Interview met Renske Leijten en Pieter Omtzigt: ‘Er is bij de regering geen intrinsieke wil om te kijken waar iets misgaat.’

In de nieuwe OPZIJ:

Het overheersende beeld dat beklijft na drie kabinetten-Rutte is dat van een ploeg ministers dat van de ene in de andere kwestie rolt en zelden iets oplost. De toeslagenaffaire is daarvan een pregnant voorbeeld en Renske Leijten en Pieter Omtzigt waren – en blijven – daarin de grote gangmakers, als je ze zo mag noemen. ‘Als je tegen je burgers aankijkt als hetzij fraudeurs, hetzij consumenten, maar ze niet ziet als mensen met bepaalde waarden, wat voor samenleving is dat dan?’ Nieuw kabinet en een regeerakkoord: Wat vinden Leijten en Omtzigt ervan? Een interview.


Rutte IV is eindelijk beëdigd. Business as usual of is er volgens jullie al iets te bespeuren van nieuw elan?

Renske Leijten: “Nou, nee. Het moet ook allemaal nog beginnen. Na het debat over de regeringsverklaring volgen heel veel debatten op hoofdlijnen. De SP heeft in ieder geval debatten aangevraagd over Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken, Economische Zaken en Digitale Zaken. Gewoon om eens te met die ministers en staatssecretarissen te gaan kijken: wat willen jullie eigenlijk? Want als je kijkt naar het regeerakkoord dan is het inderdaad business as usual. Er is ontzettend veel geld vrijgemaakt voor plannen die er nog niet zijn. Terwijl
er voor de echte problemen in de samenleving niet voldoende of helemaal geen geld beschikbaar is. Gekort wordt er ook: op het gemeentefonds en op de zorg.”


Pieter Omtzigt: “De tekst van het regeerakkoord valt nog enigszins mee. Maar de financiële bijlage matcht op geen enkele manier met de tekst van dat akkoord. Renske noemt al het gemeentefonds dat met miljarden achteruit gaat. Voor Defensie staan er maar twee regels in het akkoord en daar gaan ze binnen twee jaar vier miljard aan uitgeven. Recipe for disaster.”


Leijten: “Sinds Rutte II zijn er op heel veel vlakken in de begroting enorme kraters geslagen. Bij de politie, in het gemeentefonds, op allerlei zaken. Nu wordt dat een beetje gestut, maar niet structureel. Er is even wat extra geld, er komt even wat lucht, maar niet voor de lange termijn. Met als gevolg dat een nieuwe gemeenteraad straks na de verkiezingen in maart met het nieuwe college geen structurele verbeteringen kan aanbrengen op het gebied van voldoende bibliotheken, voldoende jeugdzorg of het weer eens een keer openen van een nieuw zwembad. Zulke voorzieningen zijn heel belangrijk voor een samenleving. Veel mensen herkennen zich niet meer in hun eigen leefomgeving. Geen winkels en bibliotheken meer in de buurt, geen fijne basisvoorzieningen. De vormgeving van een goed geoutilleerde samenleving is door de voorgaande kabinetten niet gefaciliteerd en ook niet door dit kabinet. Dit is echt een groot probleem. Tegelijkertijd wordt er 80 miljard gepompt in allerlei fondsen. Ja, en waar gaat dat dan landen? Ik zie het met angst en beven tegemoet. Volgens mij komt dat geld grotendeels terecht op bijvoorbeeld de Amsterdamse Zuidas, bij de multinationals. Het is wél het geld
van diezelfde mensen die hun eigen buurt niet meer herkennen, die geen zeggenschap meer hebben over hun eigen voorzieningen of niet meer de bus kunnen pakken omdat-ie is wegbezuinigd.”

LEES HET INTERVIEW VERDER IN OPZIJ. Bestel hieronder uw exemplaar of neem een abonnement.