In de Babyboomer-special van OPZIJ, Marjolijn Uitzinger over ‘Politiek Den Haag’: “Zeker, herhaalde ze vriendelijk, daar spreekt u mee. Waarop de man concludeerde: O, dus er is niemand.”

En dan, in mei 1973, komt de politieke aardverschuiving waar veel mensen van mijn generatie nog steeds met veel nostalgie aan terugdenken. Het kabinet-Den Uyl staat met koningin Juliana op de trappen van Huis ten Bosch. Een links kabinet.

Een links kabinet, dat een omslag in de politieke cultuur zal bewerkstelligen en de relatie tussen pers en politiek blijvend zal veranderen. Maar het kabinet loopt niet op alle fronten voorop; tussen de 17 ministers en 21 staatssecretarissen is slechts één enkele vrouw te ontdekken, en wel Irene Vorrink, minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne. Vrouwelijke Kamerleden zijn er genoeg, maar om door te dringen tot het kabinet kun je toch echt beter een man zijn. Inmiddels ben ik overgestapt van
de Volkskrant naar Het Vrije Volk, waar Frits van der Poel politiek redacteur is en waar Marinus Potman, Frans Vanderwilt en ik de parlementaire redactie vormen.
Het worden dolle tijden. Ministers, staatssecretarissen en Kamerleden komen bijna iedere avond tot diep in de nacht doorzakken in perscentrum Nieuwspoort, er wordt gepraat, gelachen, gediscussieerd, ruzie gemaakt, informatie uitgewisseld en veel gedronken. Ook Joop den Uyl zelf komt af en toe langs om aan de bar met journalisten te praten of een balletje te slaan op de pingpongtafel.
Als vrouw was ik inmiddels gelukkig geen uitzondering meer. Er werkte een flink aantal vrouwelijke collega’s bij de parlementsredacties en ook op de centrale redacties was het evenwicht doorgaans naar behoren. Voor sommige mannen bleef dat wennen. Ik moest nogal eens uitleggen dat ik geen secretaresse was, maar journaliste, en nee, geen stadsverslaggeefster. Een collega van Het Parool vertelde mij eens dat ze ’s avonds in haar eentje op de redactie in Amsterdam zat te werken, toen de telefoon ging. Een man vroeg of hij iemand van de redactie kon spreken. Ja, zei ze, daar spreekt u mee. Maar ik wil een redacteur spreken, hield de beller aan. Zeker, herhaalde ze vriendelijk, daar spreekt u mee. Waarop de man concludeerde: O, dus er is niemand.

LEES VERDER IN OPZIJ