Zorgeloos genieten terwijl je teveel weet
Door: Luuke Raaijmakers
Zoals wel vaker zit ik met een dilemma. Maar in dit geval is het feit dat dit een dilemma is, eigenlijk exact waar het probleem over gaat. Ik vind het vaak moeilijk om zorgeloos te genieten. Zodra ik begin te ontspannen is er namelijk een stemmetje in mijn hoofd die op een chagrijnige toon begint op te dreunen waarom ik me eigenlijk zorgen zou moeten maken. ‘Ben je lekker aan het genieten van deze hete zomerdag? Nou, knap dom, want deze hitte is een duidelijk signaal dat klimaatsverandering nu al te ver is gegaan, en de weerextremen zullen veel slachtoffers veroorzaken’. ‘Leuk hoor, zo’n feelgood-film. Maar zie je niet hoe er zo schadelijke stereotypen over de omgang tussen mannen en vrouwen worden verspreid?’. ‘Dat nieuwe topje van de H&M staat je mooi. Alleen jammer dat je bijdraagt aan kinderarbeid’.
Verder ben ik heel gezellig op feestjes en partijen hoor. Ik weet hoe dit klinkt namelijk. Aan de ene kant ben ik wel degelijk hypocriet dat ik soms probeer mijn idealen te laten varen onder het mom van ontspanning, aan de andere kant ben ik een gigantische zeikerd dat ik niet gewoon kan loslaten. Allebei eigenschappen die ik niet persé ambieer.
Dit is overigens een probleem dat ik veel zie in de progressieve hoek. Want zodra je érgens voor staat, voelt het alsof mensen ook verwachten dat je overál voor staat. Ben je vegetariër? Dan kun je maar beter nooit meer in een vliegtuig stappen. Ben je feminist? Dan moet je elk seksistisch grapje onmiddellijk corrigeren. Maak je je zorgen om het klimaat? Dan wordt iedere iced latte op een zonnig terras ineens hypocriet. Alsof idealen een abonnement zijn waarbij je automatisch het volledige pakket afneemt.
Ik heb soms het idee dat rechts een stuk beter is in vakantie vieren. Ook zij hebben hun idealen, maar lijken hun zorgen sneller los te kunnen laten. Ze gaan tijdens het smeren van hun zonnebrandcrème niet eerst drie podcasts luisteren over de negatieve gevolgen van toerisme. Terwijl ik op een strandbedje lig uit te rekenen hoeveel ijsjes ik moet laten staan om mijn CO₂-uitstoot van de vlucht enigszins goed te maken. Dat is natuurlijk een karikatuur, maar er zit een kern van waarheid in. Progressieve politiek vraagt vaak niet alleen iets van de overheid, maar ook van jezelf. Van hoe je eet, koopt, reist, praat en consumeert. Dat vind ik vaak positief, maar ook vermoeiend. Op een gegeven moment voelt zelfs ontspannen alsof je er eerst een morele vergunning voor moet aanvragen.
Dat zorgt voor een soort permanente waakzaamheid. Je wilt niet degene worden die op iedere slak zout legt. Niet de persoon die tijdens een verjaardag een mini-college begint over de ecologische voetafdruk van bitterballen. Maar als je níét iets zegt, knaagt er weer een ander stemmetje. Ben je dan medeplichtig? Laatst speelde ik bijvoorbeeld Cards Against Humanity met een groep vrienden. Zoals de meeste mensen weten, draait dat spel ongeveer volledig op ongepaste humor. Er werden grappen gemaakt die mild seksistisch of licht racistisch waren. Iedereen aan tafel was behoorlijk progressief. Iedereen lachte ook. Inclusief ik. En daar begon de interne rechtbank. Had ik iets moeten zeggen? Had ik de sfeer moeten onderbreken om uit te leggen waarom sommige grappen eigenlijk niet zo onschuldig zijn? Of had ik juist goed gehandeld door een avond lang gewoon met vrienden te lachen?
Het vervelende is dat beide antwoorden onbevredigend voelen. Misschien komt het doordat je als betrokken mens voortdurend twee petten tegelijk draagt. De ene is die van de burger die gewoon wil barbecueën, verliefd wil worden, slechte televisie wil kijken en af en toe gedachteloos door een winkelstraat wil slenteren. De andere is die van iemand die precies weet wat er allemaal misgaat in de wereld. Maar die petten passen slecht over elkaar heen.
Toch begin ik steeds meer te denken dat volledige morele waakzaamheid niet altijd het hoogste goed is. Er zijn absoluut veel ernstige problemen die allemaal dringend een oplossing vereisen, maar een mens is ook niet gebouwd om vierentwintig uur per dag de last van alle maatschappelijke problemen tegelijk te dragen.
Ik durf zelf zover te gaan als te zeggen dat oprechte ontspanning juist een voorwaarde om betrokken te kunnen blijven. Wie zichzelf nooit toestaat om te lachen, uit te rusten of simpelweg even níét overal een analyse op los te laten, raakt uitgeput. En uitgeputte mensen veranderen de wereld zelden. Bovendien blijven gesprekken vaak juist opener wanneer niet ieder sociaal moment verandert in een moreel examen. Soms bereik je meer door eerst samen hard te lachen en pas later een serieus gesprek te voeren dan door iedere avond met een opgeheven wijsvinger af te sluiten.
We zijn denk ik geen optelsom van al onze keuzes. Je bent niet alleen de idealen waar je voor strijdt. Je bent ook de momenten waarop je brein even uit mag. Waarop je in slaap valt in de zon, veel te hard lacht om een flauwe grap of zonder diepere analyse geniet van een kleffe romcom. Ja, de aarde warmt op en dat is zeer zorgwekkend, maar dat maakt zonlicht niet minder fijn. Ja, strijden voor mensenrechten is belangrijk, maar dat betekent niet dat je altijd schuld moet voelen wanneer je kleding koopt bij een mainstream kledingketen. En ja, we moeten scherp blijven op seksisme en de verhalen die we over mannen en vrouwen verspreiden, maar genieten van een smeuïge romantische film is daarom nog niet verboden.
Zorgeloos genieten is niet on-betrokken, maar juist de adempauze die ervoor zorgt dat je morgen weer de energie hebt om wél ergens voor op te staan. Want zelfs de meest idealistische wereldverbeteraar heeft af en toe gewoon een ijsje in de zon nodig.
Klik hier om het laatste nummer van Opzij te bestellen: ‘Ik ben geen man!’