Botox is ook gewoon een keuze. Toch?
Door: Luuke Raaijmakers
Er bestaat tegenwoordig een opmerkelijke feministische dooddoener. Zodra een vrouw iets doet wat verdacht veel lijkt op voldoen aan een patriarchale verwachting, hoeft er maar één zin te vallen en iedere discussie is voorbij.“Het is haar keuze.” Lipfillers? Haar keuze. Botox op je achtentwintigste om rimpels te ‘voorkomen’? Haar keuze. Een Brazilian Butt Lift waarvoor je statistisch gezien een van de gevaarlijkste cosmetische operaties ter wereld ondergaat? Haar keuze. Iedere ochtend een uur eerder opstaan voor je vriend wakker wordt om “de no make-up make-up look” aan te brengen? Haar keuze. Het woord keuze is uitgegroeid tot het ducttape van het moderne feminisme. Het plakt ieder gesprek dicht.
Ik moest eraan denken tijdens een aflevering van Not That Social, het YouTube-programma van de EO. Tamara Elbaz van The Real Housewives ging daarin in gesprek met Marchella, die haar vroeg waarom ze zoveel cosmetische behandelingen laat doen. De reacties online waren voorspelbaar verdeeld. De ene helft vond dat Tamara een slecht voorbeeld is voor jonge vrouwen. De andere helft vond dat niemand iets te zeggen heeft over wat een vrouw met haar eigen gezicht doet.
Natuurlijk heeft Tamara het recht om met haar lichaam te doen wat ze wil. Sterker nog: vrouwen krijgen al eeuwen ongevraagd commentaar op hun uiterlijk. Van hun gewicht tot hun rimpels, van hun kleding tot hun kapsel. De laatste mensen die daar nóg een laagje controle aan zouden moeten toevoegen, zijn feministen. Maar tegelijkertijd voelt het ook onbevredigend om iedere discussie af te sluiten met: haar keuze. Want wanneer werd feminisme eigenlijk zo allergisch voor het analyseren van keuzes?
De Amerikaanse socioloog Eva Illouz schrijft dat we leven in een cultuur waarin vrijwel alles wordt voorgesteld als een individuele beslissing. Dat past perfect binnen een neoliberaal wereldbeeld: als alles een persoonlijke keuze is, hoeven we het nooit meer over structuren te hebben. Dan is burn-out een probleem van timemanagement. Armoede een gebrek aan doorzettingsvermogen. En cosmetische chirurgie simpelweg een stilistische keuze.
Dat klinkt heerlijk vrijblijvend. Alleen is het dat zelden. Neem het zogenoemde beauty premium. Tientallen studies laten zien dat aantrekkelijke mensen gemiddeld meer verdienen, sneller promotie maken en competenter worden beoordeeld. Vooral vrouwen profiteren daarvan. Economen Daniel Hamermesh en Jeff Biddle berekenden al in de jaren negentig dat schoonheid letterlijk economische waarde heeft; recenter onderzoek bevestigt dat beeld keer op keer. Je gezicht is dus niet alleen een gezicht. Het is óók een cv.
Dat maakt cosmetische behandelingen ineens een stuk minder irrationeel. De feministische filosofe Sandra Lee Bartky beschreef al in de jaren tachtig hoe vrouwelijkheid draait om het voortdurend disciplineren van het lichaam. Niet omdat mannen dat iedere ochtend expliciet eisen, maar omdat vrouwen de norm uiteindelijk zelf internaliseren. Je gaat jezelf bekijken door de ogen van de maatschappij. Dat klinkt zwaar filosofisch, maar eigenlijk betekent het gewoon dat je op een zonnige dag denkt: misschien toch nog even die afspraak voor babybotox inplannen.
Met al die informatie in je achterhoofd lijkt de keuze toch steeds minder gekozen. Want als iedere keuze mede gevormd wordt door de cultuur waarin we leven, hoe weten we dan nog welke keuzes écht van onszelf zijn? Waarom dragen bijna alle vrouwen hun haar lang? Waarom scheren bijna alle vrouwen hun benen en oksels terwijl vrijwel geen enkele man dat doet? Waarom klinkt een hoge vrouwenstem vriendelijker? Waarom voelt een sollicitatie zonder make-up voor veel vrouwen nog steeds alsof je in joggingbroek verschijnt?
Zijn dat vrije voorkeuren? Of zijn het aangeleerde reflexen? Het onbevredigende antwoord is: waarschijnlijk allebei. Juist daarom vind ik het zo ingewikkeld wanneer feminisme doorslaat in wat Angela McRobbie postfeminisme noemt: het idee dat iedere handeling automatisch emanciperend wordt zodra een vrouw zegt dat ze ervoor kiest. Alsof macht verdwijnt zodra iemand het woord “keuze” uitspreekt. Dat is natuurlijk niet zo. Geen enkele keuze ontstaat in een vacuüm. Mijn muzieksmaak niet. Mijn politieke voorkeur niet. Mijn verlangen naar een koophuis met glas-in-loodramen niet. Waarom zouden schoonheidsidealen daarop de enige uitzondering vormen?
Misschien zoeken we daarom ook naar de verkeerde grens. Niet: hoeveel fillers mag iemand nemen voordat we er iets van mogen vinden? Niet: is make-up feministisch? Niet: is een rok van twintig centimeter nog geëmancipeerd? De interessantere vraag is wanneer een voorkeur verandert in een verwachting. Wanneer een behandeling geen luxe meer is, maar onderhoud. Wanneer “jezelf zijn” steeds meer geld kost. En wanneer een gezicht niet langer iets is waarmee je oud mag worden, maar een project dat permanent geoptimaliseerd moet worden.
Dat is namelijk precies wat Naomi Wolf dertig jaar geleden al beschreef in The Beauty Myth. Naarmate vrouwen maatschappelijk meer ruimte kregen, werden de eisen aan hun uiterlijk niet kleiner, maar groter. Schoonheid werd geen beloning meer; het werd een sollicitatie-eis. Daarom vind ik dat we vrouwen cosmetische behandelingen niet moeten verwijten. Maar we moeten ook ophouden te doen alsof het gesprek stopt zodra iemand zegt: ik doe het voor mezelf. Soms is “voor mezelf” namelijk precies de taal waarin een samenleving heeft geleerd tegen ons te spreken.