Thierry Baudet opent een ideologische basisschool: waar blijft de overheid?

Door: Luuke Raaijmakers

Soms denk je dat je alles gehad hebt, en dan toch blijft de wereld je verrassen. Dat Thierry Baudet een basisschool zou beginnen stond eerlijk gezegd niet op mijn 2026-bingokaart. Althans, niet dat het zou lukken. Hij heeft dit twee jaar geleden namelijk ook al eens geprobeerd, maar toen sloot de school omdat er niet genoeg geld was vanuit donaties. Deze keer heeft de school financiering gekregen vanuit het Rijk.

Je mag in Nederland geloven wat je wilt. Je mag stemmen op wie je wilt. Je mag zelfs denken dat de maanlanding in een filmstudio is opgenomen of dat de aarde wordt bestuurd door reptielen in mensenpakken. Maar op het moment dat je een basisschool opent, ging ik er eerlijk gezegd vanuit dat ergens een ambtenaar op een rode knop zou drukken als het onderwijs fundamenteel botst met de waarden van onze democratische rechtsstaat. Blijkbaar niet.

Aankomende augustus opent Thierry Baudet een basisschool in Almere: de Renaissance School. Daar krijgen jongens en meisjes deels ander onderwijs, omdat jongens volgens de school competitiever zouden zijn en meisjes verzorgender. Het koloniale verleden krijgt een positieve waardering en de school belooft ouders onderwijs zonder “LGBT-waanzin”. Daarnaast biedt het inmiddels ook thuisonderwijspakketten aan voor honderden euro’s per maand.

Dit alles is natuurlijk bizar, maar toen voor het eerst hierover hoorde was ik vooral in de war. Mag dit gewoon? Dat blijkt ingewikkeld te liggen. Nederland kent namelijk een uitzonderlijk grote onderwijsvrijheid. Iedereen mag in principe een school beginnen zolang aan de wettelijke eisen wordt voldaan. Dat is historisch gezien een groot goed. Dankzij die vrijheid bestaan er montessorischolen, jenaplanscholen, vrije scholen, christelijke scholen, islamitische scholen en ga zo maar door. Die pluriformiteit hoort juist bij een democratie. Maar vrijheid kent ook een grens. Onderwijs mag namelijk niet leiden tot discriminatie of ongelijkwaardigheid. De overheid heeft daarom de taak erop toe te zien dat kinderen onderwijs krijgen waarin de basiswaarden van de democratische rechtsstaat worden gerespecteerd.

Maar ja, voldoet de Renaissance school aan die voorwaarden? Hoe ver mag “een eigen visie” eigenlijk gaan voordat het geen pedagogische keuze meer is, maar ideologische vorming? Of jongens en meisjes verschillend zijn, daar kunnen we als mensen prima over discussiëren. Maar als je daar verschillende onderwijsvormen aan koppelt omdat jongens zouden moeten concurreren en meisjes vooral verzorgen, geef je kinderen óók een beeld mee van hoe zij zich horen te gedragen. Een beeld waarvoor zij niet zelf kiezen, maar die volwassenen voor hen hebben bedacht. Kinderen kiezen sowieso nergens voor. Zij kiezen hun ouders niet. Zij kiezen hun basisschool niet. Zij kiezen niet welke geschiedenisboeken voor hun neus worden gelegd of welke wereldbeelden als vanzelfsprekend worden gepresenteerd.

Ook is er nog iets opvallends aan de manier waarop deze school tot stand kwam. Om een nieuwe school te mogen openen, moet worden aangetoond dat er belangstelling is. Dat kan via voldoende ouderverklaringen, maar ook via marktonderzoek. De Renaissance School koos voor die tweede route. Uit dat onderzoek zou blijken dat er in Almere-Poort (waar FvD trouwens – surprise, suprise – een populaire partij is) genoeg vraag bestaat naar dit type onderwijs. Wie dat onderzoek precies heeft uitgevoerd, is alleen niet openbaar gemaakt. Daardoor is nauwelijks te controleren hoe onafhankelijk die conclusie tot stand is gekomen. Het onderzoek lijkt niet zozeer iets te zeggen over een maatschappelijke behoefte, maar het lijkt vooral slimme juridische route te zijn om publieke bekostiging te krijgen. Als de overheid zulke constructies accepteert zonder volledige transparantie, is het moeilijk uit te leggen waarom burgers daar vertrouwen in zouden moeten hebben.

Wat mij misschien nog wel het meest verbaast, is de opmerkelijke terughoudendheid van de overheid. VVD-staatssecretaris Judith Tielen liet weten erop te vertrouwen dat de inspectie haar werk doet bij de Renaissance-school. Natuurlijk helpt het als de inspectie zorgvuldig is. Maar ondertussen schreef Baudet zelf in een mail aan partijleden dat deze school onderdeel is van zijn ambitie om “een maatschappelijk ecosysteem” op te bouwen, met daarnaast bedrijven, uitgeverijen, jongerenorganisaties en uiteindelijk zelfs een parallel financieel systeem. Volgens hem is zo’n ecosysteem noodzakelijk voor “het overleven van ons volk en onze beschaving.” Doodeng.

Dat ‘ecosysteem’ blijkt bovendien niet alleen ideologisch, maar ook economisch interessant. De Renaissance School biedt inmiddels betaalde thuisonderwijspakketten aan van honderden euro’s per maand. Dat gebeurt op een moment waarop thuisonderwijs sterk groeit. Waar in 2017 nog minder dan duizend kinderen thuisonderwijs kregen, zijn dat er inmiddels ruim 2.800.  Natuurlijk kiezen veel ouders daar om uiteenlopende redenen voor. Maar als organisaties een verdienmodel kunnen bouwen dat inspeelt op wantrouwen richting “het systeem”, ontstaat een vreemde prikkel. Hoe groter het wantrouwen in reguliere scholen, hoe groter immers de potentiële markt voor alternatieve onderwijsproducten. Dan wordt maatschappelijk wantrouwen niet alleen een politieke boodschap, maar óók een commercieel product.

Kortom: het is een schimmig zaakje. Maar eigenlijk maak ik me nog het meeste zorgen om de langetermijn effecten op kinderen die naar deze school zullen gaan. Onderwijs is namelijk méér dan kennis overdragen. Een basisschool is vaak de eerste plek waar kinderen mensen ontmoeten die anders zijn dan zijzelf. Waar je ontdekt dat niet iedereen thuis hetzelfde eet, dezelfde feestdagen viert of dezelfde politieke overtuiging heeft. Juist die ontmoeting is misschien wel een van de belangrijkste lessen die school te bieden heeft.

Als onderwijs steeds vaker wordt ingericht om kinderen juist binnen één ideologisch universum te houden, verliezen we iets wat veel moeilijker terug te winnen is dan een goed rekencijfer. Daar zou de overheid dus moeten instappen. Want vrijheid van onderwijs betekent niet dat de overheid géén verantwoordelijkheid meer heeft voor wat er in een klaslokaal gebeurt. Integendeel. Juist omdat kinderen zelf nog niet kunnen kiezen, zouden wij dat extra zorgvuldig moeten doen.

Klik hier om het laatste nummer van Opzij te bestellen: ‘Ik ben geen man!’