DE MEISJES – EMMA CLINE

Er zijn van die scharnierpunten in je leven waarop alles radicaal mis had kunnen gaan. Emma Cline beschrijft in haar debuut De meisjes pijnlijk nauwkeurig hoe dat gaat. 

In Amerika is het een literaire sensatie: De meisjes, het debuut van het jonge übertalent Emma Cline (1989). Na slechts een handjevol korte verhalen voor de website Paris Review en The New Yorker had ze de uitgeverijen voor het uitkiezen. Voor twee miljoen dollar sloot ze een contract af bij Random House, en nu al is bekend dat er ook een verfilming komt.

Dat belooft wat, en De meisjes is inderdaad een dijk van een debuut. Het verhaal is deels gebaseerd op de geschiedenis van de Manson Family, de sekte rond onheilsprofeet Charles Manson, wiens volgelingen op rooftocht door Californië trokken en in 1969 een aantal bloedige moorden pleegden, onder meer op Sharon Tate, de acht maanden zwangere echtgenote van Roman Polański.

In De meisjes kijkt hoofdpersoon Evie Boyd terug op het jaar 1969, toen zij als 14-jarige, vlak voordat ze naar een internaat werd gestuurd, in de ban raakte van Suzanne, een jonge vrouw van 19 jaar.

De onverzorgde Suzanne, die eten uit vuilniscontainers opvist en wc-papier steelt, vertegenwoordigt voor Evie, die worstelt met haar ontluikende seksualiteit en moeite heeft met de nieuwe partners van haar pas gescheiden ouders, een wereld waarin niemand iets van je verwacht, oftewel ultieme vrijheid. Anders dan Evie maakt Suzanne bovendien deel uit van een ‘we’, een hechte groep meisjes die allemaal, zo zal snel blijken, volgelingen zijn van de sekteleider Russell Hadrick, een op seks beluste, gefrustreerde rockmuzikant.

Tijdens een zonnewendeviering wordt ook Evie ingelijfd bij de sekte. De meisjes is ondanks dit motief geen boek over de Manson-familie. In de kern draait het om de vriendschap tussen twee meisjes. En dan niet tussen Evie en Suzanne, maar maar tussen Evie en Connie, hartsvriendin uit haar jeugd, degene die haar het beste kent van iedereen, uiteindelijk misschien wel haar enige houvast.

Met Evie gaat het pas echt goed mis als ze merkt dat Connie haar, en vooral haar door Suzanne aangewakkerde opstandige gedrag, afwijst. Opeens lijkt er geen weg terug meer mogelijk en laat ze zich volledig meeslepen door Russell en zijn ge-orakel over een antiburgerlijk levens-ideaal. Connie blijft constant in haar gedachten, soms als geweten, soms als baken van hoop, ook als ze door Russell naar muziekproducent Mitch wordt gestuurd, om hem te paaien met seks. Best triest allemaal, al blijft Evie de grootste ellende bespaard.

Cline schetst overtuigend wat het betekent om als meisje op te moeten groeien, hoe kwetsbaar je bent, hoe je als een soort prooidier constant op je hoede moet zijn. Voor allerlei gevaren, niet in de laatste plaats mannen. Zoals zovelen ontdekt Evie dit op hardhandige wijze. Als ze op een gegeven moment naar de sekte probeert te liften, wordt ze opgepikt door ene Claud, die trots een foto van zijn dochter laat zien. ‘Meisjes als jij zouden niet moeten liften,’ zegt hij. Heel even gelooft Evie dat hij haar bewondert om haar lef. ‘Al had ik kunnen weten dat als mannen je waarschuwen om voorzichtig te zijn, ze je vooral waarschuwen voor de duistere dromen die zich in hun eigen hoofd afspelen.’

Er zijn momenten in je leven waarop alles radicaal mis had kunnen gaan. Cline laat je die in dit opvallend trefzekere debuut akelig nauwkeurig meemaken.

Door Arjan Reinders