Een klein leven - Hanya Yanagihara

Boekenclub

5/2016

Was het goed of was het vooral heftig? Die vragen overheersen na lezing van Een klein leven, over de gestage ondergang van een beschadigd mens.

Ik heb nooit een marathon gelopen, maar ik stel me voor dat de mentale toestand van de marathonloper bij het finishen overeen komt met die van de lezer, die op pagina 890 van Een klein leven de laatste zin tot zich heeft genomen. Een toestand van uitputting en voldoening, het hele parcours afgelegd in zoveel verschillende emotionele lagen, van jankend willen opgeven tot het gevoel te vliegen.

Maar dan. Na een dag rust gaat de vergelijking met de marathon niet meer op. Wat eerst op een vrije loop leek, blijkt met terugwerkende kracht meer op de ervaring van een paar dagen in de cel. Nu overheerst vooral de opluchting over de bevrijding uit de wurgende greep van het verhaal. En rijst de vraag: was het boek nou zo goed of was het vooral zo heftig?

De eerste tachtig pagina’s lezen als een helder, filmisch geschreven portret van vier studievrienden uit verschillende milieus in Massachusetts, die voet aan de grond proberen te krijgen in New York. J.B. is opgevoed door zijn moeder, werkt als receptionist en hij droomt van een carrière als kunstenaar. Malcolms ouders zijn rijk en hij werkt bij een architectenbureau. Willem komt van een ranch en wil acteren, maar werkt vooralsnog in een restaurant. Van Jude weten de vrienden eigenlijk niets, behalve dat hij geen familie heeft, briljant is in wiskunde en dat er een groot advocaat in hem huist. Ambitie is wat de vier gemeen hebben. Het verhaal lijkt geknipt voor een serie op HBO, als het mannelijke antwoord op Girls.

Dat wordt anders vanaf het moment dat Jude zijn kamergenoot Willem wakker maakt, omdat hij een ‘ ongelukje’ op het toilet heeft gehad: hij heeft zich gesneden. De achthonderd pagina’s die volgen, gaan over Judes gestage ondergang, waarbij de lezer getuige is van de gruwelijke verwondingen, die hij zichzelf met scheermesjes toebrengt, om zo voor een moment verlost te zijn van angst, zelfhaat, schaamte en walging.

Pagina na pagina wordt de lezer dieper meegetrokken in zijn duistere verleden, dat steeds onuitwisbaardere sporen trekt in zijn heden. Jude is verminkt, en hij verminkt zichzelf. Mishandeld, eenzaam opgesloten en eindeloos seksueel misbruikt. Door paters, door een geschifte dokter en later nog eens door een man, bij wie hij zich eindelijk op zijn gemak leek te voelen. Yanagihara (41) beschrijft de scènes zo kwellend plastisch, dat ze de zinnen in je huid lijkt te kerven.

Verlichting schenkt het boek alleen op de momenten dat Judes vrienden, inmiddels net als hij meer dan succesvol, hem hun onvoorwaardelijke liefde en vriendschap tonen. Een hand op een schouder, een etentje, geduldig omgaan met Judes zwijgen, een kunstwerk dat aan hem is opgedragen. Die momenten van dit soort kleine en ondertussen zó veelzeggende gebaren, roepen dikke tranen van ontroering op.

Maar Jude kan hun liefde niet ontvangen of delen. ‘Hij ervaart zijn verleden als een tumor waaraan hij lang geleden iets had moeten doen, maar die hij in plaats daarvan negeerde. Nu zijn broeder Luke en dokter Traylor uitgezaaid, nu zijn ze te groot en te overweldigend om te kunnen worden verwijderd.’

De zin die Yanagihara meer dan honderd keer uit Jude’s mond laat rollen, is: ‘Het spijt me.’ Terwijl niemand hem iets kwalijk neemt. Het spijt hem dat mensen van hem houden. Het spijt hem dat hij zichzelf kapot maakt. Er is helemaal niets aan te doen. En dus wens je Jude, na al die uren met hem in zijn gevangenis van misère te hebben doorgebracht, een pijnloze dood toe. Je strompelt naar de finish, slaat het boek dicht en telt je zegeningen.

Meer lezen? Je bestelt Een klein leven hier in onze shop 


Bron foto

 
Door Maartje den Breejen / 21-04-2016


Tijdelijke aanbieding
OPZIJ TOP 100
Gerelateerde producten
Aanmelden Nieuwsbrief
Elke week de nieuwste OPZIJ-artikelen in je mailbox? Meld je hier aan voor de gratis nieuwsbrief.