‘OM GEDOE TE VOORKOMEN, LOOP IK NIET ALTIJD HAND IN HAND’

BEELD: FRANK RUITER

Typeer politievrouw Ellie Lust in één zin en die luidt: iedereen hoort erbij. Of het nou de paus is, Marokkanen of homoseksuelen bij de politie. ‘Ik doe niet aan buitensluiten.’

‘Ik voel me ongelofelijk omarmd,’ zegt Ellie Lust. ‘Zelfs de knapen op de scooters met wie ik als politievrouw te maken heb, begroeten me. “Heeeee, Ellie Lust,” roepen ze als ik langsloop. Ik ben wie ik ben, ook voor de camera. Dat waarderen mensen, denk ik.’

Lust is net terug van een vakantie in Frankrijk, in de Provence, met haar vrouw Boukje en met Loetje, een glanzende King Charles-cavalier spaniel. Ze is nog steeds overdonderd door alle positieve aandacht die ze krijgt sinds ze meedeed aan Wie is de Mol?, vertelt ze in café Brandstof in Amsterdam. ‘Het is fantastisch, maar ik was doodop voor we met vakantie gingen. Ik word elke dag herkend, krijg wekelijks interviewverzoeken en word voor de meest uiteenlopende televisieprogramma’s gevraagd. Bijna alle televisieverzoeken zeg ik direct al af, omdat ze niet passen bij mijn rol als politiewoordvoerder. Maar er zitten ook verzoeken tussen die wel kunnen en waarvoor ik ook toestemming krijg. Dus raakte ik gaandeweg uitgeput.

Ik was thuis ook niet echt gezellig meer, deed kortaf tegen Boukje. Tot ze zei: “Zo vind ik het niet meer leuk, laat me je dan helpen.” Dat was eigenlijk een simpel maar briljant idee. Ze is nu mijn manager en neemt me veel werk uit handen. Dat gaat hartstikke goed, maar ik moet mijn grens blijven bewaken.’

Lust (49) is het gezicht van de politie Amsterdam en als woordvoerder vaak te zien in nieuwsitems en Opsporing Verzocht. Daarvoor werkte ze twintig jaar op straat, waarvan een aantal jaar als wijkagent in Amsterdam. Ze is voorzitter van Roze in Blauw, een politienetwerk dat aanspreekpunt is voor homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders (LHBT’ers) die te maken hebben met discriminatie of geweld vanwege hun geaardheid of genderidentiteit. Sinds vorig jaar zijn er binnen alle politie-eenheden in Nederland Roze in Blauw-netwerken. De landelijke lancering werd tijdens de botenparade van de Gay Pride gevierd, met een trotse Lust in politie-uniform aan boord.

Ook dit jaar staat ze vooraan op de politieboot. Na de zomer legt ze haar voorzittershamer neer, dan mag een nieuwe generatie het van haar overnemen. ‘Het is essentieel voor je geluk om in alle veiligheid jezelf te kunnen zijn,’ zegt Lust. ‘Ik ben er trots op dat dat bij de politie openlijk kan. Vanaf dag één ben ik betrokken geweest bij de oprichting van Roze in Blauw. Toen de Gay Games in 1998 naar Amsterdam kwamen, wilden we als politie aan alle buitenlandse bezoekers laten zien dat ze bij ons welkom en veilig zijn. In hun eigen land zijn ze vaak bang voor de politie, omdat ze vanwege hun geaardheid vervolgd kunnen worden. Dus begonnen we met een groepje enthousiaste collega’s een aanspreekpunt voor LHBT’ers. Na de Gay Games bleek ook in onze eigen stad behoefte te zijn aan een soortgelijk aanspreekpunt. In het begin zaten we bij de telefoon te wachten tot die overging. Het ging pas écht lopen nadat de Amerikaanse journalist Chris Crane in 2005 in de Leidsestraat in elkaar geslagen was omdat hij hand in hand liep met zijn vriend. Hij maakte flink stampij: wat nou Gay Capital! Dus deed de afdeling woordvoering er een persbericht uit met het speciale telefoonnummer van Roze in Blauw. De media pikten het op en ineens was het een succes.’

Sinds de Amsterdamse politie begon met de registratie van homogerelateerd geweld nam het aantal meldingen toe van 234 in 2007 naar een kleine zeshonderd in 2013. Wat zegt dit getal? 
‘Misschien is het wel te danken aan het succes van Roze in Blauw. Mensen kunnen ons makkelijk bereiken en weten ons inmiddels snel te vinden. Overigens nivelleert het sinds 2014. Maar cijfers zeggen me niet zoveel. Als ik tijdens een bijeenkomst van de LHBT-gemeenschap vraag wie er is uitgescholden, gepest, bedreigd of met geweld geconfronteerd is geweest, dan gaan er veel vingers omhoog. Vraag ik vervolgens wie het bij de politie heeft gemeld, dan gaan veel vingers weer omlaag.

‘Het is essentieel voor je geluk om in alle veiligheid jezelf te kunnen zijn’

Veel mensen denken dat melden weinig zin heeft. Ik hoor ook vaak: “Weet je Ellie, het was ook weer niet zo erg.” Maar als ik doorvraag, blijkt iets soms al zes jaar geleden gebeurd te zijn. En mensen weten dat nog steeds, het is toch ingrijpend.

Ik noem het de spreekwoordelijke gladde jas: veel te veel mensen laten veel te veel van zich afglijden. Ik zeg dan tegen de gemeenschap: meld het nou wél bij de politie want dan kunnen we onderzoek doen. Dan kunnen we misschien camerabeelden veiligstellen of een getuigenoproep doen. Zonder melding is het voor de politie niet gebeurd. Wij kunnen omgaan met wat we weten en niet met wat we niet weten.

Ik bemerk overigens zelf geen verslechtering op straat, ook niet bij vrienden die ik er regelmatig naar vraag. In de media worden incidenten soms uitvergroot.’

In april werd een lesbisch koppel na een avondje uit mishandeld door drie mannen in het centrum van Groningen omdat ze hand in hand liepen.
‘Een vreselijk incident! Dat maakt mij wel boos ja. Want wie ben jíj om te bepalen dat die vrouwen niet hand in hand mogen lopen? Je blijft van elkaar af! Iedereen hoort erbij.’

Lopen Boukje en jij hand in hand over straat?
‘Ja, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik me zelf ook niet altijd even sterk voel. Als ik bijvoorbeeld langs een groepje Russische toeristen loop, kan ik de neiging hebben om Boukjes hand los te laten. Ik heb geen zin in gezeik. Ik ken mezelf: als iemand wat zegt, ga ik erop af. Is dat niet voldoende, dan gaat hij mee naar het bureau. Om gedoe te voorkomen, loop ik even niet hand in hand.’

Het is opvallend dat je de Russische toeristen als dreiging noemt, terwijl homofobie vanuit de islam hét gespreksonderwerp is sinds de schietpartij in Orlando. 
‘Dat doe ik bewust. Ik weet als politievrouw natuurlijk dat Marokkaanse jongens zijn oververtegenwoordigd als dader, maar ze zijn echt niet alleen verantwoordelijk voor het homogeweld. Ik ken ook genoeg Marokkaanse jongens die geen enkel probleem hebben met homoseksualiteit en ben zelf nog nooit door ze lastiggevallen. Die groep krijgt het bovendien al aardig voor de kiezen en we kunnen echt niet alles op ze afwentelen. We leven in een tijd waarin mensen anderen, allochtonen maar ook vluchtelingen, steeds meer buitensluiten. Daar doe ik niet aan mee. Ik ga niet als politievrouw een groep jonge mensen zwartmaken. Ik ervaar zelf juist zo sterk bij de politie dat iedereen er mag zijn.’

Wat heeft Orlando in de gemeenschap veroorzaakt?
‘Iedereen in de LHBT-wereld was in shock natuurlijk, er heerste angst. Zo’n aanslag kan nooit meer níét gebeurd zijn, dat neem je met je mee. Ik ben geen bang mens. Althans, ik ben niet bang op straat. Mijn kwetsbaarheid zit ’m meer in het thuisfront, daar moet het goed gaan. Je kunt ook niet in angst voor een aanslag leven. Er is nu eenmaal dreiging in deze wereld. Gelukkig zie je bij de aanslagen in Parijs of Brussel dat de angst op den duur weer wegzakt. Als politie zullen we er in elk geval alles aan doen om de Gay Pride straks veilig te laten verlopen.

En weet je, zelfs uit zo’n schietpartij als in Orlando komt iets goeds voort. De paus heeft zich naar aanleiding van Orlando uitgesproken: hij zei dat homo’s respect verdienen. Dat vind ik zo mooi en baanbrekend. Hij is de eerste religieuze leider die zich zo over ons uitlaat. Zijn invloed is wereldwijd enorm, zeker binnen de katholieke kerk. Dat is heel belangrijk voor de gemeenschap.’

‘Ik ben geen bang mens. Althans, niet op straat, mijn kwetsbaarheid zit ’m in het thuisfront’

Als ‘politievrouw van de straat’ heeft Lust de vreselijkste dingen achter de voordeur met eigen ogen zien gebeuren: huiselijk geweld, kindermishandeling, verslavingsproblematiek. Haar mensbeeld is er niet somber door geworden, vertelt ze. ‘Ik blijf bereid om mensen een tweede of derde kans te geven. Dat zei ik ook tegen de jongens in de wijk als ze weer iets geflikt hadden: het is je gedrag, niet wie je bent. En dat gedrag kun je elk moment van de dag veranderen, aan jou de keus.’

Zo hielp ze Ben vooruit, ‘een Marokkaanse jongen met een mond vol rotte tanden.’ Ze was een jaar bezig om zijn vertrouwen te winnen. Aanvankelijk keek hij haar niet eens aan. ‘Met mijn collega regelde ik een appartementje en een baan voor hem. We zagen hem vooruitgaan. Je kijkt nu zoveel leuker naar me dan in het begin, zei ik na twee jaar. Hij antwoordde:
“Ellie, ik was altijd bang voor de politie, daarom keek ik zo. Ik had nooit gedacht dat jullie me zó zouden helpen.”

Het gaat goed met hem, hij heeft zelfs zijn tanden laten opknappen. Daarmee heb ik niet alleen Ben geholpen, maar ook al zijn potentiële slachtoffers. Dat het een druppel op een gloeiende plaat is maakt me niet uit.’

Lust is uitgegroeid tot het boegbeeld van de homobeweging. Dit jaar won ze het Roze Lieverdje, ze werd  gekroond tot LesbICOONingin, Roze in Blauw kreeg de Bob Angeloprijs en gay.nl riep een Ellie Lust-award in het leven.

Om te mogen zijn wie ze is, heeft wel de nodige strijd gekost. Lust groeide op in een warm gezin in Oostzaan. Haar vader was melkboer, haar moeder huisvrouw; een gelukkig echtpaar. ‘Mijn moeder was traditioneel,’ vertelt Lust. ‘Zo mochten we niet op dansles omdat we anders te vroeg aan een jongen zouden blijven kleven en we mochten ook niet op voetbal omdat ze dat geen meisjessport vond. Dus voetbalden we op de parkeerplaatsen bij ons in de straat.’ Populair was ze niet op school. Met haar bril en sproeten werd ze gepest. Maar ze blonk uit in volleybal, speelde bij diverse topclubs en zelfs in het nationale team. Op haar 19de ontdekte ze op vrouwen te vallen toen ze verliefd werd op een teamgenoot. Niet lang daarna bleek haar tweelingzus Marja ook lesbisch.

Je moeder voelde zich er schuldig over dat ze twee lebische dochters had, heb je weleens in een interview verteld. Waarom?
‘Ze dacht dat ze iets verkeerd had gedaan. Ze wilde het allerbeste voor haar kinderen en wist dat we de rest van ons leven met andermans oordelen te maken zouden krijgen. Ze begreep ook niet goed dat je als vrouw net zoveel van een vrouw kunt houden als van een man, zoals zij van mijn vader hield. Vriendinnen waren bij ons thuis altijd welkom, maar als de buurvrouw vroeg of “de meiden al verkering hadden”, zei zij: “Neeee, die zijn veel te druk bezig met volleybal.” Ze vond het moeilijk om te zeggen: “Er gaat geen jongen komen in hun leven.”’

‘Ik heb nooit de behoefte gehad om een kind te dragen, en baren lijkt me verschrikkelijk’

Voelde dat niet als een miskenning? 
‘Jawel, maar ik heb het haar nooit verweten. Mijn moeder was een ontzettend lief mens, ze zorgde altijd voor iedereen. Het was voor haar ook niet makkelijk om twee lesbische dochters te hebben. Mijn vader had er minder problemen mee. Toen we hem het nieuws vertelden, hield hij meteen op grapjes te maken over Albert Mol en andere zichtbaar homoseksuele mannen op televisie. (Grinnikend) We verdenken hem ervan dat hij het wel prima vond om de enige man in het leven van zijn dochters te blijven.’

Wat zou je anderen die uit de kast komen willen meegegeven in relatie tot hun ouders?
‘Ik heb zelf de tijd nodig gehad voor mijn coming-out, maar mijn ouders ook. In veel gezinnen is het nog steeds een moeilijk bespreekbaar onderwerp, zeker als er religieuze of traditionele normen gelden. Bij mij thuis speelde religie geen rol, maar mijn ouders hielden vast aan hun huisje-boompje-beestje-ideaal. Je moet je ouders ook de tijd gunnen om aan het idee te wennen. Ook ouders hebben recht op hun coming-out.’

Na een stilte: ‘Mijn moeder heeft er nooit verdriet van gehad dat ze geen kleinkinderen van haar dochters zou krijgen. Daar ging het haar niet om.’

Wilde je zelf geen kinderen? 
‘Ik heb nooit de behoefte gevoeld om een kind te dragen, en baren lijkt me verschrikkelijk, maar ik heb altijd gezegd: als ik een vrouw met een kinderwens tref, ga ik erin mee. Ik denk dat ik een goede moeder zou zijn geweest. Maar Boukje wilde ook geen kinderen. In de zestien jaar dat we samen zijn, waarvan elf getrouwd, is er veel veranderd. Het onderwerp kinderen wordt nu veel eerder besproken en we hebben veel vriendinnen met kinderen, hartstikke leuk.’

Had je er misschien wél voor gekozen in deze tijd? 
‘Ook nu zou het van Bouk hebben afgehangen. Het is nooit echt een onderwerp tussen ons geweest. We hebben nu twee leuke katjes en een geweldig hondje.’

Haar coming-out bij de politie had Lust pas toen ze er al vier jaar werkte. Haar familie en vrienden had ze het inmiddels wel verteld. ‘Ik vond het een lastig onderwerp,’ zegt ze. ‘En toen ik na het vwo bij de
Politieacademie in Amsterdam begon, wilde ik echt niet die pot van groep 5 zijn. Dus ging ik compensatiegedrag vertonen. Ik wilde leuk en lief zijn, een goede volleyballer en een geweldige politievrouw, want dan was dat andere niet zo erg meer.

Totdat het uitging met mijn Amerikaanse vriendin Diane. Daar had ik zo’n hartzeer van, de ellende spatte ervan af. Mijn collega en maatje Peter heeft me erdoorheen gesleept. We hebben veel gepraat. Tot de dag kwam dat ik dacht: hee, ik heb vandaag nog niet gehuild. Ik voelde me bij Peter zo veilig over wie ik was, dat ik ook mijn andere collega’s bij de politie in vertrouwen durfde te nemen. Toen ontdekte ik dat de politie écht als familie is; ik hoorde er gewoon nog steeds bij. Tegen jongeren die nog uit de kast moeten komen, wil ik zeggen: zeg het maar, get it off your chest. Want hoe zwaar de boodschap ook is, het dragen van zo’n geheim is onvergelijkbaar veel zwaarder. Je bent goed zoals je bent.’

Ellie Lust in 107 Woorden
Geboren: 17 september 1966, Amsterdam
Opleiding: vwo, Politieacademie Amsterdam
Prijzen: Roze Lieverdje (2016), Kleurrijke Top 100 (2016), LesbICOONingin (2011), Bob Angelo prijs voor Roze in Blauw (2011). Gay.nl riep vorig jaar de Ellie Lust-award in het leven, die werd uitgereikt aan Margriet van der Linden
Geestig: introduceerde in Wie is de Mol? de later razend populaire term ‘etherdiscipline’: om te voorkomen dat het portofoonverkeer geen puinhoop wordt, gelden strikte regels
Extra wapenfeit: een audiotour in het Amsterdam museum, waarin ze bezoekers leidt langs werken die ze zelf selecteerde, zoals de trouwringen van Frank en Peter Wittebrood, het eerste homopaar ter wereld dat in het burgerlijk huwelijk trad

 

Door Carolina Lo Galbo