Home Nieuws Annemarie Oster: ‘Geachte mevrouw De Beauvoir’

Annemarie Oster: ‘Geachte mevrouw De Beauvoir’

821
0
DELEN

Over de doden niets dan goeds. U zou de eerste zijn om het met dit gezegde oneens te zijn. Voor een atheïste is geen plaats in een hiernamaals, dus of u postuum wordt verguisd of opgehemeld, is hier niet aan de orde.

Tijdens uw leven daarentegen hebt u het zwaar te verduren gehad. Nu eens werd u ván, dan weer óp een voetstuk geduwd.

En… hebben die Wegen der vrijheid, geplaveid met existentialisme, geleid tot de gelijkwaardige man- vrouwverhouding die u in uw werk ambieerde? Nee, hè.

Misschien herinnert u zich nog de beroemde zin uit Huis clos, een van de toneelstukken van uw levensgezel: L’enfer, c’est les autres (De hel, dat zijn de anderen.)

In uw geval was het eerder L’enfer, c’est l’autre! Want wat hield die kleine filosoof veel van die kleine filosoof. Hij noemde u castor (bever), want ijverig dat was u, zo ijverig dat u de jongedames met wie u het bed had gedeeld, overhevelde naar het zijne. Was dat het soort saamhorigheid waaraan u diep in uw hart behoefte had? Nee hè.
Als ik me u voor de geest haal, zie ik die foto waarop u en uw geliefde, met pen en papier binnen handbereik, achter een cafétafel zitten in een zwartwit Saint-Germain-des-Prés.
U had een tulband op uw hoofd. Eigenlijk heb ik u nooit zonder gezien. Wat was er toch met uw haar? Je vreesde het ergste, zoals bij nonnen.

Mijnheer Sartre had toen nog die pijp. Wat zal het hem moeite hebben gekost die aan Martin te geven! Ook op zijn hoofd was het behelpen. Vandaar die alpinopet. Ik vond hem, eerlijk gezegd, niet moeders mooiste. Mijn Maman wel. Reeds als kind werd Jean-Paul op handen gedragen. En later kon ook u maar niet genoeg van hem krijgen.
Nou ja, als tussendoortje had u wel een gepassioneerde affaire met een Amerikaanse schrijver. U noemde hem ‘krokodil’. En uzelf ‘kikkervrouw’. Wat een romantische koosnaampjes! Daarna kwam ene Claude Lanzmann nog even in uw leven, maar door de jaren heen bleef die schele filosoof het hoogste goed.
Nog vóór ik de leeftijd des onderscheids had bereikt verslond ik met rode oren l’Age de raison, de eerste van zijn trilogie De wegen der vrijheid.
Ik herinner me een slaapkamertreffen tussen de hoofdpersoon Matthieu – toevalligerwijze een niet zo grote, zeer slimme meneer die menig vrouw naar zijn pijpje laat dansen – en Marcelle, zijn minnares. Marcelle, die de dertig al is gepasseerd (hij ook, maar voor een man ligt dat anders) heeft week vlees. Ik werd er helemaal draaierig van. Hoe zou mijn huid eruitzien als ik de gruwelijke leeftijd van dertig had bereikt?
Neem me niet kwalijk dat ik niet zo dol was op uw vriend. De schuld ligt bij mijn eerste intellectuele echtgenoot die een adept van Sartre was. Op een vakantie lag hij op het

strand, op een luchtbed in zee en op een gewoon matras in ons hotel l’Etre et le néant te lezen. Daar verdiepte hij zich in het verschil tussen être en soi en être pour soi. Terwijl ik liever had gezien dat hij zich bezighield met het être avec moi!

Jaren later las ik een essay van zijn hand waarin hij u, in plaats van te refereren aan uw oeuvre, ‘Sartres blindengeleidehond’ noemde.

Maar hij had wel een beetje gelijk. Hoe kon iemand die een meesterwerk als Le Deuxième Sexe en talloze andere hoogstandjes heeft geschreven, in het dagelijks leven genoegen nemen met het spelen van deuxième violon?
Al deed u nog zo stoer en liep u met een boog om de stofzuiger heen, Jean-Paul wist niet eens hoe zo’n ding eruitzag!
(En wat te denken van Lanzmann, die andere egotripper? Toen u in een aan hem gewijde documentaire ter sprake kwam, was het enige wat hij had te melden: “Zij had grote bewondering voor mijn werk.”)
Nee, als vrouw hebt u het niet gemakkelijk gehad. Met al uw hersens hebt u zich toch te veel zorgen gemaakt over uw chair.
Nu ligt u, zij het naast uw vriend, lekker alleen. Pas in het graf kan een mens zichzelf zijn. Niet als kikkervrouw, noch als bever, nee, als wat u was: auteur van een briljant, baanbrekend oeuvre.
Over díe dode niets dan goeds!

Salutations distinguées

Annemarie Oster (1942) is cabaretière, zangeres en schrijfster van o.a. Mooi geweest, Over geraniums, Mannetjesmanieren, Zomerbenen en andere leeftijdsfenomenen. Ze woont met haar man in Amsterdam.