Moeder ongeneeslijk ziek, dochter trekt bij haar in. En dan? Dat is het verhaal van de film ‘Dorst’

Door Melissa Casu

Wat gebeurt er precies wanneer een moeder ongeneeslijk ziek wordt en haar dochter, met wie zij een complexe relatie heeft, bij haar intrekt om haar een laatste dienst te bewijzen? Het antwoord is binnenkort te zien in de film Dorst, die vanaf 15 maart in de Nederlandse bioscopen vertoond zal worden. Dorst is de verfilming van de gelijknamige roman van Esther Gerritsen, die de roman in 2012 schreef. OPZIJ sprak Saskia Diesing, regisseur van de film, over de film, maar ook over haar samenwerking met Gerritsen en haar ervaringen als vrouwelijke regisseur in een overwegend mannelijke filmwereld.

 

Om maar met de meest voor de hand liggende vraag te openen: waarom moeten de mensen Dorst volgens u gaan bekijken?

“Allereerst omdat het stuk voor stuk fantastische acteurs zijn; het is echt een acteursfilm. Bovendien is de cast van deze film niet voor de hand liggend en dat maakt het een feest om naar de film te kijken. Daarnaast geloof ik dat de film een thema behandelt dat eigenlijk voor iedereen relevant is. Dat je je familie niet kunt kiezen, blijkt in deze film maar weer eens. De film toont allerlei worstelingen die men binnen zijn gezin of familie kan ervaren en deze situaties zullen voor velen dan ook herkenbaar zijn. Familieverhalen blijven altijd een intrigerend gegeven voor film.”

Waarom is ervoor gekozen juist dit boek verfilmen?

“Dit boek leende zich hier allereerst simpelweg heel goed voor. Het boek bevat van zichzelf als het ware al een aantal ‘filmscènes’, momenten die de lezer helder voor ogen komen. Waar ik als filmmaker bovendien echt iets mee kan, is de moeder-dochterrelatie die op scherp komt te staan zodra Coco’s moeder Elisabeth ongeneeslijk ziek wordt. Dit levert allerlei ingewikkelde en voor velen herkenbare situaties op en de uitdaging als regisseur is om deze momenten op beeld net zo treffend over te brengen. Ik had tijdens het lezen al heel snel veel mededogen met de personages; het zijn allemaal weerbarstige, complexe types, die desondanks een groot gevoel van compassie oproepen. Zo heeft de moeder een wonderlijke manier van rationaliseren en redeneren, die door een buitenstaander als kil en amoreel kan worden opgevat, maar in het boek toch begrip bij de lezer weet op te wekken. Juist het feit dat de emoties van de personages niet eenduidig zijn, zorgt dat het verhaal geen daders of slachtoffers kent. Het is dan ook de uitdaging om de personages in al hun gelaagdheid voor het voetlicht te brengen. Aantrekkelijk aan dit boek is ook de emotie waarmee de schrijfster het op papier heeft gezet. Gerritsen schreef de roman tijdens haar scheiding en ik voelde daardoor tijdens het lezen een bepaalde urgentie en woede, die als het ware door het boek heen sijpelen.”

U sprak net over het besluit van Coco om de zorg voor haar moeder op zich te nemen. Zou u kunnen zeggen dat de film daarmee inhaakt op de huidige discussie over de mantelzorg? “Ja, dit maakt de film zeker actueel. Dorst laat zien dat mantelzorg echt heel ingewikkeld kan zijn en een proces van vallen en opstaan met zich meebrengt. Het zorgen voor iemand waar je een goede relatie mee hebt, levert immers al problemen op. De film behandelt deze problematiek; het zet aan tot nadenken over het morele appel dat op iemand gedaan wordt zodra een ouder of naast familielid niet meer voor zichzelf kan zorgen. Bovendien roept de film vragen op over de invulling van die mantelzorg. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen in hoeverre iemand zich in de zorg voor een ander moet storten en daarnaast staat niet altijd

vast of iemand zich wel wíl laten verzorgen, zoals ook in Dorst het geval is. De problematiek die in deze film centraal staat, is daardoor tegelijkertijd ook heel tijdloos; allerlei aspecten van de ouder-kindrelatie komen aan bod, zoals de vraag naar de verantwoordelijkheden van zowel ouder als kind in het geval van ziekte.”

Dit is uw tweede film met Esther Gerritsen (Diesing regisseerde eerder Nena, waarvoor zij en Gerritsen het scenario schreven). Waarom kiest u ervoor juist met haar samen te werken?

“Nou ja, die keuze is eigenlijk al gemaakt toen we met Nena bezig waren. De samenwerking met Gerritsen verliep heel soepel en op dat moment kwam vanuit de producent de vraag of het een goed idee was om Dorst van Gerritsen te gaan verfilmen. Dat vonden we beide een heel goed idee. We zijn inmiddels zelfs met een derde project bezig.”

Kunt u daar iets over vertellen?

“Dit nieuwe project heet Het verloren transport, een waargebeurd verhaal over een van de laatste transporten uit Bergen Belsen in de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog. Het transport komt na een helletocht van ruim 12 dagen tot stilstand bij een klein dorpje, Tröbitz, dat even daarvoor door het Rode Leger is bezet. In de trein bevonden zich 2500 ex-gevangenen uit Bergen Belsen, waaronder ruim 1500 Joodse-Nederlanders. De Russen joegen de dorpsbewoners hun huizen uit, zodat de doodzieke mensen uit de trein er hun intrek konden nemen. Inmiddels was de vlektyfus is uitgebroken onder de mensen uit de trein. De Russen trachten, uiteindelijk met behulp van de dorpelingen en de Joodse artsen, deze uitbraak onder controle te krijgen. Er sterven binnen 8 weken meer dan 550 mensen, waaronder ook een aantal Duitsers dorpsbewoners en enkele Russische artsen die de zieken verpleegden. Ruim twee maanden later wordt de groep door de Amerikanen teruggebracht naar Nederland.”

Veel regisseurs zijn mannen. Ervaart u in de filmwereld nadelen of juist voordelen van het feit dat u een vrouw bent?

“Hier heb ik mij eigenlijk nog nooit heel erg in verdiept. Ik zou bijvoorbeeld niets kunnen zeggen over een gender wage gap in deze wereld. Al voel ik de laatste jaren wel een soort van verantwoordelijkheidsgevoel als filmmaakster om interessante gelaagde rollen te schrijven voor vrouwen, in plaats van ze simpelweg te reduceren tot moeder, echtgenote of dochter. Ik vind het belangrijk dat een vrouwenrol verdergaat dan dat. Natuurlijk zie ik ook dat er in Nederland meer mannen dan vrouwen werkzaam zijn in de filmwereld. Vrouwen komen er in het nieuwe stemsysteem voor de Gouden Kalveren in mijn ogen bovendien bekaaid vanaf; er worden minder vrouwen genomineerd. Hoe dit precies kan, durf ik niet te zeggen, maar het is wel opvallend.”

Zou u kunnen zeggen dat u bepaalde aanbiedingen voor films juist wel of niet krijgt, omdat u een vrouw bent?

“Dat is inderdaad wel aan de orde; ik weiger namelijk om kinderfilms te maken. Het zijn namelijk altijd vrouwen die deze films regisseren. Het lijkt mij heel gezond om meer mannen deze films te laten maken, zodat vrouwen zich vaker kunnen gaan toeleggen op de serieuzere thema’s. Wat ik bovendien heel jammer vind, is dat kinderfilms maar weinig erkenning krijgen, terwijl ze heel goed bezocht worden.”

Er valt op dit vlak dus zeker nog winst te behalen in de filmwereld?

“Ja, zeker. Ik denk dat we ons in Nederland over het algemeen al snel op de borst kloppen, omdat er relatief veel vrouwen in de filmwereld werkzaam zijn. Ogenschijnlijk lijkt het vrij gelijkwaardig allemaal, maar of dit ook echt zo is, is maar de vraag. Misschien dat iemand hier eens onderzoek naar moet verrichten. Nou ik zou zeggen, wellicht een mooi project voor OPZIJ!”

Saskia Diesing (1972) is filmregisseur en scenarioschrijfster. Eerder was zij programmamaker, samensteller en eindredacteur bij het VPRO. Ook regisseerde zij onder andere de televisiefilms Nieuwe Schoenen, Taxi 656 en Du en schreef ze de scenario’s van de films P en Een goed leven. Haar debuutfilm Nena, waarvoor zij samen met Gerritsen ook het scenario schreef, leverde Diesing in 2014 het Gouden Kalf voor ‘Beste Regie’ op.