De vrouwen van Bilbao

Pintxos, steegjes met wapperend wasgoed, mensen met sterke kuitspieren, mooie uitzichten en inspirerende musea. De Reismeiden zijn in Bilbao, in de noordkust van Spanje, en ontdekken daar hoe belangrijk de vrouwen voor deze stad waren én nog steeds zijn.

DOOR DE REISMEIDEN

Denk je aan Bilbao, dan denk je vast aan het Guggenheim museum. Geen gekke gedachte, want in 1997 opende het de deuren. Het opvallende gebouw is ontworpen door de Canadese architect Frank Gehry. De komst van dit museum zorgde voor een grote ontwikkeling van de stad. In de jaren negentig maakte Bilbao een ernstige economische crisis door, een moderne koers was noodzakelijk. De opening van het museum was een van de hoogtepunten van die stadsvernieuwingen. De stad kwam op de radar van toeristen en met het geld dat zij uitgaven kon er verder worden geïnvesteerd in de aanleg van voetgangerspaden, parken, ondergrondse parkeerplaatsen en sporthallen. Doe dit museum zeker een bezoek aan als je een paar uur over hebt. Mocht je niet zo into art zijn, loop dan eens een rondje om het gebouw heen. Het eerste kunstwerk dat je buiten tegenkomt is de reuzenspin genaamd Maman, moeder dus, van de Frans-Amerikaanse kunstenaar Louise Bourgeois. Ze maakte het in 1999 als onderdeel van haar eerste tentoonstelling in het Tate Modern in Londen. Het negen meter hoge en tien meter brede beeld van brons is een prachtige blikvanger. Onder het spinnenlichaam hangt bovendien een net met eieren. De spin van de feministische kunstenaar staat symbool voor haar eigen moeder, zo vertelde ze in een interview met het Londense museum: “De Spider is een ode aan mijn moeder. Zij was mijn beste vriendin. Net als een spin was mijn moeder een wever. Mijn familie was bezig met het restaureren van wandtapijten en mijn moeder had de leiding over de werkplaats. Net als spinnen was mijn moeder erg slim. Spinnen zijn vriendelijke aanwezigheden die muggen eten. We weten dat muggen ziektes verspreiden en daarom ongewenst zijn. Spinnen zijn dus behulpzaam en beschermend, net als mijn moeder.” Haar moeder overleed plotseling aan een onbekende ziekte.

Aan de andere kant van het plein vind je een, minder eng wellicht, kunstwerk van een ander dier. Jeff Koons maakte het twaalf meter hoge beeld van een puppy bekleed met zo’n 70.000 bloemen. De Puppy bewaakt de ingang van het Guggenheim vanaf de opening in de jaren negentig. Andere musea die ook het bezoeken waard zijn, zijn Museo de Bellas Artes de Bilbao (museum voor de Schone Kunsten) en het Museo Etnográfico Vasco (museum over de geschiedenis van Baskenland).

Geen tapas, maar pintxos
Casco Viejo is het charmante oude centrum van de stad. Denk aan steegjes met wapperend wasgoed, kleurrijke huizen, prachtige pleinen en dito kerken. Je vindt er onder andere de Donejakue Katedrala en de De Basilica de Begoña. In een paar uur slenter je door de buurt, zo groot is het niet. Loop het Plaza Nueva zeker niet voorbij. Het lijkt een beetje op het Plaza Mayor in Madrid met de neoklassieke zuilengalerijen, statige gebouwen en gezellige restaurants en barretjes. Je leert er meteen wat van de Bilbaose eetcultuur. Overal vind je de zogeheten pintxos. Het zijn stukjes brood met beleg van een salade, stuk vlees, vis of kaas en dit bijeengehouden door een satéprikker. Bij een aantal restaurants bestaat de mogelijkheid om à la carte te eten, maar dit is echt de uitzondering. Qua drinken doen de lokale wijnen het goed en die zijn ook nog eens scherp geprijsd. Een kalimotxo staat ook vaak op de drankenkaart, dat is een typisch drankje uit Bilbao: een mengsel van rode wijn en cola. Klinkt als een aparte combi, maar zeker het proeven waard. De bekendste pintxosbar is wel Café Bar Bilbao. Het is ook heel leuk bij elke bar een paar hapjes te nemen. Een kroegentocht, maar dan anders. Op Plaza Nueva worden bovendien geregeld markten en festivals gehouden.

Mocht je de pintxos na een paar avonden zat zijn en wel wat groente willen eten, dan is de vegan bar La Camelia een aanrader. Je kunt er lunchen en dineren. Er staan lekkere salades, broodjes, soepen en biologische wijnen op het menu. De eigenaresse vertelde dat de voedselresten worden gecomposteerd en de bakjes voor de afhaalmaaltijden biologisch afbreekbaar zijn.

Een andere culinaire aanrader is de Marcado de la Ribera. Een beetje te vergelijken met de hippe foodhallen. Er worden lokale, verse producten verkocht, maar er is ook een hal waar verschillende barretjes zijn gevestigd. In de ochtend komen de chefs hier hun producten kopen en op de vrijdagmiddag houdt menig inwoner hier de vrijmibo.

De hele reisreportage lees je in het juni-juli-nummer van Opzij. Een abonnement is zo gepiept. Nergens aan vastzitten? Lees dit nummer fysiek of digitaal via onze site of via Blendle