Vrouwen zijn geen mooie aliens
Door: Luuke Raaijmakers
Ik ben een liefhebber van fantasy. Laat mij maar lekker wegdromen met boeken en Netflix-series over verre koninkrijken, heksen, elfen, donkere wouden en magische krachten: heerlijk. Fantasy is voor veel mensen denk ik een vorm van ontsnapping aan het normale leven. Er is namelijk weinig magisch aan boodschappen doen of je boekhouding bijwerken.
Toch heerst er de afgelopen jaren een trend waarbij het magische steeds vaker wordt betrokken in het echte leven. Ik zie het op sociale media, hoor het in de manier waarop mannen over hun vriendin spreken en zie het terug in reclames: the divine feminine energy. Klinkt vaag, is het ook, maar ik ga het uitleggen.
Open TikTok en je belandt al snel tussen vrouwen in lange witte jurken die bloemen plukken, kruiden drogen, hun menstruatiecyclus afstemmen op de maan en uitleggen hoe je weer in je ‘vrouwelijke energie’ kunt komen. Volgens deze beweging zijn vrouwen van nature intuïtief, zacht, ontvankelijk, emotioneel, creatief en diep verbonden met de natuur. Mannen zijn juist daadkrachtig, rationeel, beschermend en doelgericht. Samen zouden die twee energieën een kosmisch evenwicht vormen.
Het klinkt op het eerste gezicht eigenlijk best gezellig. Wie wil zich nu niet voelen als een mysterieuze boself met een indrukwekkend gevoelsleven in plaats van als iemand die om kwart over zes een frikandelbroodje naar binnen schuift achter Outlook? Ik snap de aantrekkingskracht ook wel. Zeker na jaren waarin productiviteit het hoogste goed leek, klinkt een boodschap als “je hoeft niet altijd te presteren, je mag ook gewoon voelen” behoorlijk aantrekkelijk. Sommige vrouwen ervaren de stroming bovendien als een tegenreactie op een maatschappij waarin traditioneel ‘mannelijke’ eigenschappen als competitie, efficiëntie en altijd doorgaan worden beloond. Dat verlangen naar meer zachtheid is op zichzelf helemaal niet vreemd.
Maar ergens onderweg verandert die uitnodiging om zachter voor jezelf te zijn in iets anders. Want voor je het weet gaat het niet meer over eigenschappen die iedereen kan hebben, maar over eigenschappen die vrouwen zouden hebben. Ineens is intuïtie vrouwelijk. Empathie vrouwelijk. Verzorgen vrouwelijk. Ontvankelijkheid vrouwelijk. Alsof vrouwen een apart mensenras zijn dat standaard met spirituele wifi wordt geboren.
Daar begint het voor mij een beetje te wringen. Want zodra je zegt dat vrouwen van nature bepaalde eigenschappen hebben, zeg je automatisch ook dat ze andere eigenschappen minder hebben. En andersom geldt hetzelfde voor mannen. Dat idee noemen filosofen en genderwetenschappers gender-essentialisme: de overtuiging dat mannen en vrouwen een vaste, aangeboren essentie hebben. Juist dat denken is jarenlang door feministen bekritiseerd, omdat het gebruikt werd om traditionele rolverdelingen te rechtvaardigen.
Het ironische is dus dat een beweging die zichzelf vaak presenteert als bevrijdend, soms precies dezelfde oude hokjes opnieuw schildert. Alleen zijn ze nu beige, voorzien van gedroogde lavendel en gefilmd tijdens golden hour. Want wat volgt er uit dat verhaal? Dat vrouwen beter kunnen zorgen. Beter kunnen aanvoelen. Beter kunnen ondersteunen. Dat mannen moeten leiden en vrouwen moeten ontvangen. Dat vrouwen zich niet te veel in hun “mannelijke energie” moeten bevinden, want dan stoten ze mannen af. Ineens klinkt een spirituele Instagram-reel verdacht veel als een etiquetteboek uit 1954.
Bovendien weten we uit decennia aan onderzoek dat veel eigenschappen die wij als typisch vrouwelijk of mannelijk beschouwen, veel minder biologisch vastliggen dan sociale media doen vermoeden. Mensen worden vanaf hun geboorte verschillend behandeld, aangemoedigd en beloond. Empathie, zorgzaamheid en emotionele expressie blijken voor een groot deel aangeleerd gedrag, geen mysterieuze vrouwelijke superkracht. Misschien verklaart juist de heropleving van fantasy waarom deze trend nu zo populair is. Sinds de pandemie lijken feeën, heksen, cottagecore, spiritualiteit en mythologie overal op te duiken. De wereld voelt ingewikkeld, dus zoeken we betekenis in verhalen. Daar is helemaal niets mis mee. Ik geloof ook niet dat iemand gevaarlijk wordt van af en toe een tarotkaart of een kristal op de vensterbank.
Maar fantasy werkt juist zo goed omdat we weten dat het fantasy is. Vrouwen hoeven geen elfen te zijn. Geen godinnen. Geen mysterieuze wezens die met hun intuïtie het universum lezen terwijl mannen hout hakken en belastingaangifte doen. Ze mogen ook gewoon mensen zijn. Eerlijk gezegd lijkt me dat al magisch genoeg.
Klik hier om het laatste nummer van Opzij te bestellen: ‘Ik ben geen man!’