Nadya van der Sluis: ‘In Nederland leven we niet mét, maar eerder afgezonderd van elkaar’

De term ‘halfbloedje’ is inmiddels not done, maar was jarenlang een geaccepteerde term voor mensen met een biculturele achtergrond. Schrijfster Etchica Voorn omarmde de term dubbelbloed. Geboren en getogen in Amsterdam is ze ooit haar zoektocht gestart naar haar Surinaamse roots en welke betekenis dit heeft in haar leven. Etchica gaat nu op zoek naar verhalen van andere ‘dubbelbloeden’. Hoe ervaren zij hun dubbele achtergrond? Deze keer: de Eritrees-Nederlandse Nadya van der Sluis, jurist bij de IND en auteur van het boek Van kwetsbaarheid naar kracht.

DOOR ETCHICA VOORN

Voorafgaand aan het gesprek met Nadya bekijk ik een opname op YouTube waar ze spreekt op een congres van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NvvP). In haar knalrode jurk spat ze van het scherm af. In het filmpje is te horen hoe haar stem trilt van de zenuwen, in haar linkerhand houdt ze een spiekbriefje waar ze totaal niet geheimzinnig over doet. Ze is op dat moment acht maanden zwanger, wat haar kwetsbaarheid benadrukt. Maar vooral vind ik haar moedig en ontwapenend. Ze deinst er niet voor terug om voor bijna tweeduizend psychiaters en aanverwante beroepsgenoten te vertellen wat een bipolaire stoornis type 1 in real life betekent en hoe je wél kunt leven en werken met die stoornis. Nadya vertelt onder meer hoe de ziekte zich voor het eerst openbaarde met een heftige psychose tijdens haar stage in Melbourne, Australië. Ze werd zelfs gearresteerd en gedwongen opgenomen in een psychiatrische inrichting. Het was het begin van een lange, complexe weg waarin ze haar droom om strafrechtadvocaat te worden moest loslaten en haar – sociale – leven een totaal andere wending moest geven. Nu is ze verweerschrijver bij de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst). Ze bouwt gestaag aan haar levenswerk: haar bedrijf Manic Momboss. Ze geeft consulten aan vrouwelijke (neurodivergente) ondernemers, laat de stem van andere zwarte vrouwen horen via haar podcast en geeft lezingen. Ook heeft ze een TedTalk via TEDxAmsterdamWomen op haar naam staan.

Nadya is geboren in het Noord-Hollandse dorp waar ik toevallig getogen ben, Uithoorn. Ik ben benieuwd hoe zij is opgegroeid in een dorp waar vanaf de jaren zeventig het beleid was om mensen met een niet-Nederlandse achtergrond onder te brengen in – zoals dat in de volksmond heette – de flats. Een groep van tien flatgebouwen met tien verdiepingen aan de buitenste rand van het dorp.

We spreken af bij haar thuis waar ze me in de deuropening al staat op te wachten met haar kindje op de arm. “Kom binnen! Wil je mijn huis zien? Ik woon er net en ben er zo blij mee.” Warm en een tomeloze energie, dat is wat bij me opkomt als we na de rondleiding aan haar keukentafel zitten. We praten terwijl haar kindje na de borstvoeding voldaan in haar armen in slaap valt.

Waar stond je wieg?

“In de Coudenhovenflat in Uithoorn. Ik kwam als zondagskind en zo snel dat mijn moeder niet eens de tijd had om naar het ziekenhuis te gaan. Zelfs de vroedvrouw was te laat. Dat was op 17 augustus 1986. Vier jaar later zijn we verhuisd naar het nabijgelegen dorp De Kwakel. Daar groeide ik op. Behalve mijn vriendinnen van de basisschool en mijn voetbal had ik niets met De Kwakel. Dansen deed ik in Uithoorn en zondags ging ik naar Eritrese les in Amsterdam Oost. In 2006 zijn we terugverhuisd naar Uithoorn.”

Wat was de reden dat jullie weer teruggingen?

“Uithoorn was multicultureler en we kenden er meer Eritrese gezinnen, dat was gezelliger. Bijna al mijn vrienden daar waren dubbelbloed: Nederlands en Grieks, Iers, Angolees, Israëlisch, Somalisch, Surinaams noem maar op.”

Als ik haar vraag wat de concrete aanleiding voor de verhuizing was, reageert Nadya terughoudend, ze praat liever niet over wat haar familie meemaakte. Weifelend voegt ze toe: “Uiteindelijk was racisme de reden dat we weggingen. En niet alleen wij, meerdere gezinnen voelden zich dusdanig bedreigd dat ze vertrokken uit De Kwakel. Er was een Somalisch gezin dat zelfs vuurwerk door de brievenbus kreeg. Dat was echt heftig.”

Waar stond de wieg van je moeder?

“In de stad Keren (derde stad van Eritrea, red.) Op haar negentiende vertrok ze noodgedwongen naar Nederland door de oorlog tussen Ethiopië en Eritrea.”

En van je vader?

“Hij is in Haarlem geboren en opgegroeid in Uithoorn. Mijn ouders leerden elkaar kennen via een vriendengroep. Ze zijn ruim veertig jaar samen.”

Wanneer werd je je bewust van je kleur?

Ik wist natuurlijk wel dat ik getint was, in tegenstelling tot de andere meiden in mijn klas, maar verder was ik er nooit zo mee bezig. Wat ik wél moeilijk vond was dat ik vaak dacht: waar hoor ik thuis? In Eritrea werd ik aangestaard omdat ik licht ben. Bamboela (pop, red.) noemden de kinderen mij. Ik voelde me daar de eerste keren niet thuis. In Nederland werd ik me bewust van mijn kleur als ik racistische dingen meemaakte.

Eigenlijk identificeerde ik mij met Bob Marley, hij is mijn idool. Hij heeft ook een witte vader en een zwarte moeder. Zijn muziek en zijn boodschap, dáár identificeerde ik mij mee. Hoe je naar jezelf kunt kijken, bijvoorbeeld. Hij zegt in een interview: ‘I am not on the white side, I am not on the black side, I am on God’s side’. En zo heb ik het ook ervaren. Ik bedoel, wie ben ik qua kleur? Ik ben een creatie van God.”

Verder lezen? Het hele stuk lees je in de nieuwste Opzij. Een abonnement is zo gepiept. Nergens aan vastzitten? Lees dit nummer fysiek of digitaal via onze site of via Blendle