COVERINTERVIEW: ANOUSHA NZUME

Hoewel Anousha Nzume zich privé en via haar werk al jaren uitlaat over haar ervaringen als black woman, was ze er huiverig voor om die op papier te zetten. Tot nu. ‘De bloedige Nederlandse geschiedenis in slavernij en kolonialisme noemt men heel keurig “een zwarte bladzijde”. Punt. Maar laten we het eens écht bespreken als maatschappij.’

‘Voor je het weet, zit je als minderheid in een negatief frame’

Theatermaker, actrice en activist Anousha Nzume groeide op in Buitenveldert. Als je haar hoort praten,  snel, ad rem, scherp, ga je ervanuit dat ze in deze keurige, witte buitenwijk geboren werd. Maar ze belandde in Amsterdam door een speling van het lot, want haar wieg stond in het centrum van Moskou. Daar leerde haar witte, Russische moeder een zwarte student geneeskunde uit Kameroen kennen. Een paar jaar later werd hun dochter geboren. ‘Ik was een laatstekanskind. Mijn moeder wilde nooit kinderen, maar met mijn vader durfde ze het aan, op haar 37ste.’
Na Nzume’s geboorte ging het gezin naar Nederland, omwille van haar vaders artsencarrière en omdat haar moeder aan de slag kon als bioloog aan de Universiteit van Amsterdam. Het plan was om na een paar jaar in Kameroen te settelen, maar het huwelijk van haar ouders hield geen stand. Haar vader keerde terug naar Kameroen, haar moeder hertrouwde enkele jaren later met een witte Amsterdammer.

 

Vanaf het moment dat kinderen in de speeltuin haar ‘vies’ noemden en vreesden dat ze haar ‘poepkleur’ op de schommel zou afgeven, ontdekte Nzume dat ze in de ogen van haar overwegend witte omgeving in Buitenveldert anders was. Bij sommige witte klasgenoten mocht ze zelfs niet thuiskomen. Nzume leerde al jong incasseren. Ze beschrijft haar coping-mechanisme beeldend in haar boek Hallo witte mensen. ‘Je bent, helemaal als jonge vrouw, zo gewend om bepaalde gevoelens van onrecht, seksuele intimidatie en misplaatste opmerkingen weg te stouwen, geen plek te geven, geen naam te geven. Dat is een reflex. Ik moet me conformeren, het hoort er nou eenmaal bij, we moeten gewoon doorzetten en er niet te veel op letten.’ Niet zeuren, niet moeilijk doen, dat was de houding die Nzume zichzelf aanmat. Zodra ze de deur uitstapte, werd ze op haar kleur aangesproken. ‘Ook op een zogenaamd positieve manier. Dan zei een jongen tegen mij dat hij op halfbloedjes viel. Ik wist dat hij dat als compliment bedoelde, maar het voelde niet aangenaam. Met zo’n opmerking wist ik me geen raad, ik kon het moeilijk een plaats geven.’
Wanneer dacht je: nu is het genoeg? Ik wil me niet langer aanpassen aan wat jij ‘de witte norm’ noemt?
‘Daar kan ik geen bepaald moment voor aanwijzen.Mijn bewustwording is een hele lange weg geweest, en nog steeds denk ik dat ik er nog niet ben. Het is heel moeilijk om je eigen maatschappelijke identiteit te definiëren als je afwijkt van hetgeen mensen als ‘normaal’ zien en ervaren.’

 

Vorig jaar wekte een NRC-artikel Witte mannen moet je breken, waarin je met drie vrouwen van kleur sprak over institutioneel racisme en online activisme, veel ophef. Je kreeg zoveel agressie over je heen dat je even stopte met twitteren.

‘Ik ben nooit gestopt met twitteren. Maar tegen NRC hebben we een klacht ingediend bij de Raad voor de Journalistiek. De krant had de afspraak geschonden dat we mochten wijzigen in het conceptartikel. Juist met zo’n gevoelig onderwerp moet je je woorden zorgvuldig wegen. Media gebruiken racisme om te scoren, voor je het weet zit je als minderheid in een negatief frame. De Raad verklaarde onze klacht gegrond.’

Je weet dus als geen ander dat racisme een beladen onderwerp is. Wat heeft je bewogen er een boek over te schrijven?
‘Ik moest er na een gesprek met mijn uitgever University Press Amsterdam, die me vroeg, wel over nadenken of ik over dit onderwerp wilde schrijven: heb ik zin in al het gedoe? Ik heb een man, drie schoolgaande kinderen, mijn voorstellingen, ik heb het druk genoeg. Maar toen bedacht ik: jarenlang voer ik al gesprekken over mijn kleur, zowel privé als op mijn werk. Het is lastig om in een kort gesprek rustig uit te leggen waar ik als black woman tegenaan loop, dat ik er bijvoorbeeld geen behoefte aan heb om van witte mensen te horen hoe ik met mijn kleur om moet gaan. Ik besloot: het is beter als ik mijn verhaal nu één keer goed vertel. Ik voel me ook geprivilegieerd dat ik de ruimte krijg om me hierover uit te spreken. Heel veel vrouwen hebben dit podium niet.’

 

Hallo witte mensen is een strijdbaar en persoonlijk boek, waarin je aan de hand van je eigen ervaringen en waarnemingen witte Nederlanders een spiegel probeert voor te houden.
‘Witte Nederlanders vinden het heel normaal om mensen van andere kleur en cultuur te bestuderen, maar omgekeerd zijn ze het niet gewend om bekeken te worden. Ik draai de lens nu eens om.’

 

Je kiest heel bewust voor de term ‘wit’ en niet voor ‘blank’.  
‘Zeker. De term “blank” is historisch beladen, en staat voor reinheid, puurheid en afwezigheid van kleur, precies waar koloniaal Europa zo trots op was. Met dit boek probeer ik de juiste context te geven aan woorden als ‘blank’ en het n-woord, omdat het allesbehalve neutrale termen zijn.’

 

Het maakt je zichtbaar boos dat zwarte vrouwen onderaan de stereotyperingsladder staan.
‘Het raakt me. Vrouwen van kleur worden als gevolg van koloniale politiek en de slavernij zelden als unieke individuen gezien, maar geregeld in een mal gegoten. Witte mannen projecteerden in hun reisverslagen hun verlangens en angsten vrijelijk op uitheemse vrouwen. Dit nogal perverse historische clichébeeld van de ‘dierlijke, seksueel onverzadigbare vrouw’ werkt onbewust tot de dag van vandaag door; het wordt nog steeds vrolijk rondgestrooid in reclames, films en bladen. In de LINDA. over ‘safari’ stond een fotoserie over vrouwen met Afrikaanse roots onder de titel: Verrukkelijke billen!! Dat was in 2014!’
Je fileert ook schrijver Robert Vuijsje, die in zijn besteller Alleen maar nette mensen zijn fascinatie beschrijft voor de rondingen van zwarte vrouwen.
‘Ik vind niet dat ik hem fileer. Ik plaats er alleen vraagtekens bij dat een witte man, die zwarte vrouwen reduceert tot wandelende seksfantasieën en een cliché- matig en seksistisch boek heeft geschreven, door de literaire wereld juichend wordt ontvangen.’
Mensen kunnen daartegenin brengen dat Vuijsje gelukkig getrouwd is met een zwarte vrouw.
‘Het gaat mij niet om Vuijsje en zijn huwelijk. Ik wil de mechanismen ontrafelen die het mogelijk maken dat een witte man succes heeft met het ridiculiseren van zwarte vrouwen en er zelfs aanzien mee verwerft.’

‘Mijn bewustwording is een hele lange weg geweest. En nog steeds denk ik dat ik er nog niet ben’ 

Heb jij zelf last van stereotypering?
‘Natuurlijk, zoals iedere vrouw van kleur in Nederland. Vroeger had ik het minder in de gaten. Jongens die mij zogenaamd complimenteerden door op te merken dat ze van halfbloedjes houden, ging het niet om mij persoonlijk. Zo’n jongen plakte toevallig een etiket op mij van zijn stereotiepe beeld van zwarte vrouwen. Later hoorde ik van vriendinnen dat het hen ook overkomt. “Ben je net zo pittig in bed?” “Jij kunt vast goed dansen!” Hoe leuk bedoeld ook, zulke complimenten houden de huidige machtsstructuren subtiel in stand. Het heet ‘exotisme’, of, zoals hoogleraar Gloria Wekker het noemt: racistisch seksisme.’

 

Toen Nzume 5 jaar was, ging haar vader terug naar Kameroen om daar een ziekenhuis op te zetten. Hij wilde niet leven in een systeem van witte suprematie. Van haar vakanties in Kameroen genoot ze: ‘Voor het eerst was ik geen uitzondering.’ Maar haar vader raakte diep teleurgesteld, omdat institutioneel racisme uiteindelijk ook in Kameroen via multinationals en westerse regeringen, zoals de Franse, in stand wordt gehouden. ‘Tot het einde van zijn leven was het zijn grote verdriet dat er bijna niet aan het systeem van witte economische macht te ontsnappen viel.’

 

Was het vervelend dat je vader op afstand woonde en dat je geen gekleurde familieleden had met wie je je kon identificeren?
‘Natuurlijk heb ik mijn vader enorm gemist. Maar mijn moeder, nu 84, is altijd absoluut een support geweest. Ze is immigrant, spreekt met een Russisch accent en heeft zelf veel met uitsluiting te maken gehad. Ik ben ook erg Russisch, emotioneel, uitbundig, iedereen is altijd welkom. Maar het is waar: mijn moeder kon mij niet begeleiden in being a black woman. Met de beste wil van de wereld kon ze dat niet navoelen.’

 

Jouw man is in jullie gezin de uitzondering: hij is als enige wit. 
‘Dat is iets totaal anders dan dat je tot een maatschappelijke minderheid behoort. Als jij thuis wordt geplaagd omdat je als enige wit bent in een gezin van kleur, heeft dat geen effect op je salaris of je carrièrekansen. In mijn boek probeer ik uit te leggen dat institutioneel racisme onderdeel is van een sociaal systeem waardoor mensen van kleur nog altijd minder verdienen en minder promotie maken.’

 

Een van de thema’s die je aankaart, is dat racisme niet past in het zelfbeeld van Nederland. 
‘Dat is heel merkwaardig, ja. Als ik in Rusland met vrienden discussieer over racisme en discriminatie zegt niemand: “Zo zijn wij niet.” Russen zijn zich heel bewust van hun rol in de geschiedenis en erkennen dat bij macht ook geweld hoort. De Nederlandse identiteit is gestoeld op vrijheid, openheid en gelijkwaardigheid, terwijl ook Nederland een bloedige geschiedenis heeft in slavenhandel en kolonialisme. Dat heet hier heel keurig een “zwarte bladzijde” in de historie. Punt. Maar laten we het als maatschappij eens écht bespreken. Russen en Duitsers doen dat wél.’

 

Je beschrijft dat een witte vriendin een discussie-avond organiseerde over wit privilege. Die liep helemaal uit de hand.
‘Het was vreselijk. Er waren vooral witte, hoogopgeleide mensen uit de kunst- en mediasector, maar niemand erkende dat wit privilege bestaat. Ze voelden zich aangevallen en kwamen met argumenten als: “Ik kom uit de provincie, ik heb een zachte g,  ik word ook gediscrimineerd.” Het zou heel fijn zijn als naar de ervaringen van mensen van kleur geluisterd wordt, in plaats van dat we witte mensen moeten overtuigen van iets dat ze nooit hebben of zullen ervaren.’

 

Waarom wekt het zoveel irritatie op als je Nederlanders wijst op het bestaan van wit privilege? 
‘Nederland koestert haar identiteit van vrijgevochten, tolerant, egalitair landje. Vooral witte, progressieve Nederlanders hebben sinds de jaren ’70 de houding “iedereen is in mijn ogen gelijk” en “ik zie helemaal geen kleur”. Ze hebben rationeel besloten dat ze geen racist zijn en daarmee is de kous af. Maar veel van onze gedragingen spelen zich af op onbewust niveau. Enorm veel hardnekkige culturele aannames kunnen leiden tot racisme zonder dat je je daarvan bewust bent. Nog steeds moet ik regelmatig aan vrienden en collega’s vragen waarom ze een bepaalde opmerking of grap maken over mensen die er zo uitzien als ik.’

‘Progressieve Nederlanders hebben rationeel besloten dat ze geen racist zijn en daarmee is de kous af’ 

Met jouw boek spreek je witte Nederlanders aan omdat de meesten ontkennen dat racisme diep zit ingebed in het systeem. Denk je dat deze onwelkome boodschap doel zal treffen? 
‘Ik hoop een bescheiden bijdrage te leveren aan bewustwording. Het valt me op dat mijn dochter van 13 met precies dezelfde problemen te maken heeft als ik in mijn jeugd. Op haar progressieve gymnasium wordt gezegd: “Racisme komt hier niet voor, we zijn Amerika niet.” Als je discriminatie niet eens bespreekbaar maakt, en wat mij betreft moet dat zo jong mogelijk, kun je het natuurlijk nooit oplossen.’

 

Ben jij na al die jaren witte weerstand niet moedeloos geworden?
‘Nee hoor, ik ben van nature enorm vrolijk en opgewekt. Vanavond sta ik weer op de planken in een theatervoorstelling waarbij veel gelachen wordt. Als je van kleur bent, leer je al heel jong met kritiek om te gaan. Witte mensen zijn door hun maatschappelijk bevoorrechte positie wat fragieler, ze zijn minder aan weerstand gewend. Als zij een discussie over wit privi- lege niet verdragen, kunnen ze het naast zich neerleggen. Maar ik kan niet weglopen van onaangename waarheden. Als zwarte vrouw ben ik niet anders gewend dan dat ik ermee te dealen heb. Dat maakt sterk, maar ik betaal er wel een prijs voor.’

 

Anousha Nzume in 93 Woorden
Geboren: Moskou, 12 juli 1970
Opleiding: Kleinkunstacademie Amsterdam
Theater: onder andere Eiland en Voor-Spel, Poppenkoppen, De Koningin van Paramaribo, Hormonologen, Opvliegers
Radio en tv: Onderweg naar Morgen, Vrouwenvleugel, Oppassen, Bradaz, Uitgesloten (NTR), Ik word moeder (RTL8)
Bibliografie: De mama match (2014) met Tanja Jess, Hallo witte mensen (2017)
Laatste keer gelachen: Net nog, met mijn kinderen Lulu, Samuel en Ella om hun vader
Boek op het nachtkastje: Iedereen Inc van Jannet Vaessen
Rolmodel: Veel! Audre Lorde, Frantz Fanon, Gloria Wekker. De laatste tijd leer ik vooral mijn 13-jarige dochter Lulu
Grootste valkuil: Tassen

 

Door Alies Pegtel