★★★☆☆ Seksisme en tegenwerking bóven het glazen plafond in Numéro Une

★★★☆☆

Door Melissa Casu

Ze bestaan: vrouwen die het glazen plafond hebben doorbroken en in hun positie als CEO of leidinggevende ver van discriminatie en seksisme verwijderd lijken te zijn. De Franse film Numéro Une laat zien dat schijn bedriegt: ook als je als vrouw in het bedrijfsleven al jaren aan de top staat zijn de seksistische opmerkingen en vooroordelen niet van de lucht. Numéro Une toont de strijd van een zakenvrouw om een toppositie in een door mannen gedomineerde wereld en legt zo de nodige vuile spelletjes, vriendjespolitiek en persoonlijke obstakels bloot.

De eerste scènes van de film tonen een geprezen en drukbezette zakenvrouw: we zien Emmanuelle Blachey (Emmanuelle Devos), al jaren leidinggevend ingenieur bij het grote Franse energiebedrijf Trident. Op weg naar een congres waar zij zal spreken, wordt Blachey benaderd door een feministische organisatie. Zij zien in haar de perfecte kandidaat voor een felbegeerde positie als CEO bij een bedrijf uit de CAC 40, de aandelenindex van de belangrijkste bedrijven aan de Franse beurs. Gevleid door het voorstel en gedreven door een brandende ambitie besluit Blachey de uitdaging aan te gaan. Wat dan volgt is de verwikkeling in een wedijver waarvan Blachey de verstrekkende implicaties voor carrière en privéleven niet had kunnen voorzien. Zodra naar buiten komt dat Blachey in de running is, krijgt zij te maken met haar voornaamste tegenstanders: Jean Beaumel (Richard Berry) en Marc Ronsin (Benjamin Biolay). Met vuile spelletjes trachten zij Blachey en haar entourage in diskrediet te brengen, om zo voor Ronsin de weg vrij te maken.

De film toont zich sterk in de weergave van de dominante vooroordelen en stereotyperingen waarmee zakenvrouwen anno 2018 geconfronteerd worden. Om maar enkele voorbeelden te noemen: Blachey zou slechts voor de positie geschikt zijn omdat zij een vrouw is en hoort van mannelijke collega’s dat haar succes het gevolg is van haar charmante en moederlijke omgangsvormen. Tot haar ongenoegen vermeldt haar baas bij Trident zelfs dat zij zich voortaan moet bezighouden met personeelszaken, want juist een vrouw zou daar geschikt voor zijn. Wanneer Blachey reageert door te zeggen dat zij daar niet geschikt voor zou zijn, negeert haar baas haar door met zijn verhaal onverstoord verder te gaan.

Hoewel het verhaal op zich waardevol en intrigerend is, is de film cinematografisch gezien geen uitblinker. Op meerdere momenten kampt de film met een gebrek aan spanning en dreigt het de kijker onderweg kwijt te raken; met 110 minuten biedt de film simpelweg niet genoeg ruimte voor de diepgravende verwikkelingen waarin het hoofdpersonage en haar medespelers meegesleurd worden. De lange dialogen en complexe intriges lijken meer geschikt voor papier dan voor film.

Met een enkel zijspoor wordt nog wel getracht de aandacht van de kijker vast te houden. Blacheys wedloop levert onenigheid op het thuisfront op; haar Britse echtgenoot Gary Adams (John Lynch) ziet de kans die zijn vrouw krijgt slechts als een bedreiging van hun harmonieuze gezinsleven, zodat steun van zijn kant ontbreekt. Zijn zorgen komen deels voort uit de angst dat zijn vrouw, die eerder enkele maanden doorbracht in een psychiatrische kliniek, een terugval zal krijgen. Ook zien we terloops de verdrinking van een vrouw in de zee nabij het congres, die betekenis krijgt zodra blijkt dat Blacheys moeder in soortgelijke omstandigheden verdwenen is. Het feit dat het lichaam van haar moeder nooit gevonden is, maakt Blacheys felle overtuiging dat het zelfmoord was des te opmerkelijk. Dergelijke details geven het verhaal enigszins kleur en ruggengraat. Blacheys verleden en thuissituatie verklaren haar keuzes en twijfels.

Hoewel de film op cinematografisch vlak ietwat teleurstelt, doen de acteurs dat zeker niet. Emmanuelle Devos intrigeert de kijker met haar treffende spel. Met haarfijne schakelingen in haar mimiek maakt zij elke reactie en overdenking invoelbaar. John Lynch zet de rol van zelfzuchtige en kortzichtige echtgenoot geloofwaardig neer en ook Benjamin Biolays vertolking van de gewiekste en gepolijste Marc Ronsin is onmiddellijk overtuigend.

Numéro Une is, ondanks het incidentele gebrek aan spanning en de doorgeschoten breedvoerigheid, dus zeker het bekijken waard. Al is het maar om met eigen ogen te kunnen zien hoe een vrouw zich staande houdt in de door mannen gedomineerde top van het Franse bedrijfsleven.