De stoere moeders van Sint Maarten

Ruim een half jaar nadat Irma over Sint Maarten raasde, is van grootscheepse wederopbouw nog geen sprake. Vooral de moeders van het eiland hebben het zwaar – maar het zijn ook de moeders die anderen proberen te helpen. “Ik weet wat het is als je elke dag moet knokken om de eindjes aan elkaar te knopen.”

DOOR Renate van der Zee

“Ik doe dit vanuit mijn hart. Mensen helpen is mijn passie,” zegt Jenny Peterson (54) terwijl ze naar Dutch Quarter rijdt. Dutch Quarter is een van de armste wijken van Sint Maarten en Irma heeft de bewoners hard geraakt. Hun huizen waren niet bestand tegen het orkaangeweld en ze hebben geen geld om alle rommel die achterbleef te laten ruimen, laat staan om hun huizen weer op te bouwen. Ruim een half jaar nadat de orkaan over het eiland raasde, staat hun leven nog steeds stil.
Jenny Peterson, zelf een alleenstaande moeder met een laag inkomen, brengt hen kleren en levensmiddelen die ze ophaalt bij mensen die het kunnen missen. Dat doet ze ’s avonds en in het weekeinde, want overdag werkt ze als koerier. “Ik heb het zelf ook niet breed,” zegt ze. “Ik weet wat het is als je elke dag moet knokken om de eindjes aan elkaar te knopen.”

[blendlebutton]

De avond valt over het groene, bergachtige eiland. Een koele wind steekt op, hier en daar springen lichtjes aan. Wat een heerlijk moment zou dit zijn – althans, als de verwoesting die Irma achterliet je niet overal omringde. Je kunt nog wel zien hoe prachtig het eiland ooit was, maar alleen door je oogharen.
De ergste puinhopen zijn inmiddels geruimd, maar waar je ook gaat: vernielde huizen. Rondslingerend orkaanafval zorgt voor absurdistische taferelen: gedeukte auto’s die bovenop elkaar balanceren, verdwaalde zeiljachten langs de kant van de weg, zeecontainers die als kartonnen dozen in elkaar zijn geklapt. Alleen de natuur heeft zich hersteld. Vlak na de orkaan was het hele eiland grijs, maar nu groeit zelfs aan zwaar beschadigde bomen weer groen.

In Dutch Quarter gooit Constantia Edwards haar armen enthousiast in de lucht als ze Jenny ziet aankomen. Ze omhelst haar alsof ze haar nooit meer wil loslaten. “Zij is onze beste vriendin,” zegt ze ontroerd. “Ze brengt ons eten en kleren. Alles waar ze haar hand op kan leggen, neemt ze voor ons mee.”
Constantia is tachtig jaar oud en heeft donkere ogen die het leed weerspiegelen dat de orkaan aanrichtte. Ruim een half jaar na dato woont ze met haar dochter en drie kleinzoons nog steeds in een huis dat zo is beschadigd, dat je het nauwelijks nog een huis kunt noemen. Een blauw zeil doet dienst als dak, een voorgevel is er niet meer, laat staan een voordeur. “Irma scheurde ons dak eraf en zoog al onze spullen mee,” vertelt ze. “Nu loopt het water naar binnen als het regent. Ikzelf ben gevallen toen ik me tijdens de orkaan in veiligheid wilde brengen en heb mijn heup gebroken. We zijn zo dankbaar dat Jenny naar ons omkijkt,” zegt ze.

 

Constantia Edwards en haar familie zijn niet de enigen die vanwege Irma letterlijk dakloos zijn. Reizend over het eiland zie je overal huizen met een blauw zeil in plaats van een dak. Naar schatting is bijna een derde van alle gebouwen in het Nederlandse gedeelte van Sint Maarten verwoest, negentig procent zou zijn beschadigd. Ongeveer zevenduizend mensen raakten hun huis kwijt. Sommigen wonen in noodwoningen, velen bivakkeren nog steeds bij vrienden of familie.
Mensen met geld of een goede verzekering hebben inmiddels hun huizen hersteld, hoteleigenaren werken hard aan wederopbouw en het toerisme komt langzaam weer op gang. Maar in de arme wijken pakken mensen het leven niet zo makkelijk weer op.
“De vrouwen hebben het het moeilijkst,” zegt Veronica Arndell, een bewoonster van Dutch Quarter die met haar 85 jaar bewonderenswaardig vitaal is. Ook haar dak is, zoals zij het omschrijft, ‘door mevrouw Irma meegenomen’. In het roze geverfde buurthuis, dat de orkaan heeft overleefd, runde ze ooit een naschoolse opvang voor de kinderen uit de buurt. Maar daar is geen geld meer voor.
“De vrouwen hebben het zwaarder, want een man kan overal wonen, maar een vrouw heeft een veilig huis nodig,” legt ze uit. “Wat moet je als vrouw in een kapotte woning, waar iedereen zomaar naar binnen kan? Dat is gevaarlijk. Bovendien heeft de orkaan de mensen veranderd. Ze zijn agressiever geworden, want ze staan onder druk. Er is hier nu meer huiselijk geweld, de mannen reageren de spanningen af op hun gezinsleden.”

Veel moeders op Sint Maarten staan er trouwens alleen voor. Op het eiland bestaat, zoals in veel Caribische landen, een cultuur waarbij mannen vaak meerdere vrouwen hebben en als vader grotendeels afwezig zijn.
Die alleenstaande moeders moeten zien te overleven, terwijl simpele boodschappen niet goedkoop zijn op het eiland – veel moet namelijk worden geïmporteerd. De orkaan heeft sommige prijzen, zoals die van bouwmaterialen, ook nog eens opgedreven.
En toch zijn het die stoere moeders die niet alleen zo goed en zo kwaad als het gaat voor hun eigen gezin zorgen, maar ook anderen proberen te helpen. Zoals Jenny Peterson, wiens huis na de orkaan helemaal onder water stond. Zelf vindt ze dat ze niet genoeg kan doen voor de slachtoffers van Irma. “Ik kan hen helpen met eten en kleren. Soms kan ik aan boekjes komen voor de kinderen,” zegt ze. “Maar ik kan ze niet helpen met het repareren van hun huizen, want ik heb zelf ook geen cent.”

Peterson praat snel, ze struikelt bijna over haar woorden. Als ze vertelt over de situatie van de allerarmsten, vullen haar ogen zich met tranen. Maar als het gesprek een wending neemt richting de regering van Sint Maartense, klinkt haar stem steeds harder en bozer. “Wat mij het meest frustreert is de houding van onze politici. Ik kwam William Marlin tegen in een restaurant Philipsburg, hij was toen nog premier van het eiland. Ik sprak hem aan, vertelde hem wat ik doe en vroeg hem om steun. Hij begon te lachen en zei: waarom vraag je geen geld aan de Indiase winkeliers hier in de straat? Ja echt, hij begon te lachen! Ik heb minister Lee van Sociale Zaken meegenomen naar families die keihard hulp nodig hebben, maar hij liet niets meer van zich horen. Ondertussen zie ik de mensen steeds armer worden. Ze hadden werk in hotels die zijn verwoest. Als ik hoor dat die hotels pas over twee jaar open gaan, breekt mijn hart.”

De wederopbouw van Sint Maarten verloopt inderdaad traag. Een van de oorzaken is het gebrek aan professionele bouwkundigen. Immers, de hele regio is door de orkaan getroffen en overal moeten huizen worden herbouwd en daken gerepareerd.
“Dat is ook de reden waarom wij nu pas kunnen beginnen met ons House Repair programma,” zegt Rode Kruis-woordvoeder Iris van Deinse. Sinds de orkaan heeft de hulporganisatie, die permanent op het eiland is gestationeerd, hulpgoederen uitgereikt en ervoor gezorgd dat kinderen op zo’n twintig basisscholen ontbijt en lunch krijgen. Bovendien is er een voedselbonnenprogramma opgezet. In negen arme wijken op het eiland gaat het Rode Kruis nu eindelijk ook huizen repareren.
“Het repareren van de huizen is nu het meest urgente probleem. Het is belangrijk dat dat snel en degelijk gaat gebeuren, want in juni begint het orkaanseizoen weer,” zegt Van Deinse. “De nood in die wijken is nog steeds hoog. Ik zal je een voorbeeld geven van wat je als hulpverlener aantreft. Eergisteren was ik bij het uitdelen van voedselbonnen en toen ontmoette ik een moeder genaamd Anna. Zij zorgt voor een zieke dochter van 28 en drie kleinkinderen. Ze werkte bij het casino, maar dat bestaat sinds de storm niet meer, dus ze is haar baan kwijt. Haar huis is ze ook kwijt. Dat soort situaties zie je veel.”

Eén van de moeders die zich onvermoeibaar inzet voor de allerarmsten op Sint Maarten is Christina Hodge (70). Ze is een rijzige vrouw met kort grijs haar en grote gouden oorringen. Ze wordt beschouwd als de onofficiële burgemeester van Dutch Quarter. Iedereen noemt haar kortweg ‘mom’, ofwel ‘ma’.
Ooit had ze een restaurantje annex bar, genaamd ‘Christina’s Snack’, maar dat is door de orkaan compleet weggevaagd – alleen een bierreclame herinnert er nog aan. Rond haar huis slingert nog orkaanafval, naast haar veranda liet Irma een gehavende telefooncel achter. Het huis van haar buren is afgedekt met het bekende blauwe zeil.
Zittend in een keuken vol familiefoto’s en snuisterijen vertelt ze hoe ze orkaan doorstond. “Ik heb het geluk dat ik in een betonnen huis woon, dus dat bleef overeind. Maar het kabaal was oorverdovend, dat vergeet je nooit meer. Op een gegeven moment moesten mijn dochter en ik samen de deur dichthouden, want als die openzwaait, dan vliegt alles je huis uit. Tijdens het oog van de orkaan, toen het even rustig was, zochten buren, wiens huizen waren verwoest, onderdak bij mij. Het waren er zestien in totaal en ze hebben drie weken bij me gebivakkeerd. Vier kinderen sliepen hier, op de grond. Al die tijd heb ik voor iedereen gekookt – gelukkig had ik nog een voorraad eten. We hadden geen water, dat moesten we gaan halen bij watertrucks onderaan de heuvel. Het was een behoorlijk eind lopen, eigenlijk te ver.”
Ze zorgde niet alleen voor haar dakloze buren, ze bracht ook water en eten naar bejaarde mensen in de buurt. Ze hielp een kerstviering voor tweehonderd kinderen organiseren en stond het Rode Kruis bij met de distributie van voedselbonnen. “Ik was het aanspreekpunt voor de hele wijk. Mensen belden me voortdurend op. Wanneer komt er hulp van het Rode Kruis? Wordt er nog eten uitgedeeld? Waar kunnen we water krijgen? Ik probeerde altijd een positief antwoord te geven, ik zei steevast: ‘Ik ga kijken wat ik kan doen,’ want je moet zorgen dat de mensen hoop houden. Maar het was overweldigend. Ik herinner me dat er op een gegeven moment 140 voedselpakketten kwamen die ik om half drie zou uitdelen. Maar om negen uur ’s ochtends stond er al een rij en uiteindelijk kwamen er tweehonderd mensen op af. Een andere keer dromden mensen rond mijn auto toen ik langs de weg stopte. De politie moest me ontzetten. Op een gegeven moment was ik uitgeput. En nog steeds zoeken mensen contact met me. Gisteren nog belde om tien uur ’s avonds een vrouw over een oude man die geen drinkwater had. Ik lag al te slapen.”

Terwijl twee enorme cruiseschepen Amerikaanse toeristen aanvoeren die de komende uren de boulevard van Philipsburg zullen bevolken en de gasten van het chique Holland House Beach Hotel nog een pinot grigio bestellen, koerst Jenny Peterson naar een buurt met de veelzeggende naam 911 Houses. “Ik help mensen in alle districten van Sint Maarten,” zegt ze. “Maar deze wijk is een jungle.”
In 911 Houses zijn de straten niet geplaveid, dus als het regent verandert de wijk in één grote modderpoel. Werkelijk alle huizen zijn vernield en overal zie je geïmproviseerde daken van blauw zeil. Tussen rondslingerend orkaanafval en kapotte hekken hinkt een hond met een gebroken poot.
“Het liefst zou ik mijn werk helemaal opgeven en me fulltime richten op het helpen van arme mensen. Dat kan niet en dat vind ik jammer,” zegt ze. “Maar wat ik nog veel erger vindt, is dat onze regering zo corrupt is. Onze politici zitten er voornamelijk voor hun eigen gewin. Zij zijn niet geïnteresseerd in de bewoners van 911 Houses.”

Christina Hodge is onderweg naar het buurthuis waarvan zij penningmeester is. De activiteiten liggen daar grotendeels stil, maar ze is bezig een nieuw bestuur op te richten met jonge leden, zodat er binnenkort weer dingen gaan gebeuren in de wijk. Het Rode Kruis gaat helpen om het buurthuis orkaanveilig te maken, zodat het bij komende orkanen kan dienen als schuilplaats voor buurtbewoners. Binnenkort is er een vergadering over het nieuwe bestuur. “Vergeet niet te komen!”, roept ze naar Veronica Arndell. “Die vrouw! Ze gunt je geen moment rust,” antwoordt Arndell met gespeelde verontwaardiging.
“De bijnaam van Sint Maarten was altijd ‘het vriendelijke eiland’. Maar ik weet niet of je dat nog steeds kunt zeggen,” verzucht Hodge. “Sinds Irma is er iets veranderd hier. De mensen gedragen zich anders. Ze waren vroeger hoffelijk in het verkeer, gaven je zonder problemen voorrang. Nu zijn ze brutaal, ze schreeuwen zelfs tegen je.” Ze schudt haar hoofd. “Ik krijg het te kwaad als ik de situatie van sommige mensen hier zie. Oudere mensen die nog steeds zonder een dak boven hun hoofd zitten. Kinderen die niet genoeg te eten krijgen. Ik heb altijd tegenwoordig altijd wat kleingeld in de auto liggen, voor het geval ik een kind tegenkom dat zegt: ‘Mijn moeder kon me vandaag geen ontbijt geven.’”

 

Kader

Sint Maarten is sinds 2010 een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Vroeger was het onderdeel van de Nederlandse Antillen. Sint Maarten behoorde tot de zogenoemde bovenwindse eilanden. Het eiland bestaat uit een Nederlands en een Frans deel. De voertaal is Engels. De hoofdstad van het Nederlandse gedeelte is Philipsburg. In het Nederlandse deel, dat het zuiden van het eiland beslaat, wonen ongeveer 40.000 mensen. De oppervlakte is 34 vierkante kilometer.

Op 6 september 2017 werd het eiland getroffen door Irma, een orkaan van de zwaarste categorie (5). De Nederlandse regering zegde 550 miljoen euro toe voor de wederopbouw. De toenmalige regering van premier William Marlin wilde niet akkoord gaan met de voorwaarden die Nederland stelde, namelijk het instellen van een integriteitskamer die controleert of het geld goed wordt besteed en een versterking van de grensbewaking met leden van de Nederlandse marechaussee. Deze weigering leidde tot een impasse en uiteindelijk tot de val van de regering Marlin. Er zijn inmiddels verkiezingen op het eiland geweest, maar de formatie van de nieuwe regering verloopt moeizaam. Tijdens de actie Nederland helpt Sint Maarten werd 18 miljoen euro opgehaald voor noodhulp aan het eiland.

[/blendlebutton]