Hoe Tania Stepanova met haar kinderen van Mykolaiv vluchtte naar Leiden

Precies een jaar verblijft Tania (41 jaar) met haar kinderen van achttien en negen jaar oud in Leiden. Ze vluchtten naar ons land vanwege de oorlog en konden terecht in de voormalige kosterswoning van de Pieterskerk, nu een short stay-locatie. Hier werkt Tania als onderwijsassistent op een lagere school met Oekraïense kinderen. In haar eigen land werkte zij ook in het onderwijs.   

Tania is nog even bezig als we hebben afgesproken. Er zijn elektriciteitsrestricties in Mykojaliv en dagelijks is er maar een paar uur stroom. Zodra de elektriciteit aangaat, loggen haar leerlingen uit haar voormalige klas online in voor een les van hun docent Engels. “Het is heel belangrijk voor me om in contact te blijven met de kinderen daar. De kinderen vinden het heel fijn. Het schema van de elektriciteit verandert constant. Nu werk ik elke ochtend vanaf 06.30 uur.” Daarnaast geeft ze les op een Leidse school. Via Frieke Hurkmans, de directeur van de Pieterskerk, kon ze daar terecht. Tania is geboren in Loehansk in de Donetsk en opgegroeid in Mykojaliv, een regio in het zuiden van Oekraïne. “Ik kom uit een typisch Oekraïens gezin. Mijn man en ik werkten allebei. Vier jaar geleden verhuisden wij weer terug naar de stad Mykojaliv (de hoofdstad van de regio, red.). Mijn dochter ging er naar de basisschool en mijn zoon zat op de zeevaartschool in Cherson.

Hoe heb je het begin van de oorlog ervaren?
“Er waren signalen dat er oorlog zou komen, maar ik kon het me niet voorstellen. Er werd over gesproken; het maakte me bang. Op een ochtend belde mijn zoon vanuit Cherson. Het was vroeg; ik dacht meteen dat er iets mis was. Hij zei dat de oorlog was begonnen en dat hij naar me toe kwam. Ik dacht eerst dat hij een smoesje had verzonnen om naar huis te komen, omdat hij geen zin in school had. Maar Cherson werd gebombardeerd, hij zag dat het vliegveld onder vuur lag. Normaal duurt het veertig minuten, maar het kostte hem vier uur om thuis te komen. De volgende dag ging mijn man naar de kazerne om te kijken of hij kon helpen. Hij registreerde zich als militair en vecht nog steeds voor ons land.” 

Was je bang? 
“De eerste twee weken waren verschrikkelijk. De Russen waren dichtbij. We zaten in de schuilkelder als het luchtalarm afging, en dat was heel vaak. We wisten niet hoe lang het duurde. Mijn zoon bleef ’s nachts wakker om ons te wekken voordat het luchtalarm afging, overdag sliep hij. Ik kon mijn huis niet uit, ik wilde mijn kinderen niet achterlaten. Het was horrible.”   

Je besloot om weg te gaan. 
“We gingen naar het westen van Oekraïne, daar hebben we vier dagen in een opvang gezeten. We sliepen in de gymzaal van een school. Ik besloot om naar een ander land te gaan. Ik kende Marieke uit Nederland, ze had stage bij me gelopen voor haar studie aan de Universiteit Leiden. Aan het begin van de oorlog stuurde ze me een sms of ze me kon helpen. Ik vroeg of ik bij haar terechtkon. Ze had via de gemeente om hulp gevraagd. We gingen te voet naar Slowakije en met hulp van lieve mensen konden we verder naar Oostenrijk. Vanuit Wenen reisden we per trein naar Leiden. Daar werden we opgehaald door Frieke en Boy van de Pieterskerk Leiden.” 
 
Hoe gaat het in Leiden? 
“We voelen ons goed hier, we hebben het fijn. Maar we willen heel graag terug naar Oekraïne. Het is hier geen leven, het is gewoon wachten. Yehor zat op de zeevaartschool in Cherson en volgt nu online lessen, ook werkt hij voor de Pieterskerk Leiden. Dasha gaat in hier naar de basisschool. Ze baalt wel dat ze twee keer per dag les krijgt, overdag op school en daarna van mij haha.” 

En hoe voel jij je? 
“Ik voel me heel verdrietig. Mijn dochter vraagt elke dag wanneer we teruggaan. Ze mist haar vrienden en vriendinnen. We willen in het voorjaar terug naar huis.” 

Lees het verhaal van Tania Stepanova in de nieuwste Opzij. Een abonnement is zo gepiept. Nergens aan vastzitten? Lees dit nummer fysiek of digitaal via onze site of via Blendle.