Een vrouwelijke bondscoach kan niet: door de afkomst van spelers of door de voetbalcultuur?
Door: Luuke Raaijmakers
Voetbalanalist Pierre van Hooijdonk heeft zichzelf op maandagavond op landelijke televisie in een lastig pakket gebracht. Nu bondscoach Ronald Koeman is opgestapt, werd er aan tafel bij NOS WK-avond flink gespeculeerd over zijn opvolging. Ook de mogelijkheid van een vrouw, Sarina Wiegman, werd besproken.
Van Hooijdonk was daar direct stellig over. Wiegman zou niet genoeg ervaring hebben op hoog niveau, maar daarnaast bleek er ook een belangrijke onderliggende reden te bestaan voor zijn opvatting: de afkomst van een deel van de spelersgroep. “Daar zitten een heleboel spelers bij waarbij in de cultuur de vrouw niet op hetzelfde niveau staat als de man”, stelde hij. Een vrouwelijke bondscoach zou daarom problemen opleveren. Als voorbeeld noemde hij voetballers die in het verleden hebben geweigerd een vrouwelijke presentatrice een hand te geven.
Laat ik beginnen met zeggen dat ik van het hele voetbalgebeuren nul verstand heb. Ik ken Sarina Wiegman of de andere genoemde trainers niet en heb geen idee van hun kwaliteiten. Dat laat ik dus graag aan de kenners over. Waar ik wél nieuwsgierig van werd, was de bredere vraag die Pierre aansneed: in hoeverre nemen mensen de normen uit hun cultuur daadwerkelijk mee? En belangrijker nog: kunnen die normen veranderen?
Het is verleidelijk om cultuur te zien als iets wat mensen voor altijd met zich meedragen. Alsof je geboortegrond een soort permanente software installeert waar je nooit meer vanaf komt. Maar zo werken mensen helemaal niet: we zijn fluïde. We passen ons voortdurend aan aan de omgeving waarin we leven. Sociaal psychologen weten zelfs al decennialang dat groepsnormen een enorme invloed hebben op ons gedrag. Mensen stemmen hun opvattingen razend snel af op de groep waar ze deel van uitmaken, zeker wanneer daar sociale beloning of afkeuring tegenover staat.
Dat zie je ook buiten religie of afkomst om. Op een studentenvereniging worden bepaalde grappen normaal gevonden die op kantoor totaal ongepast zouden zijn. In een vriendengroep kan het stoer zijn om emotieloos te doen, terwijl dezelfde man thuis ineens heel kwetsbaar is. Blijkbaar beschikken we allemaal over een sociaal aanpassingsvermogen dat groter is dan we zelf actief doorhebben.
Dat betekent overigens niet dat culturele normen geen invloed hebben. Natuurlijk hebben ze dat. Er bestaan religieuze overtuigingen waarin mannen en vrouwen een andere positie innemen, en sommige voetballers hebben in het verleden inderdaad geweigerd vrouwen een hand te geven vanuit hun geloofsovertuiging. Maar zelfs dan blijft de interessante vraag: wat gebeurde er daarna? Werden ze daarop aangesproken? Ontstond er een gesprek? Pasten ze zich later wel aan? Of besloot de omgeving juist dat dit gedrag acceptabel was? Uiteindelijk bepaalt niet alleen iemands achtergrond wat normaal is, maar ook de groep die dat gedrag vervolgens beloont of corrigeert.
Juist daarom voelde de uitspraak van Van Hooijdonk heel kort door de bocht. Niet omdat hij benoemt dat cultuur invloed heeft, maar omdat er een ondertoon in zit dat bepaalde groepen mensen nu eenmaal niet in staat zouden zijn zich aan te passen aan een vrouw in een leidinggevende positie. Dat schuurt gevaarlijk dicht langs het idee dat zulke eigenschappen vastzitten in iemands natuur. Terwijl geschiedenis juist laat zien dat culturen voortdurend veranderen. Ook de Nederlandse cultuur was nog niet zo lang geleden bepaald niet vriendelijk voor vrouwen. Tot ver in de twintigste eeuw werden vrouwen wettelijk beperkt, ontslagen zodra ze trouwden en nauwelijks serieus genomen als leidinggevende. Dat veranderde niet vanzelf, maar doordat mensen bestaande normen ter discussie stelden.
Laten we de vraag daarom omdraaien. Stel dat een vrouw inderdaad nooit bondscoach wordt omdat sommige spelers daar moeite mee zouden hebben. Wanneer verandert dat dan ooit? Het feit dat iets weerstand oproept, is niet automatisch een argument om het maar niet te doen. Vaak is het juist een aanwijzing dat een cultuur toe is aan verandering.
Bovendien: waarom kijken we eigenlijk vooral naar de achtergrond van individuele spelers, en veel minder naar de voetbalwereld zelf? Dat is óók een cultuur. Een wereld waarin vrouwelijke trainers nog altijd uitzonderingen zijn, waarin vrouwen structureel minder vertegenwoordigd zijn in topposities en waarin seksistische opmerkingen nog regelmatig als kleedkamerhumor worden afgedaan. Zelf vermoed ik dat de grootste hobbel voor een vrouwelijke bondscoach dus niet ligt in de verschillende culturen die samenkomen op het veld, maar in de voetbalcultuur die al die tijd al langs de zijlijn heeft gestaan.