0/0000

Kitty Courbois 'Doe maar lekker een glaasje witte wijn’

8

Juli 2010. Ze werd geboren in Nijmegen, studeerde in Arnhem, speelde in talrijke films, toneel- en tv-produkties en groeide uit tot een van Nederlands meest toonaangevende actrices. Dit jaar werd ze vanwege haar 50-jarig jubileum met een speciaal naar haar vernoemde theaterprijs, de Courbois-parel, onderscheiden en ontving ze het Ereteken van Verdienste van de gemeente Amsterdam. In een serie interviews met vooraanstaande vrouwen deze maand: Kitty Courbois.

Wereldvrouwen [16]

Je bent bijna 74: hét schoolvoorbeeld van doorwerken na je pensioen.

"Ja, ik zou me anders toch rot vervelen, zeg. Ik vind het veel te leuk om te werken. En ik houd van mensen. Ik geloof dat ik me heel eenzaam zou voelen als ik niet zou werken. Het is hartstikke leuk bij Toneelgroep Amsterdam. Dat is mijn ouwe stek. En ze vragen me steeds terug."

Had je ooit gedacht dat je vijftig jaar aan het toneel zou blijven?

"Dat had ik wel gedacht. Ja, als je het haalt qua leeftijd. Dat weet je natuurlijk nooit. Ik wil zo oud mogelijk dood. Dat lijkt mij het leukste. Ik laat me regelmatig checken. Er was toch wel wat kanker bij ons in de familie, een erfelijke darmkanker. Daar is mijn moeder aan gestorven. Wij, haar kinderen, moesten onmiddellijk naar de dokter om dat allemaal te laten controleren. O god, denk je dan, maar het is gelukkig goed - afkloppen - gebleven. Die controles zeggen ook niks, hoor. Hélemaal niks. Joop Admiraal (bevriend acteur, mvdl) was net van top tot teen gecheckt en dan gaat-ie vlak daarna dood."

Heb je ruig geleefd?

"Dat valt wel mee. Al heb ik natuurlijk niet braaf bij de haard gezeten. Dat geldt voor ons hele milieu. Er zijn weinig mensen die aan je vragen: wil je een kopje thee? Laten we eerlijk wezen. Het is altijd: wil je een witte wijn? Heerlijk, vind ik. En dan heb ik periodes, zoals nu, dat ik helemaal niet drink. Dan denkt die lever: ik moet eventjes rust hebben. Die moet dan even bijtrekken. Maar zoals vanmiddag, dan denk ik: ik heb nu veertien dagen niet gedronken, nou, doe maar lekker een glaasje wijn. Dat mag dan wel weer van mij. Ik heb weleens drie jaar helemaal niets gedronken. Mijn leverwaarden bleken te hoog. Later bleek het trouwens hepatitis B te zijn. Maar van schrik ben ik drie jaar gestopt. Dat was héél erg makkelijk, veel makkelijker dan twee glazen per dag. Bij twee glazen wil je meer. Mijn huisarts heeft me weleens verteld dat er dan een stof wordt aangemaakt waardoor je absoluut meer wil. Ik ben overigens de enige in de hele familie, ik heb heel brave broers en zusters, die niet roken en niet drinken. Een prettige bijkomstigheid van het stoppen was dat de kilo"s eraf vielen. En wel zo erg dat ik later hoorde: we dachten dat je aids had. Het was in die tijd met al die mensen die graatmager werden en stierven. Kijk, als je werkt - ik leer nu Phaedra van Racine - dan kan het niet, dat echte drinken, want dan onthoud je het gewoon niet. En ook niet als je speelt. Allemaal restricties en goede stokken achter de deur. Ik zou bang zijn dat ik me zou vergissen."

Je studeert de tekst al 37 jaar in met een vriend van je?

"We gaan naar de bibliotheek om over de achtergrond te lezen en nemen het samen door, al járen. Als iets nog niet gerepeteerd is, dan zakt de tekst gauw weg. Maar als hij er eenmaal in zit, dan krijg ik hem er ook niet meer uit. Zo zit dat. Het wordt wel steeds moeilijker. Ik heb nooit echt heel erg goed kunnen leren. Op school ook niet. Rijtjes, stampen, dat werkt niet bij mij. Wel eerst repeteren en zo de tekst spelenderwijs leren. Maar nu kan dat niet, dus moet ik toch stampen. Vreselijk moeilijk, het leeft nog niet. Ik begin dan maar lang van tevoren. En ik neem de tekst mee op vakantie en lees hem elke dag door. Het zal lukken ook. Die houding had ik op de toneelschool in Arnhem al, maar daar kreeg ik last van iets anders: ik werd hoog in de lucht gestoken. "Dat is geen actrice meer, dat is een toneelkunstenares," werd er gezegd. Heel vervelend. Maar goed, ik dacht: ik zál slagen, hoe dan ook, en goed ook. Ik moest van mijn Nijmeegse accent afkomen, had die zachte g"s en dat mocht toen beslist niet. Ik moest ook een tong-r oefenen. Als je die niet had, kreeg je je diploma niet. Dat lukte alleen maar met die rrrollende tong-rrr."

Was het een leuke tijd?

"Nou, eenmaal op de toneelschool mocht ik niks meer. Van mijn moeder niet. Waarom dat was, weet ik eigenlijk niet. Maar ik denk dat zij dacht: nu wordt het link, met vriendjes en zo. Ik reisde toen op en neer. Ook in Nijmegen ging ze me controleren, als ik voor de V&D rondhing met jongens en meisjes. Kwam ze stiekem kijken wat ik aan het doen was. Wóédend was ik toen ik erachter kwam. Ze opende ook brieven die aan mij gericht waren. Dat merkte ik doordat ze dingen wist die zij absoluut niet kon weten. Die brieven stoomde ze open, boven een pan, en dan plakte ze ze weer dicht. Het is heel raar, maar vroeger had je niet zo"n contact met je ouders. We spraken nooit met elkaar."

Miste je dat contact niet?

"Het was gewoon zo en verder dacht ik er niet over na. Ze had het druk, met ons, de vijf kinderen en nog een stel pleegkinderen. Daarnaast verdiende ze de kost, want mijn vader was al dood. Mijn vader was horlogemaker en goudsmid. Hij was vijftien jaar ouder dan mijn moeder. Na zijn overlijden begon ze een juwelierswinkel aan huis. We hadden het financieel best goed. Maar toen mijn vader stierf, was dat voor haar een verschrikkelijke klap. Ze is daarna dagenlang in bed blijven liggen. Ze kwam niet meer onder de dekens uit."

Kun jij je het sterfbed van je vader nog herinneren?

"Eerst werden wij, "de kleintjes", - mijn broer Pierre en ik - weggestuurd. Joke, ons dienstmeisje, nam ons mee. Hoe precies, ik weet het niet. Ik was bijna 10, maar heb grote zwarte gaten als het die tijd betreft. Toen hij was gestorven, moesten wij terugkomen, om te kijken. We zaten naast dat bed. Dat zie ik nog goed voor me. Ik ben toen zó verschrikkelijk geschrokken. Ik zat daar met een vlam boven mijn hoofd. Ja, heel raar, maar dat is wat ik me herinner: een enorme denkbeeldige vlam. Tot de hemel. Ik weet nog precíés waar ik zat. Op mijn knieën. In een soort serre. Bij het bed waar hij was opgebaard. Hij was knalgeel. We waren totaal onvoorbereid, staarden doodsbenauwd naar die gele figuur. We mochten niet mee naar de begrafenis. Heel erg om dat ons te ontzeggen. De anderen gingen vader begraven, wij, kleintjes, bleven thuis. Wij werden "gespaard". Ik heb daar héél lang mee gezeten. Er was geen afscheid, geen echt moment. Ik heb er een groot zwart gat in mijn geheugen aan overgehouden. Nu zit ik er niet meer mee, maar toen mijn moeder op sterven lag, zei ik tegen mijn dochter: "Oma gaat dood. Ga haar maar gewoon een hand geven en zeggen: dag oma." God zij geloofd dat de tijden wat dat betreft zijn veranderd."

Heb je nooit aan je moeder gevraagd waarom jullie niet mee mochten naar de begrafenis?

"Nee, dat deed je niet. Pas later ben ik met haar gaan praten, toen ze al ouder was. En het ging niet over essentiële dingen. Dan zei ik: "Ga eens lekker piano spelen, mam." Nota bene iets waar ik me vroeger voor dood schaamde. Sowieso schaamde ik me altijd kapót voor haar. Misschien omdat er nooit met elkaar werd gesproken, ik weet het niet. Later vond ik dat pianospelen enig en kregen we wat meer contact. Eigenlijk na de geboorte van mijn dochter of vlak daarvoor al, toen ik zwanger raakte, ik was net 30. Ze vond dat trouwens wel leuk - al beperkte de conversatie zich tot: "Kun je het kind niet laten dopen?" Verder was er ook letterlijk een afstand, ik woonde intussen in Amsterdam."

Wat voor vrouw was je moeder?

"Een heel eenzame, depressieve vrouw. We waren allemaal bang voor haar. Ook toen we al volwassen waren. Ze schreef heel veel brieven - ik heb net nog een stapeltje gevonden. Voor die brieven waren we allemaal bang. Ze stonden vol beschuldigingen. Zo zagen wij dat tenminste. Alle kinderen, hoor, mijn broers ook. Allemaal die angst: daar komt weer zo"n enge brief. Maar toen ik ze later herlas, ontdekte ik er een enorme eenzaamheid in. Het waren heel zielige brieven. Dat hebben wij, al die kinderen, nóóit begrepen. Wij dachten altijd: het zijn klachten en beschuldigingen, de ene keer beschuldigt ze die dat-ie nooit langskomt, dan weer is ze teleurgesteld in een ander, dan krijgt een derde weer op zijn sodemieter. Maar toen ik ze later eindelijk goed las, bleken het noodbrieven. Moet je nagaan wat een harde kinderen wij waren. Ik ook."

Hard geworden misschien?

"Doordat er nooit echt contact is geweest, misschien wel. Mijn moeder schreef waarschijnlijk brieven omdat ze geen contact kon maken. Ze heeft ook veel in dagboeken geschreven; die heeft ze voor haar dood helaas allemaal vernietigd. Ze schreef ook soms gedichtjes, zo voor zichzelf. Die heb ik weleens gelezen. "Ik ben Teun waar iedereen op leunt," schreef ze dan. Verder was ze verschrikkelijk katholiek. Na de dood van mijn vader viel ze als een blok voor een man, maar ja, dat mocht natuurlijk niet, van de kerk. Later heeft ze me eens gevraagd: "Straks, zal je vader daar dan staan, bij de hemelpoort?" Vreselijk. Toch nog twijfel. Terwijl er helemaal niemand bij welke poort dan ook staat. Nou ja, dat zeg ik dan. Die verdomde schuldgevoelens. Die komen ook van die kerk, dat weet ik zeker. Ik voel me nog steeds heel vaak schuldig over dingen. Héél erg. Veel te vaak. Om de lulligste dingen. Over afspraken, mensen, dingen die anders lopen en waar ik niks aan kan doen. Noem maar op. Maagpijn krijg ik van iets waaraan ik helemaal niet schuldig ben. Vreselijk. Ik brand nog wel overal waar ik kom een kaarsje."

Naarmate je ouder wordt, ga je mensen en gebeurtenissen vaak anders zien. Dan komen er toch ook wel juist fijne herinneringen naar boven?

"Ja, maar die zag ik vroeger beslist niet. Mijn moeder kon er lekker op los meppen, hoor. Met een sleutelbos. Ik kreeg er veel van langs; daar zouden ze nu de jeugdzorg bij halen. En misschien zou ik nu wel terugmeppen. Dat deed je vroeger niet, je heft je hand niet op tegen je moeder. Terwijl ze echt af en toe een pak rammel had verdiend. Ik was vooral heel bang. Dat heeft ook met dat schuldgevoel te maken; ik zal dit wel verdiend hebben. Uiteindelijk had ik als zij mepte de tactiek dat ik huilend riep: "Dan moet je ook maar vertellen waar de kinderen vandaan komen!" Tsja, ik weet ook niet waarom, maar het werkte. Ze pakte altijd de medische encyclopedie en dan moest ik op haar schoot komen zitten. Alsof er een knop was omgegaan. Mijn moeder dacht waarschijnlijk alleen maar: het kind heeft het hier moeilijk mee."

Was je later zelf in staat echt contact te maken en relaties aan te gaan?

"Niet langer dan twee, drie jaar. Ik denk dat ik verliefdheid altijd heb verward met liefde, houden van. Ik ben ooit een half jaar bij een psychiater geweest, omdat men vond dat ik dat nodig had, en die zei: je kunt het opzoeken, maar je kunt die put ook dicht laten. En toen heb ik besloten die put maar te laten voor wat-ie was. Het niet goed verwerkte overlijden van mijn vader, mijn black-out na zijn dood, mijn moeder, tsja, ik kon die dingen zelf ook wel nagaan."

Zou je de put nu ook nog dichtlaten?

"Ik zou het nu interessanter vinden en er niet meer onder lijden, denk ik. Op een gegeven moment heb je er wel mee afgerekend, dan weet je wel zo"n beetje wat er speelt in het leven."

Het zou kunnen dat je met bepaalde inzichten dingen anders had gedaan.

"Ik heb vaak en veel foute dingen gedaan. Tussen mijn 40ste en 50ste heb ik heel wat schade aangericht, mensen pijn gedaan, met heftige driftaanvallen, vreselijke beledigingen. Ik nam geen blad voor de mond en beet waar ik maar kon van me af. Maar ik kijk niet met spijt achterom. Ik denk trouwens dat die periode ook met de overgang te maken had. Mijn cyclus was in één klap afgelopen nadat ik een pan kokend water over mijn been had gekregen. Ik kwam in het ziekenhuis terecht en ben daarna nooit meer ongesteld geweest. Volgens de dokter door de shock."

Je hebt meerdere relaties gehad, onder anderen met schrijver Hugo Claus. In zijn boek Het jaar van de kreeft liet hij de vrouwelijke hoofdpersoon - onmiskenbaar op jou geschreven - sterven aan kanker.

"En al die artikelen over mij in De Telegraaf. Víér. Achter elkaar. Om het boek maar te verkopen. Zeven jaar later kreeg ik weer een relatie met hem. Onvoorstelbaar. Ik moest in een stuk spelen in Gent en bij aankomst lagen er orchideeën op mijn hotelkamer: "Welkom te Gent, Hugo". De volgende dag gingen we lunchen, met witte truffels, en waren we meteen weer verliefd. Allebei. "Hè, hè," zei Hugo, "eindelijk. Dat hele boek was een liefdesaanzoek!" Godskolere. Daarna ben ik nog twee, tweeënhalf jaar met hem geweest."

Na alles, toch weer die man.

"Een enige man. En óók al dood. Hij was zo bang voor het dementeren. Zijn ouders hadden dat ook gehad. Ik heb hem gelukkig nog voor zijn dood anderhalf uur aan de telefoon gehad. Hartstikke helder. Ik wist heel lang ook helemaal niet wat er aan de hand was. Die vrouw van hem, nou... ik kreeg hem nooit aan de telefoon. Ten slotte heb ik het maar niet meer geprobeerd. Die laatste keer was ze waarschijnlijk even weg. Kort daarna sprak ik Jan Decleir (Vlaams acteur, mvdl), ook een vriend van hem, en die zei: "Het gaat helemaal niet goed met Hugo, die wacht het einde niet af." Een week daarna was hij dood. Ik mocht geen afscheid komen nemen. Ik kreeg geen toegang tot de herdenking en de crematie. Dat wilde die vrouw niet. Jaloers, altijd al geweest. Fransje Weisz (regisseur, mvdl) belde me en vroeg: "Ga jij naar de crematie van Hugo?" Ik had helemaal geen bericht gekregen. Vervolgens zou iemand bij de directeur van de schouwburg regelen dat ik toegang zou krijgen, en kreeg ik van die directeur te horen dat ik niet welkom was. Maar ik wilde erbij zijn. Uiteindelijk ben ik in een café in de buurt gaan zitten en kreeg ik daar viavia een toegangskaartje. Zo ben ik erin gekomen. Mét Fransje. De woedende blikken van beneden naar boven..."

Ben je nu meer dan vroeger met de dood bezig?

"De dood is meer aanwezig. Mensen om me heen vallen om. Joop, Ramses (Shaffy, mvdl), we gaan allemaal. Het overlijden van Joop was vreselijk. Zo plotseling, en we waren vrienden, hè. En vaak, heel vaak samen. Dat Ramses zou gaan, wisten we wel. De dood heeft in mijn leven altijd een rol gespeeld, alleen ligt het nu meer voor de hand. Ik moet nodig weer eens naar Zorgvlied, want daar ligt alles. Zelf weet ik nog niet wat ik moet kiezen: begraven of cremeren. Allebei niks, natuurlijk. Ik heb heel lang het beeld in mijn hoofd gehad dat mijn vader werd opgegeten door de wormen. Verder ben ik bang voor vuur en brand, al heb ik daar wel een cursus voor gevolgd. Ik denk dan: zou je er echt niks van voelen?"

Frappant: zo"n sterk, groot mens, met een enorme staat van dienst en dan toch een vrachtje angsten. Tot postangst aan toe.

"Ja, mijn angst voor post, brieven, van de bank, de belasting. Maar daar heb ik iemand voor gevonden. Ik zal wel moeten, want ik maak de boel niet open. Ook de leuke dingen niet. Pure postangst. Dat heb ik van mijn moeder. Zij deed de deur van de kamer op slot, stalde alle post op de grond uit en raakte vervolgens totáál in paniek. Dagenlang. Mijn dochter? Precies hetzelfde. Die kwam van de week over haar toeren naar me toe met een stapel van die rot-enveloppen. De volgende dag belde ik om half acht "s ochtends Greet, de accountant, al op: "Greetje, help, je móét me helpen." Een half uur later zat ik er met al die vreselijke dingen. Maar Greet ging rustig bellen, dingetjes regelen en hup, niks meer aan de hand."

We begonnen dit gesprek over doorwerken na je pensioen, maar misschien móét je gewoon nog werken?

"Nee, dat hoeft niet, want ik heb pensioen en ik heb AOW. Ik heb alleen geen spaargeld. Gijsje (dochter, uit haar huwelijk met schilder Rik van Bentum, mvdl) zei op een gegeven moment: "Zeg mam, heb je wel gezorgd voor je begrafenis? Dat ik niet straks…" Maar Greetje zei gisteren nog: "Je begrafenisgeld staat apart, hoor, daar zijn we nog niet aangekomen." En toen vroeg ik - god, ze moest vreselijk lachen: "Zit er ook nog een borrel aan?" "Ja," zei ze, "er kan ook nog geborreld worden.""

Kitty Courbois (Nijmegen, 1937) is sinds 1987 verbonden aan Toneelgroep Amsterdam. Zij speelde in talloze voorstellingen, waaronder Medea, Naar Damascus, Tragedie en recentelijk Zomertrilogie. Ze werkte ook bij diverse andere gezelschappen, zoals Baal; voor haar rol in Nekrassov (1979) ontving zij een Colombina. Courbois maakte haar debuut op het witte doek in Helden in een schommelstoel (1963) van Frans Weisz. Later speelde zij in onder meer Het gangstermeisje (1966), Het Debuut (1977), Twee vrouwen (1979), Vrijdag (1980), Twee vorstinnen en een vorst (1981) en Leedvermaak (1989). Ze werkte ook mee aan talrijke televisieproducties, zoals de serie Spijkerhoek (1990-1992), De zomer van "45 (1991) en Mevrouw de Minister (2002). In 2007 en in 2008 was ze te zien als Adriana Verbrugge in de serie Gooische Vrouwen.

11-03-2017

Reacties (8)



Tio Huisman 19-03-2017 om 20:51

Mooi woord post angst en angst om brieven open te maken. Zou wel in de dikke van dale woordenboek kunnen. Ik wist niet dat het bestond. Rekeningen. Ik kan me voorstellen dat brieven van incassobedrijven en deurwaarders mensen angst inboezemen. Dan blijven ze op een stapeltje liggen. Het is vreselijk om hier mee te zitten. Ze maken de post niet meer open uit angst wat er in staat. het is makkelijk dat iemand dat regelt. Zo heb je er geen omkijken meer naar. De Simone Signoret van Nederland. Heel doorleefd en met charismatische uitstraling. Boeiend en interessant. . . .


Maria 13-03-2017 om 17:01

Wat een bijzondere vrouw en actrice! Leerzaam ook, de antwoorden die ze geeft.
Ook in andere interviews en stukken over haar.
Maakt de missers die ik zelf in mijn leven tot nu toe gemaakt heb, wat zachter, milder.
Ik ben altijd al dol op mensen, die onconventioneel zijn en dat ook al vroeger waren.
Kitty: het ga je goed, rust zacht.


Anne 13-03-2017 om 11:01

Een prachtige vrouw met een rijk leven RIP we zullen je missen!


Joyce 13-03-2017 om 10:35

Prachtige vrouw. Grote actrice. RIP


Geertruida Geerlof 12-03-2017 om 21:30

Een fantastische actrice.

Mooi leven gehad denk ik!


Tio Huisman 12-03-2017 om 16:51

Ze maakt een charismatische en doorleefde indruk op mij. Ook de rollen speelde ze echt en ook doorleefd. Zo"n actrice maakt een onuitwisbare indruk op je..


T.Huisman 12-03-2017 om 16:34

Ook in mens van goede wil met Josine van Dalsum en Hugo Metsers. Door de jaren heen kreeg ze een doorleefd voorkomen en had een charismatische uitstraling.


Mia Mathot 12-03-2017 om 00:25

Je hebt niet voor niets geleefd. Je bent een kanjer . Ik mis je




Ook interessant


De nieuwe opzij Vorige edities