Home 2016 December DE MAAND VAN SIMONE KUKENHEIM

DE MAAND VAN SIMONE KUKENHEIM

62
0
DELEN

De schatting is dat zo’n 5000 jongeren in Amsterdam op regelmatige basis gebruik maken van het reguliere jongerenwerk in de stadsdelen. Daarvan is 40 procent meisje.  

Jongerenwerk is traditioneel gericht op jongens, die als ‘herrieschoppers’ eerder in beeld zijn. Simone Kukenheim (37), wethouder onderwijs, jeugd en diver-siteit in Amsterdam, startte ‘meiden-werk’, een aanpak die zich speciaal richt op ‘kwetsbare’ meisjes en vrouwen tussen de 10 en 22 jaar. Met succes.

Welk verschil is er tussen jongens en meisjes als we kijken naar jongerenwerk?
‘Kwetsbare jongens zijn makkelijker te vinden, die hangen rond op straat of zorgen voor problemen op school waardoor ze in beeld komen. Terwijl meisjes zich vaak rustiger houden en zich naar binnen keren als ze problemen hebben. Aan de resultaten van ‘meidenwerk’ merken we dat als de meisjes eenmaal in beeld zijn en de hulp kunnen krijgen die ze nodig hebben, ze actief en gedreven aan de slag gaan om hun problemen op te lossen en aan zichzelf te werken. Bij jongens kost het veel meer tijd, energie en geld om tot dezelfde stappen te komen. Ze zetten zich meer af. Het is natuurlijk een groep die ook anders met de pubertijd om gaat. Daarom is het belangrijk om aan zowel jongens als meisjes apart aandacht te besteden en hulpverleners dat te leren.’

Hoe ziet de groep meiden die jullie helpen eruit? 
‘De meiden komen uit alle buurten van Amsterdam en hebben verschillende culturele achtergronden. We richten ons vooral op meisjes tussen de 10 en 16 jaar, omdat dat de ‘beste’ leeftijd is om met ze aan de slag te gaan. Ze worstelen met onzekerheid, seksualiteit, armoede, pesten of groeien op in ingewikkelde gezinssituaties of nemen mantelzorg op zich.’

Aan wat voor soort ‘werk’ moeten we denken en hoe worden de meisjes daar beter van? 
‘Vroeger was jongerenwerk erop gericht om jongens van de straat te houden. Nu richten we ons op het zelfredzaam maken van de jongeren. We geven voorlichting over bijvoorbeeld seksualiteit, pesten en schulden. Ook vertonen we films met deze thema’s en spelen we kaartspellen over bijvoorbeeld ‘grenzen stellen’, waarbij meisjes met elkaar in groepsverband kunnen praten en ervaringen uitwisselen.

Verder is er natuurlijk ook ruimte voor individuele begeleiding. We bieden workshops waarmee we honderden meiden bereiken die een intensieve vorm van coaching krijgen en tenminste duizend meiden nemen deel aan kortdurende interventies en events. Dit meidenwerk is ervoor om concrete problemen op te lossen, maar is ook gericht op preventie en op het zelfstandig en weerbaar maken van de meisjes. Door deze aandacht wordt de kans op een goede toekomst vergroot en dat is belangrijk voor de meiden én voor de maatschappij.’

Wordt er bij de jongens ook gesproken over vrouwenemancipatie en het verbeteren van de positie van de vrouw? 
‘Ja, zeker. We laten jongens in een vertrouwde en beschermde omgeving met elkaar praten over de rol en positie van meisjes en seksualiteit. Ze leren daar over machtsverhoudingen en het stellen van (seksuele) grenzen. Ook krijgen jongens en meisjes samen op school lessen in onder meer gelijkheid. Bij andere projecten helpen we bijvoorbeeld vaders om de
opvoeding van hun kinderen op zich te nemen, en leren we ze dat de traditionele rolverdeling die zij misschien kennen ook doorbroken kan worden.’

Door Mayelle Deelstra