Magdalena - Maarten 't Hart

Boekenclub

2/2015
In Magdalena schetst auteur Maarten ’t Hart een gemakzuchtig portret van zijn streng gereformeerde moeder.

Het hoort een beetje bij ouder worden, lijkt het: naarmate je eigen leven vordert, vraag je je vaker af wie je ouders eigenlijk waren. Bij schrijvers kan dit tot wereldliteratuur leiden. Afgelopen najaar kwam Adriaan van Dis nog met een autobiografi sche roman over zijn moeder, een vrouw met wie hij nooit echt hecht was, maar wier verleden hij zo tegen haar dood toch verlangde te kennen. Ik kom terug is een geslaagd werk, omdat je als lezer, met Van Dis, zijn moeder nader leert kennen, in aftastend proza.

Nu heeft Maarten ’t Hart ook een boek over zijn moeder geschreven, Magdalena. ‘Na mijn dood,’ zei zijn moeder naar verluidt, ‘kun je over me schrijven wat je wilt, maar spaar me zolang ik leef.’ Magdalena ’t Hart-Van der Giessen stierf in de snikhete zomer van 2012 – ze was dik 90 – en dus kon ’t Hart aan dit klusje beginnen. Zo voelt Magdalena ook een beetje, als een klusje dat afgehandeld moet, eentje waar de auteur niet al te veel energie in wil stoppen.

In Magdalena gaat ’t Hart op zoek naar zijn moeder – ook hij heeft haar nooit echt gekend - maar écht op zoek naar zijn moeder gaat hij niet. De eerste hoofdstukken schrijft hij zelfs dat er weinig over zijn moeders jeugd bekend is, over de eerste twintig jaar van haar leven is er nauwelijks meer bekend dan haar genealogie. Hoe ze de  Tweede Wereldoorlog doorkwam, is ’t Hart ook een raadsel. Dit op te merken, volstaat voor hem. Zijn vader verzuchtte ooit dat zijn moeder nog eens zijn dood zou worden. Hier wordt vervolgens geen gedachte meer aan gewijd. 

Later, als hij vertelt over zijn broer en de bekrompenheid van Maassluis die hem naar de keel vloog, zegt hij met eenzelfde gemakzucht: ‘Hoe hij uiteindelijk terechtgekomen is, heb ik beschreven in mijn roman De Jakobsladder, dus daar kan ik naar verwijzen.’ Eigenlijk begint in Magdalena zijn moeders leven pas vorm te krijgen als ’t Hart haar zelf, als kind, gadeslaat. Zijn herinneringen vormen dan ook de basis van dit boek: haar devote godvruchtigheid, haar wanen (continu is ze ervan overtuigd dat haar man vreemdgaat), dat ze haar kinderen nooit een knuffel gaf, dat ze tegen tandenpoetsen was en dat ze haar uiterste best deed te dwarsbomen dat ’t Hart naar het lyceum zou gaan, want een opleiding, waar was dat voor nodig?

Magdalena blijft hangen in anekdotes, later in een handvol ontmoetingen tussen de volwassen Maarten en zijn moeder. Die rijgt ’t Hart aaneen terwijl hij zijn eigen originaliteit memoreert: zoals het feit dat hij al jong, toen hij ging beredeneren hoe Noach zijn ark toch zo vol dieren had gekregen, geen geloof meer had. Het is allemaal al eerder beschreven door ’t Hart zelf – en beter bovendien.

’t Hart heeft zijn moeder, en daarmee zichzelf, gespaard. ‘Maar het is ook niet mijn bedoeling een biografie van mijn moeder te schrijven,’ schrijft hij ergens in Magdalena. Wat dan wel de bedoeling is, is me niet helemaal duidelijk geworden.

 
Door Femke van Wiggen / 02-02-2015


Tijdelijke aanbieding
OPZIJ TOP 100
Gerelateerde producten
Aanmelden Nieuwsbrief
Elke week de nieuwste OPZIJ-artikelen in je mailbox? Meld je hier aan voor de gratis nieuwsbrief.