Lieve WK-fans
Door: Luuke Raaijmakers
Het is gebeurd: ik heb gehuild om video’s van voetbalsupporters van het WK. En dan moet je niet iets aandoenlijks voor je zien als een melancholisch traantje dat ik sereen glimlachend van mijn wang veeg, maar een vertrokken gezicht terwijl ik dramatische snikgeluiden maak. Een lelijke huil, zeg maar.
Hoe het zover is gekomen? Eigenlijk is het niet eens mijn eigen schuld. Toen Nederland tegen Zweden speelde heb ik de wedstrijd tegen mijn zin meegekeken. Ik joelde verplicht mee als Nederlandse spelers scoorden en foeterde mee op blijkbaar slechte spelers. Verder keek ik vooral uit naar de reclame, zodat ik weer mocht kletsen. Maar na de wedstrijd, toen ik in bed lag, gebeurde het. Ik kwam een video tegen op Instagram van een massa in het oranje geklede mannetjes die op straat in Houston achter een Nederlandse sambaband aanliepen terwijl ze klapten en lachten. Ik keek het hele filmpje af. En nog eens. Een warm gevoel verspreidde zich door mijn lichaam en ik kon alleen maar denken: wat lief. Wat mooi.
Nu moet je weten: dat is niks voor mij. Ik heb totaal geen gevoel bij sport, en zeker niet bij sporten die zo’n mannelijke sfeer hebben. Hooligans maken me zeer chagrijnig en ik heb toch altijd een beetje het gevoel dat als mannen samen sport kijken, ze het vaak als excuus gebruiken om zich lam te zuipen en niet over hun gevoelens te hoeven praten. Of misschien zelfs om iets van emotionele connectie te voelen met de mannen om hen heen zonder zich daadwerkelijk open te hoeven stellen.
Toen ik hoorde dat het WK ging beginnen, deed het me dus absoluut niks. Sterker nog: ik vond het een tikje irritant. Ik stelde me voor dat het weer zo’n maand zou worden waarin mensen extreem selectief nationalistisch worden. Als de spelers verliezen dan spelen ZIJ slecht, maar als ze winnen hebben WIJ Nederlanders gewonnen.
Je kunt je dus voorstellen hoe verbaasd ik was dat deze video’s van voetbalfans me zoveel deden. Want waarom eigenlijk? Deels omdat ik steeds meer van die filmpjes tegenkwam. Schotse supporters die met honderden tegelijk door de straten van Boston marcheren terwijl doedelzakken en tromgeroffel boven alles uit galmen. Nederlanders en Engelsen die samen “Hey Jude” zingen. Amerikaanse straatdrummers die spontaan meespelen met Schotse muzikanten. Duitse supporters die volledig uit hun dak gaan omdat een landgenoot een paar foute Duitse hits op zijn saxofoon speelt. Mexicanen en Koreanen die constant aan het zoenen waren op straat (niemand weet waarom die twee specifiek zo’n match blijken te zijn, trouwens).
Natuurlijk, het is allemaal een beetje overdreven. Maar juist daardoor ontroerde het me. Niemand verdient geld aan deze momenten. Niemand probeert een politiek punt te maken. Niemand probeert stoer te zijn. Het zijn gewoon mensen die plezier hebben met andere mensen.
Maar bovenal maakte het me bewust van mijn vooroordeel over groepen mannen. Begrijp me niet verkeerd: de argwaan tussen mannen en vrouwen komt niet uit de lucht vallen. We hebben de afgelopen jaren veel gesproken over seksisme, grensoverschrijdend gedrag en de manieren waarop sommige mannen zich online laten meeslepen door de manosphere. Dat gesprek was nodig. Sterker nog: het is nog steeds nodig.
Maar soms vraag ik me af of we onderweg ook iets anders zijn gaan wantrouwen. Niet alleen bepaald gedrag, maar verbinding zelf. Want zodra grote groepen mannen ergens samenkomen, zijn we vaak geneigd om eerst naar de risico’s te kijken. Zijn ze agressief? Nationalistisch? Te luidruchtig? Te dronken? We hebben geleerd alert te zijn op de schaduwkant van mannelijk groepsgedrag. Terecht, maar daardoor vergeten we soms dat er ook een andere kant bestaat.
Op die filmpjes zag ik geen mannen die zich afzetten tegen anderen. Ik zag mannen die zich verbonden vóélden met anderen. En dat is iets heel anders. Dat blijkt ook uit onderzoek. Verschillende studies laten zien dat traditionele ideeën over mannelijkheid – alles zelf oplossen, geen kwetsbaarheid tonen, niet afhankelijk willen zijn van anderen –kunnen bijdragen aan een gevoel van eenzaamheid. Sociale verbondenheid werkt daarentegen beschermend voor mentale gezondheid en welzijn. Dat verklaart mogelijk ook waarom die beelden zoveel mensen aanspreken. Want wat je ziet is niet alleen sport. Je ziet ergens bij horen. Je ziet mannen die zonder gêne zingen, dansen, kwetsbaar zijn, elkaar omhelzen en tijdelijk onderdeel worden van een groter geheel.
Misschien ontroerde het me ook omdat zulke momenten steeds zeldzamer lijken te worden. We werken thuis. We verhuizen voor studie of werk. We scrollen ons door avonden heen die vroeger misschien werden gevuld met buurtverenigingen, sportclubs, koren, cafés of vriendenkringen. Onderzoekers signaleren al jaren dat sociale netwerken dunner worden en dat steeds meer mensen – mannen én vrouwen – minder hechte gemeenschappen hebben dan vroeger.
Dat kan verklaren waarom een stel Schotten met doedelzakken me aan het huilen kreeg. Omdat ik keek naar iets waar we stiekem allemaal naar verlangen: het gevoel van gemeenschap. Dat je mee mag zingen zonder auditie. Dat je ergens welkom bent zonder dat je eerst hoeft uit te leggen wie je bent.
De oplossing ligt waarschijnlijk niet in een permanent WK-feest op straat, al zou dat yupperige woonwijken misschien wel een stuk gezelliger maken. Maar wel in meer plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten zonder agenda, zonder verplichting en zonder dat alles meteen productief hoeft te zijn. Een sportclub. Een koor. Een vrijwilligersorganisatie. Een buurtfeest. Een sambaband die toevallig langskomt. Want als die video’s mij iets hebben geleerd, dan is het dit: verbinding is niet mannelijk of vrouwelijk. Het is menselijk. En misschien zouden we er allemaal wat meer van kunnen gebruiken.
Mocht je ook zin hebben om te huilen, hierbij een aantal van mijn favoriete filmpjes:
Een emotionele Schotse fan nadat Schotland de wedstrijd won.
Noorweegse fans die in het stadion de “Viking Row” doen.
Engelse en Nederlandse fans die samen “Hey Jude” zingen met een band.
Schotse doedelzakspelers die door Boston marcheren.
Klik hier om het laatste nummer van Opzij te bestellen: ‘Ik ben geen man!’