EEN HAAN ALS BESTE VRIEND

Door de ogen van vier kinderen verhaalt Catherine van Campen over het grootste vluchtelingenkamp van Jordanië. Haar documentaire gaat over een realiteit die onwerkelijk aanvoelt.
Midden in de woestijn in Noord-Jordanië ligt het vluchtelingenkamp Zaatari, dat met 80.000 inwoners is uitgegroeid tot de vierde stad van het land. Hoe het is om in Zaatari te leven, daar kunnen wij ons nauwelijks een voorstelling van maken. In de documentaire Zaatari Djinn schetst filmmaker Catherine van Campen een bijzonder beeld. Ze doet dat aan de hand van de verhalen van vier kinderen.
Om te beginnen is er de opstandige Fatma, die stiekem de lipstick van haar moeder op doet en een haan als beste vriend heeft. Dan is er Ferras, de jongen die zoetigheid verkoopt en het thuis heel moeilijk heeft. Zijn vader heeft in het kamp een vrouw erbij genomen en slaat zijn zoon als die zegt dat hij dat beter niet had kunnen doen.
Er is Maryam, aan wie het leven in het kamp mogelijkheden biedt die ze anders misschien niet zou hebben gekregen: ze voetbalt, doet aan toneel, fotografeert. En tot slot is er Hammoudi, een jongen uit een rijke familie. Aanvankelijk lijkt het hem aan niets te ontbreken. In het kamp koopt zijn moeder zelfs een fiets voor hem. Maar dan raakt het geld op.
Catherine van Campen vertelt de verhalen van deze kinderen door middel van flarden van gesprekken en kleine gebeurtenissen. Die laat ze door de camera vastleggen in intieme, poëtische, soms bijna sprookjesachtige beelden, waardoor de realiteit van het leven in het kamp iets onwerkelijks krijgt. Alsof het een bizarre droom is, waaruit deze kinderen ooit zullen ontwaken, om vervolgens weer een vrij leven te kunnen leiden.
Zaatari Djinn is te zien vanaf 2 maart