Bevrijd het mannenbeen!
Door: Luuke Raaijmakers
Zoals je wellicht gemerkt hebt is het warm. Iedereen zweet, iedereen klaagt, iedereen is zijn uitvaart aan het voorbereiden (je kunt nu trouwens wel besparen op de crematoriumoven, tipje!). Nederlanders zijn sowieso niet bijzonder goed in zich aanpassen aan tropische omstandigheden, maar één groep binnen onze samenleving blinkt daar echt in uit: de man. Want wat zien we op kantoren, op terrassen, op feestjes en tijdens etentjes in deze bloedhitte? Bedekte mannenbenen.
Terwijl vrouwen massaal jurken, rokjes en korte broeken uit de kast trekken, blijft een aanzienlijk deel van de mannen koppig rondlopen in lange chino’s of spijkerbroeken. Bij dertig graden. Alsof hun schenen staatsgeheimen zijn. Die schaamte voor het naakte mannenbeen gaat overigens heel ver terug. Modeontwerper Tom Ford zei ooit: “There is never an appropriate time for men to publicly wear shorts.” En hoewel dat misschien klinkt als een modieuze provocatie, sluit het naadloos aan bij een eeuwenoude norm.
Vanaf de negentiende eeuw werd het in Europa en Noord-Amerika gebruikelijk dat schooljongens een korte broek droegen, om die rond de puberteit in te ruilen voor een lange. De boodschap was duidelijk: een korte broek hoorde bij kinderen, een lange broek bij volwassen mannen. Een volwassen heer liet zijn benen simpelweg niet zien. Rond 1930 kwam er een kleine revolutie. Tennisser Henry Austin verscheen op de baan in een witte korte broek. Dat werd razendsnel overgenomen, waardoor de korte broek langzaam acceptabel werd… tijdens het sporten. Maar daar hield de vrijheid ongeveer op. Buiten het tennisveld bleef het mannenbeen vooral een verborgen lichaamsdeel.
De geschiedenis verklaart hoe we hier zijn beland. Maar waarom zijn we er nooit meer weggegaan? Het antwoord ligt deels in hoe we de lichamen van mannen en vrouwen verschillend waarderen. Voor vrouwen is het lichaam al eeuwenlang een belangrijk statussymbool. Althans: wanneer dat lichaam voldoet aan het heersende strikte schoonheidsideaal. Een vrouw wordt veel sterker beoordeeld op haar uiterlijk, waardoor het tonen van haar lichaam – hoe problematisch die druk ook is – cultureel veel normaler is geworden. We zijn simpelweg gewend geraakt aan vrouwelijke blote benen.
Bij mannen werkt status anders. Hun maatschappelijke positie wordt gemiddeld veel sterker gekoppeld aan werk, inkomen, competentie en traditionele eigenschappen als zelfvertrouwen, daadkracht en succes. Natuurlijk kan een gespierd lichaam bijdragen aan aantrekkelijkheid of status, maar het is zelden de hoofdprijs waarop mannen sociaal worden afgerekend. Sterker nog: een lange broek kan onbewust zelfs status uitstralen. Een nette pantalon suggereert een serieuze baan, een kantoorfunctie, een zekere mate van professionaliteit. Een korte broek voelt voor veel mannen daardoor nog altijd alsof ze een stukje volwassenheid inleveren.
En laten we eerlijk zijn: de gemiddelde mannenbenen maken het zichzelf ook niet makkelijk. Waar vrouwenbenen met een beetje geluk maandenlang zonlicht zien, leven veel mannenbenen twaalf maanden per jaar in permanente winterslaap. Zodra de eerste warme dag aanbreekt verschijnen ze ineens in het openbaar: spierwit, enigszins verblindend en vaak dun ten opzichte van de rest van het lichaam. Mannen trainen over het algemeen graag hun armen in de sportschool, om te shinen in hun kantoor-polo’s, maar laten de benen buiten beschouwing. Het resultaat is een bovenlichaam waar een Griekse god jaloers op zou zijn, gedragen door twee satéprikkers.
En juist omdat mannen hun benen zo weinig laten zien, voelen ze zich er vaak nóg onzekerder over. Het is een zichzelf versterkende cirkel: hoe minder blootstelling, hoe groter de schaamte. Eigenlijk is dat best ironisch. Want als er één groep is die weet hoe vermoeiend kledingnormen kunnen zijn, zijn het vrouwen wel. Eeuwenlang vochten zij zich stukje bij beetje los van voorschriften over korsetten, enkellange rokken, broekverboden en de eindeloze lijst met dingen die “niet vrouwelijk” zouden zijn. Elke generatie schoof de grens een stukje op. Waren die revoluties er niet geweest, dan zaten we waarschijnlijk nu nog met veertig lagen stof op het strand.
Misschien wordt het dus tijd voor een mini-emancipatie van het mannenbeen. Mannen, dit is jullie moment. Trek die korte broek aan. Laat die schenen vitamine D opsnuiven. Gun die kuiten een beetje kleur. Niet alleen omdat het comfortabeler is, maar ook omdat kledingregels die niemand gelukkig maken misschien helemaal niet zo’n goed idee zijn. En wie weet. Als genoeg mannen het doen, kijken we over tien jaar net zo verbaasd terug op de lange zomerbroek als nu op een korset. Tot die tijd wens ik iedereen veel sterkte. Maar vooral de mannen in donkerblauwe spijkerbroeken bij 33 graden. Jullie zijn niet dapper. Jullie zijn slachtoffers van eeuwenoude modegeschiedenis. Geef Tom Ford de middelvinger en gun jezelf een revolutie.
Klik hier om het laatste nummer van Opzij te bestellen: ‘Ik ben geen man!’