Home 2016 Juli ‘DE ROBOT MOET MEER OP EEN MENS GAAN LIJKEN’

‘DE ROBOT MOET MEER OP EEN MENS GAAN LIJKEN’

49
0
DELEN
BEELD: FRANK RUITER

Hoogleraar sociale robotica Vanessa Evers wil haar kennis niet gebruiken om de eerste robotmens te creëren die huisbediende, schoonmaker, kok, opvoeder, ziekenverzorger en relatietherapeut ineen is. Zij wil de wereld redden, robot voor robot.

 

Geef toe. Bij het woord ‘robot’ denk je aan de Terminator en aan de Sentinals uit The Matrix. Of misschien aan lieve varianten op deze moordende mensmachines als Wall-E of R2-D2. Na een gesprek met Vanessa Evers weet je wel beter. Evers is naar eigen zeggen een ‘knuffeltechneut’. Zodra het in de media over robots gaat, wordt zij om commentaar en duiding gevraagd. Dat is niet zo gek. Evers is jong, dynamisch, rap van tong en bovenal de enige vrouwelijke professor sociale robotica in Nederland. Ze is volgens Opzij, dat haar in 2014 onderscheidde met de Talent Award, ook nog eens Hollands hipste hoogleraar. En dus zat ze onder andere in De Wereld Leert Door aan Matthijs van Nieuwkerk en honderdduizenden kijkers uit te leggen wat zij en haar onderzoeksgroep nu precies doen, daar aan de Universiteit van Twente.

WERELDVERBETERAAR

Het had trouwens maar weinig gescheeld of Evers had helemaal niet met Matthijs aan tafel gezeten. Een technische studie was nou niet bepaald haar meisjesdroom. Ze deed het omdat haar vader zei dat oom René daar ook zo lekker mee verdiende. Eigenlijk wilde ze Engels leren. Toch schreef ze zich in voor bedrijfsinformatica aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Dat wordt toch niks,’ dacht ze, ‘en dan doe ik volgend jaar wat ik écht leuk vind.’ Maar tot haar eigen verbazing haalde ze alle tentamens. Dat ze ermee verder ging, kwam niet omdat ze opeens gepakt werd door het vak. Het was ‘luiigheid’, zegt ze zelf. ‘Ik heb me door die studie heen geworsteld.’ Pas in het derde jaar ontdekte ze een onderwerp dat haar wel echt boeide: de omgang en interactie tussen mens en computer. En nu? Nu is ze dolblij dat het haar is gelukt en verheugt ze zich er elke ochtend weer op om met een interessante groep mensen te werken aan grote problemen. ‘Het klinkt misschien corny, maar ik geloof echt dat technologie de motor kan zijn voor beschaving en welvaart. Het kan zorgen voor een betere wereld. Met innovatieve technologie voor duurzame en zuinige energie kunnen we bijvoorbeeld de milieuproblematiek aanpakken. Robotica lijkt zo ver van ons bed. Maar met dezelfde systemen waarmee we een robot Mars kunnen laten verkennen, kunnen we ook alledaagse problemen oplossen.’

SOCIALE REGELS

Om uit te leggen wat haar werk inhoudt, had Evers ook bij Matthijs flink wat woorden nodig. Volgens de website van de UT richt haar onderzoek zich op ‘de interactie tussen mensen en autonome apparaten zoals robots en de culturele aspecten van de Mens-Computer Interactie’. Vrij vertaald betekent het dat ze zich bezighoudt met de menselijke kant van technologie. Samen met een multidisciplinaire groep van onder meer technische wetenschappers, sociologen en psychologen leert zij de robot sociale vaardigheden. ‘Robots functioneren niet meer geïsoleerd in een hoekje van de fabriek, maar in een sociale omgeving. Tussen de mensen. Om te zorgen dat het klikt, moeten robots leren met mensen om te gaan en adequaat op ze te reageren.’ Een gidsrobot moet bijvoorbeeld snappen dat een groep reizigers bij elkaar hoort, zodat hij niet dwars door ze heen rijdt. Een zorgrobot moet niet slechts ‘oké’ antwoorden als een depressieve bejaarde net heeft bekend dat ze zich elke avond in slaap huilt. ‘De robot moet meer op een mens gaan lijken,’ vat Evers samen.

Als je je weleens hebt betrapt op het uitfoeteren van je navigatiesysteem omdat die je liet omrijden, zou je haast denken dat je zo’n systeem al als een persoon beschouwt. ‘Mensen zijn geprogrammeerd om complexe computers gevoelens en een eigen wil toe te dichten, ’ verklaart Evers. ‘Wij zijn geneigd om alles af te meten aan onze eigen sociale regels. Ben ik een mailtje kwijt, dan wijt ik dat niet aan een of andere programmeercode, maar dan vervloek ik dat pokkending dat mailtjes laat verdwijnen. We proberen het sociaal te begrijpen, omdat we het technisch niet snappen.’

STEEDS ROBOTISCHER

Om de omgang tussen mens en computers te versoepelen geeft Evers ‘haar’ robots soms menselijke trekjes: een hoofd dat naar je kijkt, oogjes, een prettige stem. Maar een complete robotmens maken? Zo’n Wall-E die gezellig door je huis rolt, de vaatwasser leeghaalt, deuren en kastjes opent, je kinderen een aai over hun bol geeft, een pakketbezorger te woord staat en ’s avonds een voedzame maaltijd op tafel zet? Dat is absoluut niet haar ambitie: ‘Ik begin al te transpireren bij de gedachte hoe je dat in godsnaam voor elkaar zou moeten krijgen.’ Een mens is niet zo makkelijk na te maken. Wij verrichten miljoenen handelingen tegelijkertijd zonder erbij na te denken. Iets simpels als speelgoed opruimen is vooralsnog een hels karwei voor een robot. Al was het alleen maar omdat hij van elk object moet weten hoe dat is samengesteld: uit één stuk of uit meerdere onderdelen? In een gecontroleerde omgeving als het laboratorium lukt dat nu wel, maar je kunt hem nog lang niet op een rommelige speelkamer loslaten. Laat staan dat hij daarna nog even de keuken induikt om de aardappels te schillen.

HAAR AMBITIE IS NIET ZO’N WALL-E DIE GEZELLIG DOOR JE HUIS ROLT EN EEN MAALTIJD OP TAFEL ZET

Voordat zo’n alles-in-één-robot er überhaupt zou kunnen komen, en dan zijn we echt tientallen jaren verder, moeten er een hoop obstakels getackeld worden. Afgezien van allerlei ethische en maatschappelijke barrières is energie een probleem: de batterijen gaan niet lang mee, de motoren zijn fors en doordat je geen gebruik kunt maken van vloeibare energieleveranciers als bloed wordt alles hard, groot en bekabeld. Daarnaast zijn er softwaredoorbraken nodig. Natuurlijke taalherkenning gaat een robot bijvoorbeeld nog niet zo goed af. Probeer maar eens een goed gesprek met Siri te voeren. En dan nog. Niet elke robot kan zomaar overal ingezet worden. Datasets moeten aangepast worden aan de unieke aspecten van de gebruikers: hun taal, hun  omgangsnormen, hun gebruiken. Zoals er geen standaardmens bestaat, zo bestaat er ook geen standaardrobot.

Vaak is het volgens Evers helemaal niet logisch om een robot een menselijke gedaante te  geven en kun je de technologie veel beter inbouwen in een product. Liever een zelfrijdende auto dan een robotchauffeur. Zonder dat we ons dat misschien realiseren, worden we al lang omringd door dergelijke gerobotiseerde hulpmiddelen. Voor € 99,- koop je al een stofzuigend robotduiveltje en voor zo’n 900 euro meer heb je een robotmaaier. Evers: ‘Al onze huis- tuin- en keukenproducten worden robotischer. En in nabije toekomst lukt het ook om androïdes te maken die enkelvoudige taken kunnen uitvoeren. Eentje om de deur te openen, eentje om de vloer te soppen en zelfs eentje die oma geruststelt als ze in de war is.

Over een jaar of vijftien hebben ze waarschijnlijk ook een iets gevarieerder palet aan handelingsmogelijkheden en zijn ze flexibeler inzetbaar. Nu kan een keukenrobot alleen maar van te voren ingeprogrammeerde handelingen verrichten met die pannenset in die keuken. Over een tijdje snapt hij beter wat koken inhoudt en weet hij hoe hij zijn tools moet inzetten om in verschillende situaties een maaltijd op tafel te toveren. ‘ Zelf heeft ‘wasrobot’ Evers geen behoefte aan zo’n mechanische keukenprins. ‘Mijn vriend is thuis de kookrobot!’

SLIMME ROLLATOR

Dankzij slimme technische hulpjes die ons werk uit handen nemen, houden wij straks meer quality-time over voor zaken die alleen door wezens met bloed, brein en een hart kunnen worden uitgevoerd.  Misschien komt er een tijd dat we het huishouden geheel kunnen uitbesteden aan apparaten. Nu al kost dat vrouwen veel minder tijd (19 uur per week) dan in 1955 (62 uur per week). Ook bij de zorg voor kinderen kunnen we straks een beroep op technische hulp doen. Evers: ‘We zouden een app kunnen ontwikkelen die feedback geeft op onze opvoeding. Die bijvoorbeeld registreert hoe vaak je chagrijnig, ongeduldig of inconsequent was. Die applicatie neemt dan niet de opvoeding over, maar geeft je de mogelijkheid om je eigen gedrag beter te begrijpen en bij te sturen.’

Dat is wat Evers wil met haar robotica: mensen empoweren. Haar onderzoeksgroep buigt zich momenteel over de technologische mogelijkheden om afnemende mentale en fysieke functies van ouderen op te vangen. Een exoskelet maakt een 85-jarige weer mobiel. Zodra hij zo’n robotpak aantrekt, kan hij weer lopen en tillen. Geen zorgen meer om opa die af en toe de weg kwijt is: zijn slimme rollator trekt hem weer naar huis terug. En een thuiszorgrobot kan tijdelijk bij oma thuis klusjes verrichten totdat zij dat zelf weer kan. ‘Ik wil dat technologie mensen ondersteunt zodat zij hun baan beter kunnen uitvoeren, hun huishouden makkelijker kunnen bestieren, sneller gezond worden en de logistiek rondom gezin en werk beter kunnen regelen. Daarom doe ik het.’

LEUKERE JOBS

Prachtig dat robots onze saaie routineklussen overnemen, maar hoe zit het met onze banen? Vier op de tien Nederlanders zouden weleens hun werk kunnen verliezen, berekende de Volkskrant in oktober 2014 op basis van een Oxford-studie naar de gevolgen van automatisering in Amerika. ‘Een ramp,’ kopten de kranten. Evers snapt de bezorgdheid. Bij elke automatisering verandert de arbeidsmarkt en verdwijnen er functies (lopendebandwerk!). Of vrouwen daardoor meer getroffen zullen worden dan mannen, durft ze niet te zeggen. De computer heeft heel wat secretaressebanen gekost. Toch zijn vrouwen niet minder gaan werken. Misschien hebben ze nu wel leukere jobs, peinst  Evers. Bovendien bieden nieuwe technieken ook nieuwe kansen. Via telepresentatie (scherm) kun je bijvoorbeeld vanuit huis toch op je werk aanwezig zijn.

‘EEN THUISZORGROBOT KAN TIJDELIJK BIJ OMA THUIS KLUSJES VERRICHTEN’

Dat vrouwen in het nadeel zijn omdat arbeid steeds technischer zou worden, weerspreekt ze. ‘Vrouwen hebben wel degelijk affiniteit met techniek. Weet je hoeveel ruimtelijk inzicht je bij breien nodig hebt?’ Bovendien worden toekomstige robots zo gebruikersvriendelijk dat je ‘echt geen PhD in techniek hoeft te hebben om ermee te kunnen werken.’ Het klopt inderdaad dat de vrouwen in haar vakgebied op de vingers van één hand te tellen zijn en dat die, net als Evers zelf, meestal gekozen hebben voor de ‘softe’ in plaats van de hardcore technische kant van het vak. Maar dat kun je ze niet kwalijk nemen. Techniek is een ons-kent-ons-mannenwereldje, waar vrouwen niet altijd naar waarde worden geschat.

Misschien heeft dat er mede toe geleid dat Evers’  talent aanvankelijk niet werd opgemerkt en ze relatief lang een lage wetenschappelijke functie had. Evers begrijpt best dat meiden worden afgeschrikt door het beeld van een technische baan als vies of juist steriel werk in een omgeving met olie, stofjassen of zoemende apparaten en heel veel kerels. ‘Niet vrouwen moeten de knop omzetten, maar het werkveld moet veranderen. Wij moeten ons ook thuis kunnen voelen in de wereld van de techniek.’ Vanessa Evers zou graag een rolmodel willen zijn. ‘Als ik later op mijn 92ste terugkijk op mijn carrière hoop ik echt dat ik iets heb kunnen betekenen voor andere vrouwen.’

Vanessa Evers (41) is hoogleraar Human Media Interaction en wetenschappelijk directeur van het DesignLab aan de Universiteit Twente. Ze is dit jaar uitgeroepen tot een van de vijftig meest inspirerende topvrouwen in de techniek binnen Nederland én Europa. Evers heeft een relatie en woont met haar dochter van 8 en zoon van 6 in Enschede.

 

Door Anne Elzinga