Vrouwelijke journalisten doen vaker aan zelfcensuur, wat speelt mee bij hun keuze?
Zelfcensuur onder journalisten is een groeiend probleem. Journalisten kunnen niet altijd meer vrijuit schrijven door veiligheidsoverwegingen. Dit bleek ook uit een recente aflevering van BOOS, waarin onder andere journalisten vertellen over de toenemende mate van bedreigingen. Eerder Zwitsers onderzoek wees uit dat vrouwen vaker aan zelfcensuur doen dan hun mannelijke collega’s. Henny Metz onderzocht welke factoren mogelijk meespelen bij de keuze om aan zelfcensuur te doen.
Allereerst is het goed om stil te staan bij wat zelfcensuur precies is. De keuze om een journalistieke productie wel of niet te maken is namelijk niet altijd zelfcensuur. De afweging kan bijvoorbeeld ook te maken hebben met de nieuwswaarde of kwaliteit van een productie. Het is pas zelfcensuur wanneer een journalist zichzelf publicatiebeperkingen oplegt of bepaalde onderwerpen, locaties of evenementen mijdt, vanwege angst. Die angst kan voortkomen uit bedreigingen, maar ook uit een eigen inschatting van de journalist.
Volgens Henny Metz gaat het bij zelfcensuur niet simpelweg om ja of nee zeggen tegen een onderwerp. Het is een proces van afwegen, anticiperen en inschatten. “Veel vrouwelijke journalisten bereiden zich al op voorhand voor op negatieve reacties, puur vanwege hun vrouw-zijn”, vertelt ze. “Je verwacht dat er kritiek komt, dat er haatreacties volgen. Soms hoef je die nog niet eens gehad te hebben: de angst ervoor beïnvloedt al hoe je schrijft of welk onderwerp je kiest.” Daarmee wordt zelfcensuur een subtiel mechanisme: journalisten passen zich aan zonder dat er sprake is van directe dwang.
Dat journalisten zich steeds minder vrij kunnen uitspreken is een probleem. Persvrijheid is namelijk essentieel voor een goed functionerende democratie. Dit is bijvoorbeeld duidelijk terug te zien in Amerika: nadat talkshow-host Jimmy Kimmel opmerkingen maakte over de moord op Charlie Kirk, werd de talkshow van de buis gehaald. Dat kan als gevolg hebben dat andere talkshow-hosts bepaalde thema’s gaan vermijden en er zo onderwerpen onbesproken blijven. Op die manier blijven burgers ongeïnformeerd achter. Wanneer vrouwelijke journalisten bepaalde onderwerpen niet oppakken kan hetzelfde gebeuren: er blijven onderwerpen onbesproken. Vooral onderwerpen waarin vrouwen centraal staan zouden hieronder kunnen leiden.
Verschillende aanvallen, verschillende risico’s
Metz bouwt met haar onderzoek voort op andere onderzoeken waaruit blijkt dat vrouwelijke journalisten vaak met andere vormen van aanvallen te makken krijgen dan mannen.
Denk aan seksistische opmerkingen, insinuaties over hun uiterlijk of persoonlijke leven, of online haatcampagnes. Daarnaast krijgen vrouwen vaker het advies vanuit hun omgeving om een productie niet te maken. Dat hoorde Henny ook terug van de vrouwelijke journalisten die zij interviewde. “Vrouwen krijgen sneller opmerkingen als: ‘Zou je dit wel doen?’ of ‘Je weet toch wat er dan over je heen komt?’ Dat is vaak niet eens bedoeld om de journalist het zwijgen op te leggen, maar het geeft wel een gevoel dat je je woorden extra moet wegen.”
De impact wanneer vrouwen besluiten om producties wél te maken, is soms groot. Uit onderzoek van PersVeilig (2023) blijkt dat 82% van de vrouwelijke journalisten te maken kreeg met intimidatie of bedreigingen. Meer dan de helft zegt daardoor bewuster te formuleren, en bijna één op de vijf mijdt zelfs onderwerpen helemaal.
Inzicht in bredere structuren maakt verschil
Henny merkte dat kennis van begrippen als patriarchaat en misogynie ertoe leidt dat vrouwen hun ervaringen soms anders interpreteren. Het zorgt ervoor dat vrouwen aanvallen of opmerkingen in de maatschappelijke context kunnen plaatsen. “Wanneer je deze woorden kent, zie je sneller dat iets niet zomaar individuele kritiek is, maar onderdeel van bredere structuren van ongelijkheid. Dat kan helpen om ervaringen te duiden, maar het maakt ook dat je eerder inschat dat iets gevaarlijk of kwetsbaar kan zijn. Of dat een overschatting van gevaar is, is moeilijk te zeggen. Daar zou nog meer onderzoek naar gedaan moeten worden. Maar ervaren onveiligheid is natuurlijk nooit objectief en het feit dat dat gevoel van angst aanwezig is bij vrouwelijke journalisten is hoe dan ook een maatschappelijk probleem.”
De rol van sociaal kapitaal
Zelfcensuur is vaak een persoonlijke beslissing, maar ontstaat zelden in isolatie. Journalisten spiegelen zich aan hun collega’s en hun sociaal netwerk. Dat zou mogelijk ook kunnen helpen om journalisten te helpen inschatten hoe groot een risico is, denkt Henny. “Wat je zelf als onveilig ervaart, leg je vaak naast ervaringen van anderen. Je wilt weten: ben ik overdreven voorzichtig, of zit er echt gevaar in? Als er binnen redacties openheid is om dat gesprek te voeren, helpt dat enorm bij een juiste inschatting. Ook kan het bespreken van onveiligheid helpen om praktische beveiliging te regelen. Denk bijvoorbeeld aan dat er iemand meegaat naar een interview.” Het zou daarom kunnen helpen als er een meer open sfeer is binnen redacties en onveiligheid vaker wordt besproken.
Een andere factor die meespeelt met het gevoel van onveiligheid is de politieke en maatschappelijke toon. Journalisten, en met name vrouwelijke journalisten, voelen zich kwetsbaarder in een klimaat waar politici openlijk vijandige taal gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan de veelbesproken tweet van Geert Wilders uit 2021 waarin hij journalisten ‘tuig van de richel’ noemde. Dat soort uitspraken dragen bij aan het normaliseren van haat tegen journalisten, denkt Henny. “Het helpt absoluut niet dat politici haatdragende uitingen doen tegenover journalisten. Dat legitimeert negatieve reacties uit de samenleving. Als journalist weet je dan: als zelfs volksvertegenwoordigers ons wegzetten als ‘vijand’, dan sta je er alleen voor.”
Helpt u ons om ons belangrijke werk voort te kunnen zetten? Doneer hier!