‘Femicide wordt onderschat waardoor ik later bij de rechtszaak zit wanneer de vrouw vermoord is’

Saskia Belleman (66) is (rechtbank)verslaggever en misdaadjournalist. In juni bracht ze een boek uit over femicide: ‘Zij is van mij: hoe kan het dat vrouwenmoord zo wordt onderschat in Nederland?’.

Waarom wilde je dit boek schrijven?

“In Nederland wordt er iedere acht tot tien dagen een vrouw vermoord, meestal door een (ex)partner. Ons land staat zelfs in de top drie van landen in Europa waar vrouwen het vaakst worden vermoord: alleen Zweden en Finland staan boven ons. Toch is het een probleem dat enorm onderschat wordt en waar te weinig aandacht voor is. Twee weken geleden waren er bijvoorbeeld drie femicide-zaken in één week. Tijdens mijn onderzoek heb ik gemerkt hoe slecht het systeem in Nederland in elkaar zit en dat vrouwen echt te weinig serieus worden genomen. Wanneer vrouwen zich melden bij de politie vanwege bijvoorbeeld stalking of bedreiging van een (ex)partner, zijn er gemiddeld 30 geweldsincidenten aan vooraf gegaan, blijkt uit onderzoek. Toch wordt er vaak weinig gedaan door de politie, omdat het gevaar onderschat wordt. Met als gevolg dat ik later bij de rechtszaak zit wanneer die vrouw vermoord is. Dat maakte me steeds bozer, en uiteindelijk heeft dat tot dit boek geleid.”

Hoe komt het dat femicide juist in Nederland en in andere geëmancipeerde landen in Europa zo vaak voorkomt?

“Dat is inderdaad opvallend. Het heeft vermoedelijk juist met die status van ‘geëmancipeerd land’ te maken: doordat we ons in landen als Zweden en Nederland de hele tijd aanpraten dat we een hele geëmancipeerde samenleving zijn, hebben we het idee dat alles al geregeld is en blijven maatregelingen uit. Er worden complete rechercheteams ingezet om georganiseerde criminaliteit te bestrijden, maar diezelfde aanpak is er niet voor femicide. Terwijl er door femicide meer doden vallen. Wat mij ook opviel tijdens mijn onderzoek, is dat alle zaken waarbij een vrouw vermoord is werden gezien als een incident. Maar naar mijn idee kunnen we hier spreken van een patroon. Er is een onderstroom van seksisme in onze samenleving, die we niet willen erkennen.”

Waarom worden vrouwen niet serieus genomen?

“Wanneer een vrouw emotioneel is als ze aangifte doet bij de politie, dan wordt ze vaak gezien als labiel waardoor haar verhaal als minder betrouwbaar wordt beschouwd. Maar als een vrouw ‘te’ rustig is wordt er gedacht dat het probleem dan wel niet zo groot zal zijn. Die onderschatting is er niet bij mannen: als een man bijvoorbeeld vertelt dat hij bedreigd wordt en berichten krijgt met foto’s van een vuurwapen, duikt de politie er meteen op. Dat verschil kan ik enkel verklaren door seksisme in onze samenleving. Een andere reden waarom het probleem onderschat wordt is omdat we denken dat femicide alleen plaatsvindt in andere culturen, waar bijvoorbeeld eerwraak voorkomt, en dat het dus een geïmporteerd probleem is. Dat is niet zo. De daders zijn ook geboren en getogen Nederlanders, van alle leeftijden en opleidingsniveaus.”

Er was veel te doen rondom de zaak van Joeweela, een vrouw die in een blijf-van-mijn-lijf huis zat maar toch is vermoord door haar ex-man. Hoe is dat misgegaan?

“Het lijkt erop dat Joeweela naar buiten is gelokt door een vriendin van de verdachte, waardoor hij heeft kunnen toeslaan. Dat is ook waarom de aanpak rondom bedreigingszaken scheef is: eigenlijk is het heel vreemd dat vrouwen uit huis worden gehaald terwijl de verdachte vrij blijft rondlopen. Het probleem wordt daarmee niet aangepakt want vrouwen kunnen niet voor altijd in zo’n blijf-van-mijn-lijf huis blijven zitten. Je leven staat helemaal stil. Op een aantal plekken in Nederland is nu een pilot gaande waarbij de dader een soort enkelband krijgt en de vrouw een ontvangapparaatje waardoor ze direct wordt gewaarschuwd als de man zich in haar buurt bevindt. Dat lijkt mij een beter initiatief.”

Wat kan er in Nederland verbeterd worden op het gebied van preventie?

“Allereerst: kennis is cruciaal. Femicide volgt vaak een herkenbaar patroon. Het SASH-formulier helpt vrouwen én politie snel inschatten of er gevaar dreigt. Maar daarnaast is Nederland té georganiseerd: vrouwen worden van loket naar loket gestuurd. Dat is funest in noodsituaties. Organisaties zeggen nu dat ze onderling informatie delen vanwege privacywetgeving, terwijl juist dat levens kan redden. Filomena in Rotterdam toont bijvoorbeeld aan hoe het wél kan: als je je meldt krijg je één vaste case manager toegewezen die alles weet en 24/7 bereikbaar is. Zulke initiatieven moeten landelijk uitgerold worden. Ook zou een wet helpen zoals in Engeland: Claire’s Law. Die geeft vrouwen het recht om bij de politie na te gaan of hun (nieuwe) partner een gewelddadig verleden heeft. Ja, privacy is belangrijk. Maar de veiligheid van vrouwen moet zwaarder wegen.”