HET PIPPI PARADIJS – EEN BIOGRAFIE VAN ASTRID LINDGREN

Komende maand verschijnt een nieuwe biografie van Astrid Lindgren, de bedenkster van Pippi Langkous, misschien wel het grootste feministische icoon ter wereld. In haar geboortestreek in Zweden is Lindgren nog alom aanwezig.

BEELD VIMMERBY TURISTBYRÅ,

Een typisch Zweeds rood huis, iets buiten het in de streek Småland gelegen stadje Vimmerby. Een huis zoals je ze zoveel tegenkomt in de verhalen van Astrid Lindgren. Met kleine ramen, een veranda. De woning is opvallend noch onopvallend. Dit is Näs.

Vroeger, aan het begin van de twintigste eeuw, in de tijd dat Lindgren kind was, woonden hier drie gezinnen. Onder hen het gezin van Hanne en Samuel August Ericsson, een boerenechtpaar dat  tijdens de millenniumwisseling werd verkozen tot het stel met de mooiste liefdesgeschiedenis van Zweden: Samuel August zag in 1988 Hanna voor het eerst op school, vergat haar nooit en begon haar, nadat hij haar jaren later op een bruiloft zag, brieven te schrijven. Hanne en Samuel kregen vier kinderen: zoon Gunnar en dochters Astrid, Stina en Ingegerd.

Het gezin Ericsson bewoonde drie vertrekken op de begane grond van de door landerijen omringde kleine boerderij, die nog altijd te bezoeken is. Ze hadden een woonkeuken waar bedelaars altijd welkom waren, mits ze netjes om een maaltijd vroegen, een nette eetkamer en een slaapkamer. In die slaapkamer stond een bed waarin Samuel August afwisselend met Gunnar of Astrid sliep, een klein bedje, en een houten bank, waarop Hanne met Stine en Ingegerd de nacht doorbrachten. Aan de raamkant, met uitzicht over het land en de fruitbomen een houten bureau, met voor ieder kind een eigen laatje. In dat van Astrid ligt nog altijd een volgetekend papiertje met op de achterkant het woord ‘Salikon’ geschreven: Astrid verzon graag zelf woorden, net als de jaren later door haar verzonnen Pippi Langkous.

SPELEN, SPELEN, SPELEN

Hanna en Samuel August waren strenge, maar liefdevolle ouders. Rijk waren ze niet, als pachtboeren, hardwerkend wel. Ze hielden hun kinderen voor dat arbeid adelt en dat je ouders helpen met de bietenoogst doodnormaal is. Hoewel met name de winters zwaar en lang kon zijn, en Astrid zeer melancholisch kon zijn – ze zou later vele brieven schrijven waarin ze vertelde over haar melancholische trekken, ook aan jonge fans die haar om raad vroegen – herinnert ze zich haar leven lang vooral hoeveel zij, haar broers en zusjes en buurtgenootjes, buiten speelden. Werkelijk alles, of het nou een boom of een lege schuur was, was speelmateriaal. Eens zei ze tegen een interviewer: ‘We speelden en speelden, zo intensief, dat het een wonder is dat we het hebben overleefd.’

Haar ouders maakten dit spelende leven mogelijk en waren in zekere zin hun tijd ver vooruit. Tegenwoordig draaien Zweedse gezinnen met kinderen vrijwel volledig om het kind en haar welzijn, maar toen was dit nog niet gangbaar. Behalve op Näs, waar Astrid, Gunnar, Stina en Ingegerd van hun moderne ouders apenkooiend van bank naar tafel mochten springen en klauteren. In grote lijnen vertelt Astrid Lindgren in Wij van Bolderburen over haar eigen, veilige jeugd.

Wanneer je nu in en om Näs loopt – en dat kan, want het Astrid Lindgren- cultuurmuseum is er gevestigd – ademt alles dit terloopse spelen uit de jeugd van de schrijfster. Er zijn schommels in alle vormen en maten, kunstenaars maakten bijzondere houten klimtoestellen, er zijn hoekjes en hekken, een labyrinth, kunstwerken en de boom die Lindgren inspireerde tot Pippi’s limonadeboom. Het doet je beseffen dat er zonder al dat spel misschien wel nooit een schrijfster was geboren.  En dat haar bewuste levenslange spelen – als bejaarde kon ze nog de gekste fratsen uithalen met haar kleinkinderen of klom ze in een boom om de pers te woord te staan – een onuitputtelijke bron moet zijn geweest.

EEN NIEUW LEVEN

De nieuwe biografie over Lindgren, Deze dag, een leven van Jens Andersen, gaat voornamelijk over Lindgrens wording als auteur en het geheim van haar succes, dat wat haar als schrijfster uniek maakte. Daar waar haar moeder ervan droomde haar schrijftalent te benutten, kon Astrid dit daadwerkelijk doen, ook omdat Hanna haar die ruimte gaf. Dat Astrid al schrijvende haar melancholie kon beteugelen, motiveerde haar nog eens extra.

Astrid Ericsson was 13 toen ze in een schoolopstel zo goed haar dagelijkse omgeving – en dan vooral de in de lente ontluikende natuur van Vimmerby – omschreef, dat haar leraar de plaatselijke krant, Vimmerby Tidning, tipte.  Die publiceerde het stuk. Twee jaar later, net 15 was ze, werd ze leerling-journalist bij de krant aan de Storgatan, een straat die later veelvuldig in verfilmingen van haar kinderboeken te zien zou zijn, in zomerzon of bedekt met een dik pak sneeuw.

Het waren de jaren twintig en hoewel heel vrouwelijk Vimmerby dat leek te negeren en een toekomst voor zichzelf zag binnen de dorpskern, als boerin of huisvrouw, waande Astrid zich een flappergirl. Ze knipte haar haar kort, droeg een bandplooibroek met colbert en ging op zaterdagavond het liefst dansen in het Stadshotel, dat nog altijd uitkijkt over het plein in het centrum van Vimmerby. Astrid werkte, hield het wereldnieuws bij, dronk, koesterde de nodige ambities buitenshuis,  en zou het ver kunnen schoppen bij de krant.

Maar toen bleek ze, 18 jaar oud, zwanger. Van haar hoofdredacteur, de 50-jarige Reinhold Blomberg, die op dat moment in scheiding lag met zijn tweede vrouw. Andersen schept in zijn biografie het beeld van een wat bleu meisje dat zich laat verleiden, niet gelovend dat iemand voor haar zou kunnen vallen, dat ze aantrekkelijk is. Haar zwangerschap lijkt haar wakker te schudden.  Later zou ze terugkijken op dit moment met de woorden: ‘Ik wist wat ik wilde en ik wist wat ik niet wilde. Het kind wilde ik, maar de vader van het kind niet.’
Zonder baan en vader van haar kind ging ze naar Stockholm om een nieuw leven te beginnen, een leven dat bestond uit werk als steno-typiste en het bijeenrapen van haar laatste centen, wachtend op voedselpakketten van haar ouders. Haar zoon Lasse werd in december 1926 in Kopenhagen geboren; in deze stad hoefde de jonge Astrid Ericsson  geen naam van de vader op te geven. Uit geldgebrek liet ze Lasse de eerste jaren achter bij een pleegmoeder, om zo vaak als ze kon betalen vanuit Stockholm een weekend langs te gaan. Hoewel iedereen in Vimmerby vermoedde dat Blomberg de vader van haar zoontje was, zou ze dit tot op hoge leeftijd verborgen houden (‘we zeggen niets naar buiten’ was het motto van haar familie). Wel was ze haar ‘onderduiking’ zat toen Lasse 3 jaar was. Demonstratief liep ze, met haar zoon aan haar hand, door Vimmerby. Ook later in haar leven zou Astrid Ericsson op deze manier grenzen oprekken: niet door ze met woorden te bevechten, maar door te doen.

Deze dag, een leven
Astrid Lindgren is haar leven lang erg beschermend en gesloten gebleven waar het haar privéleven betrof. In 1977 schreef haar goede vriendin Margareta Strömstredt al een biografie over haar, maar die legde weinig bloot.
Deze dag, een leven is de eerste uitgebreide biografie over de schrijfster die in 1945 wereldberoemd werd met Pippi Langkous, waarna vele andere bestsellers, hoorspelen, theaterversies en verfilmingen van haar werk volgden. Deze dag, een leven (Ploegsma) verschijnt 16 november.
Je kunt het boek nu vast online bij ons bestellen. Je ontvangt de biografie direct bij verschijning zonder verzendkosten in huis. Als abonnee ontvang je € 5,- korting door in te loggen op je persoonlijke pagina. opzij.nl/shop

STERKE PERSONAGES

Andersen ziet in deze periode een belangrijke basis van Astrid Lindgrens verhalen. Het spelen in haar jeugd komt overduidelijk in al Lindgrens werk terug, net als de omgeving van haar kindertijd, het buitenleven, Vimmerby. De huizen uit Wij van Bolderburen liggen niet ver van Näs. Madieke uit Madieke van het rode huis  is gebaseerd op haar beste vriendin Anne-Marie Fries en het rode huis aan de Prastgardsgatan waarin zij opgroeide. De Gebroeders Leeuwenhart bedacht Lindgren nadat ze op de begraafplaats van Vimmerby een kruis zag, voor drie veel te jong overleden broertjes. Dit kruis staat tegenwoordig nog geen honderd meter van Lindgrens grafsteen.

Maar de periode waarin ze niet bij haar kind kan zijn, doet haar schuldbesef groeien, en maakt dat ‘Lassemama’ een hart groeit voor de rechten van het kind. Het maakt ook dat Lasse beschadigd is wanneer hij na vier jaar eindelijk bij zijn moeder in Stockholm komt wonen, waar Astrid inmiddels getrouwd is met Sture Lindgren, een man over wie we in Deze dag, een leven weinig te weten komen.

Juist die gekweldheid en eenzaamheid van haar zoon zien we in veel personages, en met name in de jongens die Astrid Lindgren in haar boeken het leven gaf, terug. Denk aan Michiel, van Michiel van de Hazelhoeve, het jongetje dat nogal wat kattenkwaad uithaalde en daarom meer dan eens door zijn vader in de schuur werd opgesloten, waar zijn fantasie hem veiligheid gaf. Of aan Erik uit Erik en Karlsson van het dak, voor wie zijn ouders geen tijd hebben, of aan Rasmus, uit Rasmus en de landloper,  het weesjongetje dat maar blijft hopen dat iemand hem eens meenemen zal uit het kindertehuis.

Maar opvallender nog dan haar jongens, zijn misschien wel de meisjes die Astrid Lindgren schiep. Meisjes die vele generaties vrouwen, ook buiten Zweden, gevormd hebben. Omdat ze zonder uitzondering sterk zijn en lef tonen en daarmee als voorbeelden fungeren: zoals Madieke en Lisa uit Bolderburen, de dierlijke Ronja de roversdochter, die tegen de wil van haar ouders vriendschap sluit met Birk, de zoon van de vijand. En natuurlijk Pippi Langkous, voluit Pippilotta Victualia Rolgordyna Kruizemunta Efraïmsdotter Langkous, het onsterfelijke voorbeeld van het moderne feminisme.

Deze iconische jongedame met twee vlechten, een vader op zee, een moeder in de hemel, een kakelbont huis, een aapje en een paard, ziet het levenslicht in de winter van 1941, wanneer Karin, de 7-jarige dochter van Astrid en Sture, longontsteking heeft, en Astrid haar ter afleiding een verhaal vertelt. Op Karins tiende verjaardag krijgt ze het manuscript. Wanneer De avonturen van Pippi Langkous in 1945 uit komt, wordt ze direct omarmd door het publiek – en verguisd door sommige pedagogen, want Pippi doet immers alles dat niet mag: ze gaat niet naar school, eet op haar moment wat ze wil, houdt zich aan geen enkele regels, is altijd optimistisch, maakt zich overal met een lolletje vanaf, ja feitelijk is Pippi de postergirl voor de anti-totalitaire samenleving en de onbegrensde mogelijkheden van de vrouw.

ICOON

Ze is, ergens, een uitvergrote, absurdistische versie van de vrouw die Astrid Lindgren haar leven lang wil zijn. Geen openlijk feminist, niet iemand die in de publieke opinie strijdt voor de rechten van de vrouw (hoewel ze dat de laatste tien jaar van haar leven wel deed!), maar wel iemand die een leven leidt dat als voorbeeld kan dienen: die, toen Sture in de jaren vijftig overleed, alleen bleef en daar bijna van opleefde, haar schrijverschap ten volle genietend. Die werelden creeërde waarin zij kon maken wat ze wilde, waarin haar bedenksels tot volle wasdom kwamen en waarin zij ten allen tijde de touwtjes in handen had: Lindgren was naast haar schrijverschap redacteur van kinderboeken bij haar uitgever en had op buitengewone manier de regie over haar naam en faam. Een moderne zakenvrouw eigenlijk, die wist wat ze waard was en vooral: wat ze niet wilde. Geen merchandise, geen Pippi op flessen cola aan de andere kant van de wereld, geen Emil op Russische parafernalia, geen Indiase t-shirts. De enige plekken waar je het door haar gedoogde speelgoed vindt, zijn in de winkel van Näs en in Astrid Lindgrens Värld. Op deze laatste plek, een stuk land waar ze vroeger speelde nabij haar huis,  maakte ze begin jaren tachtig haar belevingswereld concreet met een eigen pretpark voor kinderen én volwassenen, waar haar ‘sprookjes’ tot leven komen, waar iedereen zich kan vermaken, mits je je fantasie gebruikt. Astrid Lindgrens wereld.

Het is een wereld waarin je, na een dag rondlopen, pas beseft waarom je je zo vrij voelt. Er draait geen muziek, er is geen reclame te zien, winkeltjes verkopen merkloos ijs en snoep, fastfood is uit den boze, er is alleen het ouderwetse goede Zweedse eten van Astrids jeugd. De erven Lindgren waken over dit concept en bewaken de vrijheid die Astrid ‘haar’ kinderen gunde. En hun bedrijfsnaam? Salikon bv.

Door Femke van Wiggen

Biografie Astrid Lindgren

1907 Astrid wordt geboren in Näs
1926 geboorte zoon Lasse
1931 huwelijk Sture Lindgren
1934 geboorte dochter Karin
1941 verhuizing naar appartement aan de Dalagatan in Stockholm, waar Lindgren tot haar dood woont
1944 Britt-Mari lättar sitt hjärta (debuutroman)
1945 Pippi Langkous
1947 – 1982 onder meer Mio, mijn Mio / Wij van Bolderburen / Rasmus en de landloper / De kinderen uit de Kabaalstraat / Madieke van het rode huis / De gebroeders leeuwenhart / Ronja de Roversdochter
1952 Sture Lindgren overlijdt
1984 Lasse Ericsson overlijdt
2002 Astrid Lindgren overlijdt