“Ik vind niet dat het aan vrouwen is om mannelijkheid opnieuw uit te vinden”

Lotte Houwink ten Cate (34) is historicus en schrijft columns, essays en opiniestukken voor onder andere de Volkskrant, NRC, De Morgen en De Groene Amsterdammer. Voor De Morgen schreef Lotte onlangs een column over waarom de verantwoordelijkheid voor de mannenemancipatie niet bij vrouwen zou moeten liggen.

Waar kwam je inspiratie voor deze column vandaan?

“Het is een onderwerp dat mij al langer bezig houdt, maar mijn inspiratie voor deze column kwam van een essay dat ik las in de Volkskrant, geschreven door Lena Bril. Zij beschreef hoe mannen steeds dieper de ‘mannencrisis’ in geduwd worden en hoe progressieve vrouwen mannen zouden kunnen helpen door hen een nieuw script aan te reiken. Hoewel ik het ermee eens ben dat de culturele representatie van mannelijkheid een stuk genuanceerder mag, vind ik niet dat het aan vrouwen is om mannelijkheid opnieuw uit te vinden. We hebben wel meer te doen, en bovendien: het plaatst vrouwen in een vreemd soort superieure positie: alsof wij het beter zouden weten. Daarmee worden mannen onderschat.”

Wat stoorde jou zo aan wat Lena beschreef in haar essay?

“Wat mij aan deze manier van denken stoort is dat het onjuiste aannames over het feminisme herhaalt. Ik geloof niet dat feminisme ten koste van mannen gaat: feministen streven naar gelijkwaardigheid, niet naar superioriteit of succes ten koste van anderen. Bovendien is vrouwenemancipatie nog niet voltooid. Daarnaast bevestigt het ook een beeld wat heerst in extreemrechtse (online) kringen, zoals de manosphere, dat feministen tegen iedere vorm van mannelijkheid zouden zijn.”

Wat vind je in het algemeen van de aandacht die er nu is voor de ‘mannencrisis’, zoals terug te zien is in series zoals Adolescence?

“Ik vind het lastig dat Amerikaanse fenomenen vaak één op één worden vertaald naar de Nederlandse context. Volgens mij mist daar nuance. Bepaalde problematiek rondom mannen is er niet in dezelfde mate in Nederland. Ook vind ik dat er überhaupt te veel gegeneraliseerd wordt over een algehele mannencrisis. Het is bijvoorbeeld inderdaad zo dat meisjes beter zijn gaan presteren op school dan jongens, maar tegelijkertijd zie je dat vrouwen later in hun leven nog steeds inleveren op salaris en op carrière. Ik heb dus eerder het idee dat er in verschillende levensfases verschillende vormen van ongelijkwaardigheid zijn in de levens van mannen en vrouwen, dan dat het één grote crisis is. De vraag is ook: waarom hebben we het over ‘de man in crisis’, terwijl vrouwen net zo goed tegen problemen aanlopen?”

Wat zou kunnen helpen om die problematiek tegen te gaan?

“Ik denk dat het voor iedereen beter zou zijn als we beperkende genderrollen los zouden laten en je de volledige individuele keuze hebt over hoe je mannelijkheid of vrouwelijkheid wilt invullen. Waar denk ik een belangrijk pijnpunt nu zit, is dat de rol van de man heel lang die van de kostwinner is geweest en dat die positie in onze cultuur symbool stond voor mannelijkheid. Nu tegenwoordig veel vrouwen werken en het lastig is geworden om op één inkomen een gezin draaiende te houden is het kostwinnermodel niet meer van deze tijd. Als je mannelijkheid dan op een hele smalle manier blijft definiëren, kan het aanvoelen alsof er geen ruimte meer is voor hen in de samenleving. Helaas wordt er nog steeds veel te veel gehamerd op biologische verschillen. In het stuk van Lena Bril haalde zij bijvoorbeeld het boek ‘Over jongens en mannen’ van Richard Reeves aan, waarin het ondermeer gaat over de driften die jongens en mannen hebben. Alsof meisjes en vrouwen die niet hebben?”

Hoe komt het dat vrouwen toch vaak het idee hebben dat het aan hen is om mannen te helpen emanciperen?

“Dat vind ik ook heel fascinerend. Vrouwen meten zich denk ik toch snel een soort ‘opvoedrol’ aan, door de manier waarop we gesocialiseerd zijn. Vrouwen wordt van jongs af aan geleerd om anderen te helpen en om goed te communiceren, dus dat is misschien ook een soort automatisme geworden. Maar ik denk niet dat het goed is als vrouwen een leidende rol nemen in mannenemancipatie, omdat het vrouwen weer een extra taak geeft terwijl de vrouwenemancipatie nog niet eens voltooid is en vanwege de superioriteitspositie die ik eerder benoemde. Tegelijkertijd zien we dat jonge mannen steeds conservatiever worden en jonge vrouwen steeds progressiever, dat is een heel zorgwekkende ontwikkeling en we moeten nog zien waar het toe leidt.”