Reformatorisch Dagblad steekt mes in de rug van Nashville-verklaring: ‘Stop ‘m terug in de kast’ en ‘Ga eerst wenen op de puinhopen’.

Er is nog hoop. In heel krachtige bewoordingen neemt het het Reformatorisch Dagblad – toch echt ook de spreekbuis van heel wat mannenbroeders – vandaag in een hoofdredactioneel commentaar afstand van de Nashville-verklaring.

Citaat:

‘Toch is er nu alle reden om je zorgen te maken. Wie met zo’n verklaring naar buiten komt, is niet alleen verantwoordelijk voor de boodschap zelf maar ook voor de gevolgen ervan. Vooraf was al duidelijk dat de Nashville-verklaring doordesemd was van Amerikaanse opvattingen rond homoseksualiteit en genderneutraliteit. Het onderscheid tussen de homoseksuele gerichtheid en het in de praktijk brengen daarvan is er niet in terug te vinden. Er staan diverse begrippen in die voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. Homo’s lezen deze tekst zo dat ze ook hun gerichtheid niet mogen accepteren en dat je van je homoseksualiteit kunt genezen.

Toch lopen er nu 234 Nederlandse predikanten, politici en andere voormannen rond met het stigma van homohater. Handtekeningen verzamel je tegen plofkippen, niet tegen homo’s, zo werd er gezegd.

Het naschrift van de werkgroep moest dienen om aan al deze vragen tegemoet te komen. Maandag bleek echter dat dit een mislukte poging is. In het naschrift klopte wel het hart van de herder, maar dat was niet terug te horen in de mond van de profeet.

Christenen moeten met twee woorden spreken, niet met twee tongen. Er is maar één advies: stop deze verklaring even terug in de kast. Verzamel nu geen handtekeningen. Ga eerst wenen op de puinhopen. Beleg dan een studiedag; die is hard nodig. Eerst luisteren, goed nadenken en pas dan spreken. En denk dan na over de vraag of je nog wel handtekeningen moet verzamelen of dat het niet veel beter is het gesprek aan te gaan, zowel in eigen kring als met de samenleving.’

De krant is sowieso volledig in rep en roer, hier de link naar het artikel maar eronder ook meer artikelen over de ‘problematiek’. Het ademt allemaal een sfeer van ‘redden wat er te redden valt’.