Instapfeminisme

Minder lullen, meer doen – zo klinkt het motto van De Bovengrondse. Het feministisch platform kwam in de zomer van 2018 voor het eerst bij het grote publiek in beeld dankzij hun #meervrouwopstraat-campagne. 88% van alle straten zijn vernoemd naar mannen, slechts 12% naar vrouwen. Tijd voor verandering, vond De Bovengrondse. Alternatieve straatnaambordjes met vrouwennamen werden opgehangen. Al was het maar voor even. Met deze actie vroeg het platform aandacht voor de beperkte zichtbaarheid en vertegenwoordiging van belangrijke vrouwen in de publieke ruimte. Maar ze hebben nog veel meer noten op hun zang.

Bregje Hofstede (31) voelde na een lezing van 2016 van feministe en schrijver Naomi Wolf de behoefte om ‘iets te doen’. En wat begon met samenkomen aan keukentafels, groeide uit tot De Bovengrondse. Samen staan Bregje Hofstede, Santi van den Toorn (30) en Marthe de Win (29) aan het roer van het platform. “Maar we zijn allemaal vrijwilligers,” zegt Marthe de Win die ons bijpraat over de organisatie. “Dus als je rondloopt met een mooi idee, kan je bij ons aankloppen. Kom het pitchen, kom het delen met allemaal andere feministen die ook iets willen doen.” De Bovengrondse biedt de mogelijkheid voor iedereen om een project op te zetten en zo mensen aan te spreken die iets willen doen, maar niet goed weten hoe. 

Medeoprichter De Win vindt de activistische organisatie De Bovengrondse gewoon brutaal. “Het gaat over durven en zeggen ‘dit speelt en is superbelangrijk’. Het ondermijnt de positie van vrouwen in je samenleving dus hey, ho, let’s go!” vertelt ze. 

De Bovengrondse noemt het zelf instapfeminisme. “Je hoeft geen genderstudies te hebben gedaan of Simone de Beauvoir uit te hebben gelezen,” zegt Marthe. In plaats van een denk-tank, noemen ze zichzelf dan ook een doe-tank. “Je kunt bij ons instappen en meedoen.” Door campagnes als #meervrouwopstraatmaar ook evenementen zoals de Femibo (feministische middagborrel) en de Schoonheidssalon, een reeks van workshops en lezingen, probeert het platform mensen te inspireren en wakker te schudden voor het belang van feminisme in Nederland. Én ze vervolgens een platform te geven om er iets mee te doen. 

“We zijn open, we zijn bovengronds – en het feminisme anno nu is heel intersectioneel. Het is een feminisme waar verschillende strijden tegen verschillende vormen van onderdrukking samenkomen. Ieders strijd is even waardevol voor ons. Wij zoeken dus ook steeds meer contact met de anti-racisme beweging en de klimaat beweging,” vertelt Marthe. “Al die dingen hangen samen en als we dat niet erkennen, komen we niet verder. Dan maakt de ene ongelijkheid plaats voor de andere.”

Dit is een fragment van een interview, geschreven door Lisette Alberti. Het volledige stuk staat in het oktober/november 2019 nummer van OPZIJ.