Home Nieuws “Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?”

“Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?”

1154
3
DELEN
jongens sire
Two boys playing in a park. Munich, Germany. ©Jorge Royan / http://www.royan.com.ar, via Wikimedia Commons.(https://commons.wikimedia.org/wiki/File%3AMunich_-_Two_boys_playing_in_a_park_-_7328.jpg)

Heel het internet viel gisteren over de nieuwe campagne van SIRE: “Laat jij jouw jongen genoeg jongen zijn?”. Volgens SIRE wordt typisch jongensgedrag in onze maatschappij onderdrukt en worden jongens daardoor afgeremd in hun ontwikkeling. Opvoeders willen dat kinderen stilzitten en zich rustig gedragen, maar jongens leren meer door te doen en risico’s te nemen. Een schadelijke campagne vol seksistische onzin of heeft SIRE hier een punt?

Generaliseren en stereotypen
De reclame van SIRE is op meerdere fronten opvallend te noemen. Volgens de campagne bestaat er slechts een soort jongen, namelijk de stoere jongen die graag in bomen klimt en wel eens een robbertje vecht. De campagne projecteert een aantal ‘jongensachtige eigenschappen’ op een heel geslacht, dat is nogal een generalisatie. Het laat weinig ruimte voor jongens die graag binnen een boek lezen, koekjes bakken en knutselen. En indirect ook niet voor meisjes die fikkie stoken, voetballen en thuiskomen met een gescheurde, modderige spijkerbroek. De reclame creëert een stereotiep beeld van wat normaal is voor een jongen. Wat zegt dat dan over meisjes? Zitten zij ondertussen in hun roze jurkje lief te tekenen en leggen ze hun poppen in bed? En wat zegt het over jongens die niet ‘jongensachtig’ zijn? Zijn dat dan geen echte jongens?

Onderzoek, cijfers en experts
SIRE baseert de campagne vooral op een eigen peiling waarin 56% van de ouders met jongens het probleem herkent dat jongens niet genoeg ruimte krijgen en daardoor onderpresteren. Ook praatte SIRE met diverse wetenschappers. Het probleem is alleen dat er niet veel gedegen wetenschappelijk onderzoek naar het probleem is gedaan, ook niet door de experts die SIRE opvoert.

Judi Mesman, hoogleraar diversiteit in opvoeding en ontwikkeling aan de Universiteit Leiden, ziet een bredere maatschappelijke ontwikkeling om kinderen minder vrij te laten, zegt ze in het NRC. “Vroeger zwierf je als kind van vijf al de hele buurt door, dan vroeg je op een gegeven moment aan een meneer hoe laat het was zodat je wist of het al etenstijd was. Dat gebeurt nu veel minder. Maar dat geldt voor jongens én meisjes.” Ook kent ze geen onderzoek dat bewijst dat jongens meer zouden leren als ze op een andere manier behandeld worden.

Over het feit dat jongens het minder goed doen op school zegt Mesman: “In de jaren vijftig had niemand in de klas veel bewegingsvrijheid, toen was het orde, orde, orde, en toen deden jongens het nog prima.” Zij denkt dat het misschien wel andersom is, dat jongens juist beter presteerden toen ze minder vrijheid hadden in de klas, zoals in de jaren vijftig. Een hypothese, maar volgens Mesman is de campagne van SIRE net zo goed gebaseerd op een aanname, die wordt gepresenteerd alsof het een wetenschappelijk bewezen feit is.

Heeft SIRE een punt met deze campagne?
Jongens presteren al jaren minder goed op school dan meisjes, dat is wel een feit. Het is interessant om te onderzoeken waar dat door komt, hoe jongens die achterstand zouden kunnen inhalen en hoe ouders en scholen daaraan kunnen bijdragen. Misschien zou het voor jongens én meisjes wel beter zijn om vaker speelkwartier en gymles te hebben, of om ze niet te dwingen de hele les te blijven zitten maar ze de vrijheid geven om af en toe op te staan of even door de klas te wandelen.

Jongens slachtoffer noemen van de huidige maatschappij is wel wat kort door de bocht. Want er zijn meer verschillen tussen kinderen van dezelfde sekse onderling dan tussen jongens en meisjes, dat is wetenschappelijk aangetoond. Wellicht is het probleem niet zozeer dat alleen jongens te veel beschermd en kort gehouden worden, maar geldt dat voor alle kinderen. Jongens én meisjes krijgen tegenwoordig misschien wel minder de kans om risico’s te nemen en van hun fouten te leren. Leren door te proberen, buitenspelen en bewegen is belangrijk voor álle kinderen, niet alleen voor jongens. Ook is het belangrijk dat kinderen leren dat ze zichzelf mogen zijn en zich niet ‘jongensachtig’ of ‘meisjesachtig’ hoeven te gedragen omdat dat normaal is en ze nu eenmaal als jongetje of meisje geboren zijn. Een idee voor een volgende SIRE-campagne?

3 REACTIES

  1. Vroeger snapte ik het leven niet. Als mijn drie jaar jongere broer thuiskwam met een broek onder de modder, mopperde mijn moeder wel eventjes. Dat was vooral voor de show, dat had ik toen heus al wel in de gaten. Want eigenlijk vond zij het ‘vet cool’ dat ze zo’n stoere jongen had gebaard, hoewel ik die, nu al weer verouderde, uitdrukking er natuurlijk pas later bij heb verzonnen.
    Mijn gevoel van oneerlijkheid was in alle formuleringen levensecht, want ik, als meisje, moest schóón blijven. “Dat is nu eenmaal zo!”

    Bij de buurmoeders was het al niet anders. Zij waren het roerend met de mijne eens. Hun dochtertjes hadden witte sokjes in witte sandaaltjes met van die glimmende sluitinkjes. Ze hinkelden op het trottoir, nadat ze eerst hun handen hadden schoon geklopt als er wat krijtsel aan was blijven handen. Ik vond het leukste van de balsport die voor mij bestemd was – korfbal (niet lachen!) – mijn schoenen met noppen, die een beetje deden denken aan voetbalschoenen.

    Op de middelbare school werd het niet beter: de meisjes kregen HW, de jongens HV. In waar die ‘W’ voor stond (handWerken) had ik geen aardigheid, laat stáán Vaardigheid. Ik wilde wat de jongens deden, lassen en solderen. Het tegenargument van mentor leek verdacht veel op dat van thuis: “Dat is nu eenmaal zo!”

    Gelukkig is er van alles (niet alleen uitdrukkingen) ingehaald door de tijd. Mijn dochter vond het heel normaal dat vader kookt, en moeder nog even de raamkozijnen in de grondverf zet. Als jonge dertiger vindt zij ‘emancipatie’ zelfs zo’n door de tijdgeest overbodig geworden thema. “We zijn inmiddels toch allemaal al gelijk?”
    De genderneutrale communicatievoorstellen van Amsterdam laten je inderdaad bijna relaxed achterover leunen. Om vervolgens weer keihard rechtop te schrikken. Plannen voor Echte Jongens?
    Alle frustratie van vroeger kwam boven borrelen.
    Ja, dat is flauw van mij. Je moet geen ouwe koeien uit de sloot halen, dat weet ik best.
    Maar bij zo’n confrontatiemomentje blijkt het onrechtvaardigheidsgevoel van vroeger minder diep te zijn weggezakt dan ik zelf had gehoopt. Dat is nu eenmaal zo. DINEZ… Klinkt een beetje als ‘dinges’. Synoniem voor Huppeldepup. En huppelen, dat is binnenkort alléén nog voor meisjes.

  2. ”Zit nou eens stil!” Kans van 9 op 10 dat de juf (want dat is meestal de leerkracht op de basisschool) dit roept tegen een jongen en niet tegen een meisje. Waarom zijn jongens zoveel drukker? Of, als je ontkent dat ze drukker zijn: waarom worden zij dan zoveel vaker gecorrigeerd in hetzelfde gedrag dan meisjes? Ook buiten de school trouwens, want dit gaat niet alleen over onderwijs maar vooral ook over de vrije tijd en ouders. Vaak gecorrigeerd worden is geen prettige manier van opgroeien en maakt jongens opstandig, boos of ze worden juist heel stil en haken af. Het gaat minder goed met jongens omdat ze anders zijn en daarop negatief worden aangesproken. Jongens hebben veel meer een probleem dan meisjes en dat is de reden dat SIRE de campagne richt op jongens. Dat jongens het in de jaren 50 en 60 nog heel goed deden in de klas en in het gezin snap ik wel. Drukke kinderen, en dat zijn vaker jongens, of dat nu komt door nature of nurture, varen wel bij veel extern opgelegde structuur en regelmaat en dat was er toen veel meer. Ook het gezinsleven was veel meer van vaste activiteiten op vaste tijden op een vaste manier. Jongens houden voor alles van duidelijkheid.

    Jongens en meisjes zijn niet hetzelfde, zoals SIRE zegt. Maar dat mag je niet zeggen van feministen. Nature is verdacht in feministische kring omdat daar niets aan te sleutelen valt, tenzij je aan DNA gaat rommelen. Maar nurture geeft feministen talloze aanhaakpunten om te beinvloeden en bezig te zijn met hun idealen. Dus hebben feministen een flink belang bij de uitkomst in het nature-nurture debat (dat nooit beslecht zal worden en altijd een combinatie zal zijn van beide factoren). Objectief kun je dan niet meer zijn, lijkt me. Huilende empathische zorgzame en over hun gevoel pratende jongens en stoere prestatiegerichte sportmeiden worden ruimhartig onthaald door feministen, wat ook prima is! Ik ben ook trots op Ireen Wust, Ranomi en de voetbalvrouwen. Maar het meisje dat het waagt om zacht, lief zorgend e.d. te zijn of de jongen die stoer en flink gedrag vertoont (o nee, een haantje!) dat vinden feministische vrouwen maar niks want dat is rolbevestigend en veel minder gewenst en dat steekt mij. Want dan beperk je kinderen ook in hun ontwikkeling.

  3. Waar maken we ons druk om? De jongens halen slechtere cijfers en doen het slechter op school. Maar uiteindelijk krijgen zij meestal de beste baantjes en meer salaris dan vrouwelijke collega’s met dezelfde baan…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here