Waarom wel acties tegen de plofkip en niet tegen prostitutie?

Waarom wel acties tegen de plofkip en niet tegen prostitutie?



Als het om prostitutie gaat, voeren we in Nederland telkens weer de verkeerde discussie, vindt journalist Renate van der Zee, die daar deze maand een pamflet over publiceert. De nieuwe, uitgeklede prostitutiewet is dan ook een wassen neus. Hoe nu verder?

Afgelopen zomer werden de prostitutieboten aan het Utrechtse Zandpad gesloten omdat de exploitant ervan betrokken zou zijn bij mensenhandel. Meteen klonk scherpe kritiek op burgemeester Wolfsen omdat hij daarmee prostituees van hun werkplek zou hebben beroofd. Of, zoals een van de critici het verwoordde: ‘De dames van plezier zijn op straat gegooid voor iets waar ze niets aan kunnen doen’. Wat was gebeurd, noemde hij een ‘schending van het recht op vrije beroepskeuze’.
De discussie over de sluiting van het Zandpad is typerend voor het hele prostitutiedebat in Nederland. Het gaat namelijk zelden over de kern van de zaak. Het probleem in Utrecht was dat in de boten vrouwen seksueel werden uitgebuit en er waren aanwijzingen dat de exploitant daarbij betrokken was. Dus trok Wolfsen zijn vergunning in. Of had hij moeten zeggen: ‘We weten dat er vrouwen worden uitgebuit in die boten, maar we laten dat gewoon gebeuren, want anders verliezen er prostituees hun werkplek’? Het sluiten van prostitutieboten van een malafide exploitant was geen schending van het recht op vrije beroepskeuze, maar de gedwongen prostitutie die daar plaatshad, was dat zeker wél.

Net als bij de discussies over de Utrechtse boten, zijn er bij elk debat over prostitutie mensen die roepen dat vrouwen het zelfbeschikkingsrecht moeten hebben om de prostitutie in te gaan. Die opmerking is beside the point. Niemand in Nederland wil vrouwen het recht ontzeggen om als prostituee actief te zijn als ze dat leuk vinden. Het grote probleem is echter dat er criminelen zijn die vrouwen het mensenrecht ontzeggen om níét de prostitutie in te gaan.
Ook bij de behandeling van de nieuwe prostitutiewet eerder dit jaar werd weer de kern van het probleem gemist. Die nieuwe wet stelt het aanvragen van een vergunning voor alle seksbedrijven verplicht, stelt de minimumleeftijd voor prostituees op 21 jaar, maar bevatte aanvankelijk ook een registratieplicht voor prostituees en een ‘vergewisplicht’ voor de hoerenloper die moest checken of de prostituee van zijn keuze wel geregistreerd was.

De kernvraag had moeten zijn: levert deze wet echt een bijdrage aan de strijd tegen mensenhandel? Maar de discussie ging erover dat een registratieplicht de privacy van prostituees zou schenden en dat een ‘vergewisplicht’ niet te handhaven zou zijn. Beide wetsonderdelen sneuvelden; de Eerste Kamer stuurde de wet in juli terug naar minister Opstelten van Justitie, met de boodschap deze twee onderdelen uit de wet te schrappen. De aangepaste wet wordt straks opnieuw in behandeling genomen. En zo verviel de kans om zicht te krijgen op prostituees door registratie en ging ook een voorzichtige poging om hoerenlopers op hun verantwoordelijkheid te wijzen, in rook op.
In Nederland is prostitutie sinds 2000 gelegaliseerd. Als eerste land ter wereld hief ons land alle wetten tegen prostitutie op. Seksbedrijven moeten sindsdien een vergunning aanvragen en worden regelmatig gecontroleerd. De hoop was mensenhandel beter aan te kunnen pakken en de arbeidsomstandigheden van prostituees te verbeteren. Het beleid werd in 2007 geëvalueerd en daaruit bleek dat de arbeidomstandigheden van prostituees helemaal niet verbeterd waren: het emotioneel welbevinden van de vrouwen en de tevredenheid over de verdiensten was afgenomen. Ook de aanpak van mensenhandel was niet verbeterd.

Prostitutiecontroleurs in de raamsector in Amsterdam, Alkmaar en Utrecht schatten het aantal ‘onvrijwillig werkende vrouwen’ op 50 tot 90 procent. In 2008 bleek bijvoorbeeld dat achter de ramen van exploitanten die keurig een vergunning hadden, vrouwen zaten die door de mensenhandelbende van Saban Baran meedogenloos werden uitgebuit. Omdat de legalisering niet het gewenste effect had gehad, werd vanaf 2007 gewerkt aan een nieuwe prostitutiewet. Maar de wet die zes jaar later eindelijk is aangenomen, stelt nog maar weinig voor. Het is duidelijk: hier gaan we de strijd tegen uitbuiting in de seksindustrie niet winnen.

De grote vraag is: wat nu? Misschien is de tijd aangebroken om de legalisering serieus ter discussie te stellen. Waarom mogen pooiers in Nederland vrij hun gang gaan, terwijl er sprake is van zoveel uitbuiting en geweld in de prostitutiewereld? Indertijd meende de regering seksuele uitbuiting effectief te kunnen aanpakken via de wet tegen mensenhandel. Maar om via die wet tot een veroordeling te komen, moet je bewijzen dat er sprake is van dwang. En daar zit hem het probleem. Dwang is vaak moeilijk te bewijzen. Lang niet alle mensenhandelaren maken gebruik van fysiek geweld. Prostituees worden op allerlei manieren onder de duim gehouden, bijvoorbeeld via bedreiging, chantage en psychologische druk. Soms is alleen emotionele afhankelijkheid voldoende om een vrouw tot prostitutie te dwingen. Dat is nauwelijks te bewijzen.

Een groot deel van de mensenhandelzaken eindigt dan ook in vrijspraak. Of er worden lichte straffen opgelegd als het wel tot een veroordeling komt. En dus kunnen veel mensenhandelaren gewoon doorgaan met het uitbuiten van prostituees. Een pooierverbod maakt het mogelijk om criminelen die vrouwen seksueel uitbuiten en niet via de wet tegen mensenhandel gestraft kunnen worden, toch aan te pakken. Als je wilt dat prostituees ongehinderd als kleine zelfstandigen kunnen opereren, moet je ook zorgen dat er geen louche figuren met hun verdiensten vandoor gaan.
Dat van verbetering van de arbeidsomstandigheden van prostituees in al die jaren van legalisering niets terecht is gekomen, is geen wonder. Een vergunningplicht en controles die vooral gericht zijn op de papieren van prostituees, vormen totaal geen stimulans om van seksbazen goede werkgevers te maken. Een goede werkgever zijn, kost geld terwijl seksbazen en raamexploitanten er vooral op uit zijn zo veel mogelijk te verdienen aan werkneemsters die zwak staan en dus moeilijk voor hun rechten kunnen opkomen.

Gezien de moeizame omstandigheden waaronder veel prostituees hun geld verdienen, zou het goed zijn als de overheid eens serieus werk maakte van uitstapprogramma’s die vrouwen die willen stoppen, daadwerkelijk verder helpen. Want zoals een hulpverlener het in een rapport van de nationale recherche verwoordde: ‘De drempel om in de prostitutie te gaan is hoog, maar de drempel om vervolgens te stoppen is nog hoger.’ Als een prostituee eindelijk de beslissing heeft genomen te stoppen, komt ze geen stap verder als instanties niet behulpzaam zijn. Soms worden prostituees zelfs ronduit tegengewerkt. De belangenvereniging De Rode Draad maakte in 2006 bijvoorbeeld melding van een prostituee die bij de sociale dienst kwam omdat ze wilde stoppen en te horen kreeg dat ze ‘nog best een aantal jaren op haar rug kon gaan liggen’ in plaats van haar hand op te houden.

Ook op het gebied van beeldvorming is nog veel werk te verzetten. In Nederland verkeren talloze mensen nog steeds in de veronderstelling dat prostitutie vooral een spannende, hooguit een tikje foute aangelegenheid is waarover je niet moeilijk moet doen, want ‘mannen hebben nu eenmaal hun behoeftes’. Het feit dat prostitutie legaal is, bevestigt het idee dat het iets normaals zou zijn. Zelfs nu voortdurend schokkende feiten boven komen drijven, blijkt de meerderheid van de Nederlanders nog steeds blind te zijn voor wat er in de prostitutiewereld gebeurt.
Een voorbeeld: als een bejaarde prostituee in de documentaire Ouwehoeren (2011) vertelt dat ze met geweld tot prostitutie werd gedwongen door haar man, haar eigen dochter niet mocht opvoeden, uitgescholden wordt in de buurt en zo weinig heeft overgehouden aan een leven lang pezen dat ze op hoge leeftijd nog achter het raam moet kruipen, trekken talloze Nederlanders de conclusie dat zij en haar zus ‘gezellige Amsterdamse rosse levens’ hebben geleid – deze woorden zijn van columnist Bas Heijne.

Het is hoog tijd dat we in Nederland gaan inzien dat het op de Wallen niet ‘gezellig’ is. Hier zou standaard voorlichting over moeten worden gegeven op scholen. Om meisjes te waarschuwen, maar vooral om jongens uit te leggen dat hoerenlopen seksuele uitbuiting in stand houdt. En dat seks niet iets is waar mannen koste wat het kost recht op hebben.
Want terwijl er tegen van alles ideële reclamecampagnes worden gevoerd, van roken tot het eten van plofkippen, is er in geen enkele Nederlandse stad ooit een poster te zien geweest die mannen erop wijst welke mensonterende vleesindustrie ze in stand houden door hoerenlopen. ‘Als er geen prostituees zouden zijn, zouden mannen gaan verkrachten,’ luidt een bekende smoes. De realiteit is dat er allang vrouwen worden verkracht, namelijk de prostituees die tegen hun wil achter het raam staan.

In Zweden hebben ze de uiterste consequentie getrokken en is hoerenlopen strafbaar gesteld. Omdat hoerenlopers met hun geld mensenhandel financieren. Maar toen twee Kamerleden begin dit jaar een werkbezoek aan Zweden brachten, stond Nederland op de achterste benen. De Zweden zeggen dat de wet tegen hoerenlopen hun land onaantrekkelijk maakt voor mensenhandelaren. Taps van telefoongesprekken tussen criminelen zouden dat hebben bevestigd. We hebben in Nederland de moed gehad om te experimenteren met legalisering, en nu blijkt dat dat is mislukt, waarom ontbreekt ons dan de moed om serieus te kijken naar het Zweedse model?
Ondertussen blijft het aantal gerapporteerde gevallen van seksuele uitbuiting stijgen. In 2012 zijn bij het Coördinatiecentrum Mensenhandel 1177 meldingen binnengekomen van mogelijke slachtoffers. Vergeleken met 2011, toen er 716 meldingen waren, is dit een toename van ruim 60 procent. Natuurlijk komt deze groei ook voort uit een toegenomen alertheid bij hulpverleners en politie, maar dat het probleem niet afneemt, is wel duidelijk. Er zijn zelfs onderzoekers die beweren dat legalisering van prostitutie seksuele uitbuiting bevordert.

Nederlanders beschouwen zichzelf als vooruitstrevend omdat prostitutie in ons land is gelegaliseerd. Maar het is veel vooruitstrevender om te kijken naar andere mogelijkheden om het probleem van prostitutie aan te pakken, dan voortbordurend op mislukt beleid een uitgekleed wetje in te voeren waarvan van tevoren vaststaat dat het weinig gaat uithalen.

Van Renate van der Zee is in oktober het boekje Prostitutie. De waarheid achter de Wallen (World Editions, € 11,90) verschenen.

04-12-2013

Reacties





Ook interessant


De nieuwe opzij Vorige edities