinds de komst van Daniel Craig, zou ik niet weten wat ik met hem aan moest als hij in mijn flat rondliep. Waarschijnlijk roep ik tenslotte: ‘Ga nou maar even buiten spelen met je pistool!’ Want ik ben eigenlijk meer vredesactiviste dan Bond-girl.
Doe mij maar die kartonnen versies…
Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
ENGELS NEDERLANDS |
| | | 26 januari 2009 In een vorig leven verbeterde ik mijn moeder graag. “Wie heeft jou nou eigenlijk praten geleerd?”, foeterde ze dan. Waarop ik geduldig uitlegde dat ik blij was, eindelijk iets voor haar terug te kunnen doen. Ik ben zelfs Nederlands gaan studeren, eerst aan het M.O. en daarna aan de universiteit.
Nu leef ik in een soort niemandsland van de taal: mijn Engels is nog altijd verre van volmaakt en mijn Nederlands is niet meer wat het geweest is.
Ten eerste blijk ik met een accent te spreken. In een Russische boekhandel wordt er gevraagd of ik “ook Russische” ben. Een allochtoon feliciteert mij met het niveau van mijn Nederlands. “Dat mag ook wel”, antwoord ik wanhopig. “Ik ben hier geboren en getogen en ik heb er ook nog eens acht jaar studie aan gewijd.”
Ten tweede klopt wat ik zeg niet altijd helemaal… en soms ook helemaal niet. In dat opzicht lijk ik nu op een afasiepatiënt.
Dat “zij klikken niet” een directe vertaling is van “they don’t click” besef ik pas nadat ik het gezegd heb. Meestal heb ik mijn eigen fouten niet door en moeten anderen me erop wijzen. Karen, een vriendin van de studie Nederlands, is nu mijn corrector.
“Er zijn verschillende vloeren in dit gebouw”, zeg ik en zij roept: “Verdiepingen!” Ik gebruik de constructie “meer of minder” en zij roept: “Min of meer!” Mijn inwerktijd noem ik naar goed Engels voorbeeld “mijn inductie” en zij roept: “Introductie!”
In dit opzicht sta ik gelijk aan de twee kleintjes die zij inmiddels heeft. Wat de taalverwerving aangaat, ben ik haar geadopteerde derde kind. Wat zou mijn moeder hebben gelachen.
Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
MIJN PRACHTIGE LICHAAM |
| | | 29 december 2008 Maatje achtendertig! Ik ben er maar wát trots op.
Alleen met mijn voeten ben ik meer dan honderd procent tevreden. Ze hebben de ideale vorm. Er hoeft niets af of bij! Er is geen ander lichaamsdeel waarmee ik zó tevreden ben. Dat maatje achtendertig heeft.
Toch is er het nodige aan te merken op mijn voeten. Ze mogen er dan fantastisch uitzien: ze doen hun werk niet best. Zo besloten ze allebei, zich uitgerekend in Engeland te verstuiken. Mijn enige geluk was, dat ze daarvoor verschillende data prikten. Voor de rest was het afzien. Het zijn barre tijden voor de National Health Service, en tot twee keer toe moest ik een volle dag wachten tot een arts me kon zien.
Vorm en inhoud zijn in het geval van mijn verschillende lichaamsdelen duidelijk niet één. Neem nou mijn buik. Ik mag dan tegelijkertijd aan liposuctie denken als ik aan mijn buik denk: hij is gezond, hij werkt prima, hij speelt me nooit parten.
En precies hetzelfde geldt voor mijn korte, dikke beentjes en armpjes, mijn veel te brede schouders, mijn iets te grote neus, mijn silicoonloze lippen, mijn Botoxvrije aangezichtsspiertjes, mijn van plastische chirurgie gevrijwaarde borsten…
Eigenlijk is maar één deel van mijn lichaam in mijn ogen perfect, zowel naar vorm als inhoud: mijn hersenen! Die coördineren de boel, zodat het allemaal niet in het honderd loopt. Ze hebben er een dag- en nachttaak aan!
Dankzij mijn hersenen kan ik eten, drinken en diëten; denksporten en beweegsporten; grijpen, vasthouden of loslaten; nadenken, piekeren, oppotten, oplossen; doen en laten; lachen, huilen, in woede ontsteken; dagdromen en nachtdromen; vergeven, vergeten, wraak nemen; ademen; en flauwe stukjes schrijven als dit…
Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
KERSTMIS MET DE FAMILIE N. |
| | | 1 december 2008 De truc was om geen naam op het papiertje en kaartje te schrijven. Dan bleef het cadeau rouleerbaar. In het ergste geval kreeg een man op die manier een vrouwenslip, of andersom. Maar het was het risico waard.
In september begonnen de voorbereidingen al. Ik weet het, want Sophie en ik hebben elkaar leren kennen als collega’s. Op het werk werden talloze A4’tjes met de wensen van familie, vrienden, kennissen, collega’s en buren uitgeprint en besproken. Als ik me niet vergis, stonden ook de postbode, mondhygiënist en favoriete supermarktcaissière erop.
Het eerste jaar voelde ik me voor schut staan. Ik had er niet op gerekend dat alle familieleden van Sophie mij ook een cadeautje zouden geven. Ik kende ze immers niet eens! Het tweede jaar voelden zij zich duidelijk ongemakkelijk omdat het omgekeerde was gebeurd.
Toen leerde ik voor het eerst iets over de Engelse Kerstcadeau-etiquette. Dat er een uitgebreide Christmas shopping list was, betekende niet dat er rekening werd gehouden met individuele wensen. Zo onpersoonlijk mogelijk, luidde de ongeschreven regel. Dan was je altijd voorbereid op een onverwacht cadeau.
‘Sweetheart, ik heb het helaas nog niet kunnen inpakken,’ loog een zus, en overhandigde me het pakje dat zij eerder die avond zelf had mogen ontvangen. Daarvan was ik nog getuige geweest. Een andere gaf me iets waarop toch duidelijk de naam van Sophie geschreven was. ‘Foutje!’ giechelde ze.
Ik heb me laten vertellen dat het wel voorkomt dat een cadeautje soms terugbelandt bij degene die het heeft gekocht, in de originele verpakking nog wel, nadat het door diverse handen is gegaan. Maar bij de familie N. heb ik dat nog nét niet meegemaakt.
Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
NAAR HET PALEIS |
| | | 3 november 2008 Een week geleden was ik nog een overtuigd republikein. Een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek op het Paleis later en van die overtuiging is niets meer over.
Ik ben vooral nerveus omdat het gesprek aan het eind van de middag plaatsvindt. Ik zou overdag naar het strand kunnen gaan; maar wat als ik het Paleis binnenloop met zand aan mijn schoenen? Ik zou ook wat schoonmaakwerk kunnen doen in huis. Maar stel dat ik dan ga zweten - en dat ze dat dan ruiken op het Paleis?
Na een spoedcursus roddelbladen kan ik de stamboom van de Koninklijke familie nu uittekenen, met de namen van alle aanhang, kinderen en knuffeldieren van die kinderen erbij.
Een dag voor het gesprek besluit ik toch een nieuwe outfit te kopen. Zo vaak ga ik immers niet op bezoek bij de Koningin! Niet dat ze me zelf te woord zal staan, maar toch…
Het winkelen verhoogt de spanning alleen maar. Opeens ken ik mijn eigen smaak niet meer en vind ik de bejaardenmode machtig interessant. Daarmee kan ik toch niet de mist ingaan?
Ik zou de prijskaartjes aan de kleren kunnen laten zitten. Dan breng ik ze terug naar de winkel als ik de baan niet krijg. Een visioen van mezelf in een pakje waaraan duidelijk zichtbare prijskaartjes hangen als Hare Majesteit toevallig net de ruimte inloopt waar ik me bevind, weerhoudt me van dit plan.
Met mijn aankopen loop ik naar een terras, waar ik mijn zenuwen ga bedwingen met een drankje. Een peuter aan de tafel naast me gooit spontaan haar beker in de lucht. De inhoud belandt grotendeels op het plastic tasje naast mijn stoel.
“Vrouw vermoordt peuter (en ouders ook, nu ze toch bezig was)” stond er de volgende dag niet in de krant. Maar het heeft maar een haartje gescheeld…
Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
I’M AN ALIEN, I’M A LEGAL ALIEN |
| | | 6 oktober 2008 Je opnieuw laten inschrijven in Nederland na een aantal jaren buitenland gaat zomaar niet. Verbaasd hoor ik een baliemedewerkster op het stadhuis dit zeggen, als ik me wil laten inschrijven bij de gemeente. Ik word doorverwezen naar de immigratiedienst, iets waarom mijn Australische vrienden hier later ha(r)telijk moeten lachen: ‘Nu weet je tenminste hoe wij hier zijn behandeld!’
De immigratiedienst kan er kort over zijn. ‘Nee hoor, mevrouw, u moet u gewoon laten inschrijven bij de gemeente.’ Net als elke andere persoon die de Nederlandse nationaliteit en een Nederlands paspoort bezit, bedoelen ze. Want van geen van beide heb ik ooit afstand gedaan.
Op het stadhuis word ik weer teruggestuurd… enz.
Na een aantal maanden van het kastje naar de muur te zijn gestuurd door beide instanties, ben ik het zat. ‘Kunt u mij een brief geven waarin u verklaart dat ik mij niet bij u mag laten inschrijven?’, vraag ik aan beide, met de toevoeging dat ik dan tenminste een advocaat kan inschakelen.
Dit dreigement blijkt effectief. Voor het eerst voeren de instanties telefonisch overleg met elkaar en erkent er één zelfs ongelijk. Ik mag opnieuw langskomen om me te laten inschrijven. Het onverwachte antwoord luidt: bij de immigratiedienst.
Opeens blijkt de inschrijving binnen vijf minuten te kunnen worden geregeld. En nee, ik hoef niet te verklaren dat ik Beatrix een véél leukere koningin vind dan Elizabeth. Ook verwacht niemand van me dat ik het Wilhelmus zing, vlot en accentloos ‘Scheveningen’ of ‘Schiermonnikoog’ zeg of alle bandleden van Doe Maar opnoem. Men neemt zonder meer aan dat ik nog steeds Nederlandse ben – of dit tenminste opnieuw ben geworden.
Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
JACK |
| | | 8 september 2008 Kort geleden heb ik me aangemeld bij een bekende datingsite en nu dienen zich de eerste partners die écht passen aan. Eén van hen heet Jack; hij is vierendertig en werkt als relatiebeheerder.
We hebben al een afspraakje gemaakt als er nieuwe foto’s verschijnen bij zijn profiel. Ik moet even slikken. In vier dagen is Jack twintig jaar ouder geworden!
Op donderdag lachte een frisse dertiger nog naar me vanaf de PC. Deze maandag staar ik ongelovig naar een strak kijkende man van vijftig op m’n beeldscherm.
Ik herinner me vaag een film met Robin Williams in de hoofdrol. Robin Williams leed daarin aan een ziekte waarin hij versneld ouder werd. Op z’n vierde moet hij zich al gaan scheren.
Tegelijk hielden de uiterlijke veranderingen geen gelijke tred met zijn persoonlijke ontwikkeling. Van binnen was Robin Williams om zo te zeggen nog een kleuter toen hij al grijs werd.
Ik had altijd aangenomen dat het om een fictieve ziekte ging, maar Jack lijdt er zichtbaar ook aan. Er kan geen sprake meer zijn van eventuele kinderen of zelfs kleinkinderen. Hij mag blij zijn als hij z'n teennagels nog ziet opgroeien!
Hier is haast geboden. Ons afspraakje is op vrijdag. Een simpele rekensom leert me dat Jack tegen die tijd zeventig zal zijn. Terwijl ik dacht dat de gemiddelde Nederlandse man niet veel ouder wordt dan vierenzeventig of zoiets.
Wat ik zal aantrekken voor m’n eerste internetafspraakje kost me ineens geen hoofdbrekens meer. Iets zwarts lijkt me wel gepast.
Reageer en lees de reacties van anderen
|
|
|
|
|