11/2016

José van Dijck: ‘We onderschatten vaak hoe belangrijk wetenschap is’

José van Dijck is de invloedrijkste vrouw van 2016. De eerste vrouwelijke president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen ontpopt zich tot voorvechter van meer diversiteit, open luiken en samenwerking in de wetenschap. Alles in dienst van de samenleving. ‘Vernieuwing vergt veel onzichtbare inspanning.’

Beeld: frank ruiter

‘Wetenschap is voor haar wat zuurstof is voor de mens,’ zegt Mieke Zaanen, directeur van de KNAW, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Ze praat over José van Dijck, de huidige president. Wat Zaanen zegt, lijkt te kloppen. Al in het eerste kwartier van het gesprek vertelt Van Dijck dat ze het fantastisch vindt om president van de KNAW te zijn, maar dat onderwijs en onderzoek altijd haar passie nummer één en twee zullen zijn. ‘Wat me boeit in wetenschap is dat je de tijd hebt om na te denken over hoe de wereld in elkaar zit.’ 

Drie dagen in de week zijn voor het presidentschap, de andere twee voor haar werk als hoogleraar vergelijkende mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam. Ze doet onderzoek naar sociale media, mediatechnologieën en digitale cultuur. Binnenkort presenteren Van Dijck en haar collega’s een nieuw boek over hoe digitale platformen als Airbnb en Uber de samenleving veranderen. 

Van Dijck is door de jury van de Opzij Top 100 verkozen tot invloedrijkste vrouw van 2016. Ze is de eerste vrouw in de functie van president van de KNAW, een enorme stap in een van oudsher mannenbolwerk, aldus het juryrapport. Het bereiken van die positie is een verdienste op zich, dat ze in haar functie zichtbaar is, de wetenschap dichter bij de burger heeft weten te brengen en een duidelijke visie heeft op de toekomst van het onderwijs en onderzoek, levert de punten op die haar tot de overall nummer 1 van dit jaar maken. 

Het is vandaag een drukke dag, zegt Van Dijck terwijl ze thee inschenkt. We zitten in haar grote werkkamer in het Trippenhuis aan de Kloveniersvoorburgwal, het hoofdkwartier van de KNAW. Het is nog vroeg, en bovendien de allerlaatste bloedhete dag van de zomer van 2016. Om kwart over twaalf moet ze weg, naar Den Haag. Vanmiddag presenteert de Kenniscoalitie de Investeringsagenda aan de bewindslieden Jet Bussemaker, Henk Kamp en Sander Dekker. De Kenniscoalitie, bestaande uit universiteiten, hogescholen, KNAW, NWO, VNO-NCW, instituten voor toegepast onderzoek en MKB Nederland, was verantwoordelijk voor de Nationale Wetenschapsagenda. Het grote verzoek van de Kenniscoalitie straks aan Den Haag: één miljard euro per jaar extra voor onderwijs en onderzoek.

Waarom moet de overheid meer geld stoppen in de wetenschap?
‘Er wordt al jaren ondergeïnvesteerd in onderzoek. Er wordt steeds een beetje geld afgeroomd. Dat gaat een lange tijd goed, Nederland staat nog altijd hoog in de rankings van de wetenschap. Maar op een gegeven moment bereik je de kritische ondergrens. Als je, zoals nu het geval is, al vijf jaar structureel te weinig geld steekt in onderzoek, gaat het opeens snel. Jong talent trekt weg, omdat hier geen interessante mensen meer werken.  Als dat gebeurt, ben je te laat. Het duurt lang voor je zoiets weer opbouwt.’

U bent de invloedrijkste vrouw van 2016. Wat vindt u daarvan?
‘Ik wist niet wat ik hoorde! Maar ik vind het fantastisch voor de sector. Ik vertegenwoordig de wetenschappers in Nederland en voor hen vind ik het zo ongelooflijk verdiend. Er werken veel vrouwen in de wetenschap maar tegelijkertijd zitten er nog altijd veel te weinig vrouwen aan de top. 
Invloed hangt vaak samen met macht, maar voor mij betekent invloed het kunnen bijdragen aan het opleiden van jonge mensen. Dat je als docent kunt investeren in jonge minds. Hoe die zich ontwikkelen, ideeën krijgen, de wereld ingaan en die straks veranderen en besturen.’ 

Invloed of macht wordt vooral geassocieerd met het bedrijfsleven en politiek. En nu met de wetenschap. Stemt dat vrolijk?
‘Onderschat wordt vaak hoe belangrijk wetenschap is in de samenleving. We denken dat een smartphone, een geneesmiddel of andere vernieuwingen er opeens zijn, maar daar gaan jaren van onderzoek aan vooraf. Vernieuwing vergt veel onzichtbare inspanning. Het zijn wetenschappers die dit soort veranderingen mogelijk maken. Ook dat is invloed.’

Er lijkt vanuit de samenleving ook meer belangstelling te zijn voor wetenschap. 
‘Ik denk dat de aandacht van het publiek voor de wetenschap zeker is toegenomen. Wetenschap is op televisie, in kranten en tijdschriften. Ik vind het ontzettend leuk om te zien hoe Beatrice de Graaf zo feitelijk het terrorismedebat op televisie kan uitleggen, dat is grandioos. 

Toen ik jong was, trokken wetenschappers zich veel meer terug in hun ivoren toren. Dat is veranderd. Wetenschap staat middenin die samenleving. Van wetenschappers wordt ook verlangd dat zij zich publiekelijk presenteren. Dat is een positieve ontwikkeling. Maar het vraagt enorm veel van die jonge collega’s. Als wetenschapper heb je niet één beroep. Je doet onderwijs, onderzoek, management en ook nog publiciteit. En vrouwen tussen de 30 en 40, juist de jaren waarin het in de wetenschap moet gebeuren, hebben vaak ook nog de opvoeding van kinderen. Ik heb zelf geen kinderen, maar ik heb grote bewondering voor de generatie nu, die dat allemaal moet doen.’

Van Dijck werd op 15 november 1960 geboren in Boxtel. Ze is de zesde in een rij van acht. Drie broers, vier zussen. Haar liefde voor de wetenschap ligt geenszins verankerd in de genen. ‘Mijn zussen zullen vast zeggen dat ik als kind al nieuwsgierig was, maar dat vind ik een beetje mythologiseren.’ Lang wist ze helemaal niet wat ze wilde. Timmerman worden leek haar leuk, journalist ook. Rond haar 25ste wist ze het: ze ging door in de wetenschap, en prompt vertrok ze naar de Verenigde Staten om in San Diego les te geven aan de universiteit en er te promoveren op de rol van de media in het publieke debat over ivf.

'Ik kwam uit een nieuw vak, en was vrouw en alfa, dan heb je wat om over te praten'

Wat directeur Zaanen zo waardeert in Van Dijck is haar volstrekte transparantie. ‘Ze treedt zonder vooroordelen de wereld tegemoet en er is geen verborgen agenda.’ Van Dijck is een mens van de inhoud, zegt ze ook. Nooit zal ze de machtskaart spelen, wat er ook gebeurt, ze blijft op de inhoud, altijd. Vriendin Ellen Frankfort, hoofd klinische farmacie en toxicologie in het Maastricht UMC+, verhaalt over Van Dijcks betrokkenheid. ‘We leerden elkaar kennen toen ik in onze studietijd na een verbroken relatie bij haar in huis kwam wonen. Zij stond voor mij klaar toen. José is heel sterk in de relationele sfeer. Ze komt echt uit zo’n groot Brabants gezin. Vroeger als er werd gebeld in het studentenhuis was het ook altijd: “O, da’s ons pap, of ons mam.” Ze is oprecht geïnteresseerd, vraagt altijd door. Ze neemt niets aan op face value, wil weten hoe en wat. In haar drukke carrière heeft ze ook altijd klaargestaan voor de mensen om haar heen.’

Niet dat Van Dijck zoete broodjes bakt. Ze is de baas, beslist en zet de lijnen uit. Bescheiden is ook een woord dat een paar keer valt, maar, zegt Frankfort: ‘Ze is niet zo bescheiden dat ze niet weet wat ze kan.’ De KNAW is met vijftien onderzoeksinstituten, 1500 mensen in dienst en een omzet van 150 miljoen ook geen kleine onderneming. 

De vrouwenkwestie speelde nogal na uw verkiezing tot president. U leek daar verbaasd over. Waarom?
‘Ik dacht dat er twee vragen over gesteld zouden worden en dat het dan wel weer klaar zou zijn. Maar in de 37 interviews die eerste week ging negentig procent van de vragen over het vrouw zijn! Zelf groei je erin mee, je vindt het heel normaal. Ik ben een boek aan het lezen over Johanna Westerdijk. Zij werd in 1917 benoemd tot hoogleraar plantenziekten en schimmels en was de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland. Wat me opviel, is dat ze het heel gewoon vond. Ze verzamelde een grote schare aan jonge vrouwen om zich heen, die allemaal naar haar kwamen om bij haar te promoveren. Gaandeweg merkte dat ze iets moest doen voor die vrouwen. 

Ik herken dat. Je moet laten zien dat het gewoon is, tegelijk moet je accepteren dat het niet gewoon is. Je moet er aandacht voor hebben, maar je moet er ook niet constant de nadruk opleggen, dan blijf je de hele tijd in díé groef hangen. Vrouwen voelen zich vaak onzeker als ze gevraagd worden voor een bestuursfunctie en durven dan niet. Doe het nou maar gewoon, denk ik dan, dan leer je het ook. Als je het niet doet, leer je het ook niet. Ik zeg altijd: het is net de HEMA, de gewoonste zaak van de wereld.’

En behalve vrouw was u ook nog eens een alfa!
‘Ja nou, en ik ben ook nog eens geen klassieke alfa. Een van mijn voorgangers, Frits van Oostrom, is historisch letterkundige, een klassiek en gedegen vak. Ik kwam én uit een nieuw vak, én was vrouw én alfa, dan heb je wat om over te praten.’

U vertrok op jonge leeftijd naar de VS. Dat klinkt ook als ‘gewoon’ maar zou ook als bijzonder beschouwd kunnen worden, toch?
‘Het leek me ontzettend leuk om naar Amerika te gaan en het is de beste beslissing die ik ooit heb genomen. De diversiteit van studenten daar op de universiteit was voor mij zo’n eyeopener. Ik gaf er les en had soms vijftien nationaliteiten in één klas. We hebben het hier nu over vluchtelingen, daar zat een meisje in de klas uit Iran van 18 jaar dat twee jaar gevangen had gezeten, en bootvluchtelingen uit Vietnam. Allemaal mensen die met een nieuwe blik naar de wereld keken. Het Hubrecht Instituut in Utrecht is een van de vijftien instituten van de KNAW. Ze doen er stamcelonderzoek en is een van de belangrijkste instituten in de wereld. Er werken daar dertig nationaliteiten, de gemiddelde leeftijd is 31. Elke keer als ik er kom, voel ik die sfeer van toen weer en denk ik: dit is de wereld van de toekomst, zo moet het zijn.’ 

Is dat waarover u spreekt in uw jaarrede? Die gaat over de ‘we’ in de wetenschap. Meer teamwerk, meer vrouwen, meer jonge mensen, zegt u.
‘Je moet vooral niet alleen maar mensen hebben die hetzelfde denken. Als je niet onmiddellijk wordt tegengesproken en tegengas krijgt, ga je in je eigen tunnel zitten en doe je niet de beste uitvinding. We moeten samenwerken om wereldproblemen aan te pakken. De bèta’s doen dat al veel langer. Kijk naar CERN, waar ze met z’n duizenden tegelijk aan de deeltjesversneller werken. 

'Je moet vooral niet alleen maar mensen hebben die hetzelfde denken'

Ook bij de alfa’s en gamma’s zie ik het steeds meer. De digitale samenleving stelt ons voor informatieproblemen. De ene groep wetenschappers vindt nieuwe technieken uit, bedenkt nieuwe algoritmes om vriendschappen te sluiten, maar als je daar niet ook met een andere blik naar kijkt, mis je iets. Hoe zien digitale vriendschappen eruit, hoe gaat de interactie tussen mensen, hoe gebruiken ze nieuwe interfaces? Vernieuwing wordt gemaakt door teams van onderzoekers.’ 

Volgens vriendin Ellen Frankfort bent u een meester in ontspannen. ‘Ze werkt keihard, maar je merkt nooit iets van stress,’ zegt ze.
‘Echt waar? Waarschijnlijk zegt ze dat omdat we het altijd heel gezellig hebben als we elkaar zien. Ik weet niet of ik zo’n meester in ontspanning ben, hoor. 
Ik heb weleens in wanhoop tegen mijn man uitgeroepen, op een moment dat ik zo druk was dat ik niet wist waar ik moest beginnen: “Ik ga het klooster in, ik word non!” Mijn man keek mij aan en zei: “Dat helpt niks, want binnen drie maanden word je gevraagd moeder-overste te worden en dan ga je dat nog doen ook”.’ 

Zijn er in dit gebouw ook zalen vernoemd naar vrouwen? Ik zie een Thorbeckezaal, Lorentzzaal, Tinbergenzaal, Rembrandtzaal.
‘Nee, allemaal mannen.’

Is dat nog iets voor de komende anderhalf jaar presidentschap?
‘Ik was vorige week in Leiden, bij het College van Bestuur. Daar hangen nu vier portretten van vrouwen in de voorzitterskamer. Daar ben ik heel blij om. Dat moet hier ook maar eens een keer gebeuren. Meer vrouwen aan de muur, dat helpt. Ik vind dat hier een schilderij van Johanna Westerdijk moet hangen.’

Of een zaaltje moet krijgen?
‘Het is best een idee. Volgend jaar op 10 februari luiden we het Johanna Westerdijk-jaar in, de dag waarop ze haar oratie hield. Wie weet.’

Van Dijck in 120 woorden
Geboren 15 november 1960 in Boxtel
Opleiding algemene literatuur- wetenschap aan de Universiteit Utrecht, promoveerde in 1992 aan de Universiteit van Californië in San Diego 
Bekend als hoogleraar vergelijkende mediastudies aan de UvA, decaan van de faculteit Geesteswetenschappen van de UvA (2008 tot 2011), president van de KNAW
Boek op het nachtkastje Een beetje opstandigheid van Patricia Faasse, over Johanna Westerdijk, de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland 
Lievelingsfilm Boyhood. Laat zo mooi de ontwikkeling zien van jonge mensen
Kan enorm genieten van wandelen en fietsen in de zon
Wordt mopperig van toeristen in de stad. Die lopen steeds voor je fiets
Motto ‘Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better’, van de Ierse schrijver Samuel Beckett

13-10-2016
Monique Kitzen
Wetenschapsjournalist
Meer over Monique Kitzen >

Reacties





Ook interessant


Producten



De nieuwe opzij Vorige edities