Moeten mannen zich vrouwelijker gedragen?
Door: Luuke Raaijmakers
Schuif het gordijntje dicht, we gaan weer eens een biechthokje in. Ondanks dat ik pas 24 jaar ben – men zou kunnen zeggen: in de bloei van mijn leven – ben ik dol op Omroep MAX-achtige televisie. Geef mij een beschouwend programma met het tempo van een stoned én tevens stervende slak, en mij heb je.
Ik ben bijvoorbeeld groot fan van de NPO-serie Boeddha in de Polder, waarvan inmiddels het vierde seizoen te zien is. Presentator Joris Linssen gaat daarin op bezoek bij mensen die dankzij oosterse wijsheden, meditatie of andere vormen van spiritualiteit een moeilijke periode zijn doorgekomen. Zo vaart hij mee met mijn jeugdicoon Laura Dekker, probeert hij paardentherapie en leert een officier van justitie hem hoe je leidinggeeft in de rechtszaal. Heerlijke televisie.
De aflevering die mij het meest fascineerde speelde zich af in een Belgisch bos. Joris deed mee aan een mannencirkel van therapeut Ton van der Kroon. Geblinddoekt lopen de mannen hand in hand door het bos om hun angst voor het onbekende los te laten. Ze werken met talking sticks, maken minutenlang oogcontact en praten openlijk over verdriet, schaamte en eenzaamheid.
Ik weet dat er een stigma rust op dit soort bijeenkomsten. Ze worden al snel weggezet als zweverig, ongemakkelijk of gewoon een beetje lachwekkend. Toch moest ik er vooral glimlachend naar kijken. Deze mannen hebben het lef – zeker met een cameraploeg erbij – om iets te doen waar veel mannen juist van jongs af aan van weg zijn gesocialiseerd: kwetsbaar zijn. Uit onderzoek blijkt al jaren dat mannen gemiddeld minder snel psychologische hulp zoeken dan vrouwen, emoties vaker onderdrukken en dat traditionele mannelijkheidsnormen samenhangen met slechtere mentale gezondheid en een hoger suïciderisico. Als een mannencirkel voor sommige mannen de deur opent naar een eerlijk gesprek, dan lijkt me dat alleen maar winst.
Toch fronste ik mijn wenkbrauwen toen mannentherapeut Ton van der Kroon zei: “Mannen voeren oorlog. Vaders voeren oorlog. Vrouwen doen dat minder, of niet. (…) Dan heb je de vrouwelijke energie nodig: verbinding, emotie, voelen. Als wij mannen ons iets vrouwelijker opstellen, hebben we geen oorlog meer.”
Kijk, als vrouw is dit natuurlijk heerlijke propaganda. Als het andere geslacht gewoon wat meer op óns zou lijken, kwam alles goed. Maar ik ben bang dat de werkelijkheid iets weerbarstiger is. Zoals ik in eerdere columns al schreef, schuilt er een risico in het idealiseren van vrouwen. Alsof vrouwen van nature empathisch, vredelievend en emotioneel intelligent zijn, terwijl mannen agressief, gesloten en competitief zouden zijn. Dat klinkt misschien positief voor vrouwen, maar het blijft dezelfde oude stereotypering, alleen met een vriendelijkere verpakking.
Bovendien weten we helemaal niet of vrouwen structureel minder oorlog zouden voeren. Daarvoor zijn ze historisch simpelweg te weinig aan de macht geweest. En de vrouwen die wél politieke of militaire macht hadden, bleken bepaald niet allemaal pacifisten. Denk aan Catharina de Grote, Margaret Thatcher tijdens de Falklandoorlog of Golda Meir tijdens de Jom Kipoeroorlog. Macht verandert mensen soms meer dan geslacht.
Hetzelfde geldt voor empathie. Ja, vrouwen scoren gemiddeld iets hoger op empathievragenlijsten. Maar psychologen wijzen er al jaren op dat die verschillen relatief klein zijn en sterk beïnvloed worden door socialisatie. Vanaf jonge leeftijd leren meisjes dat zorgzaamheid bij hen hoort, terwijl jongens vaker horen dat ze “sterk moeten zijn” en emoties moeten inslikken. Dat maakt empathie geen vrouwelijke eigenschap, maar een menselijke vaardigheid die we ongelijk aanleren.
Misschien stoorde ik me daarom nog wel het meest aan de term vrouwelijke energie. Want wat betekent dat eigenlijk? Denk eens aan alle vrouwen die je kent. Zijn die allemaal zacht? Verbindend? Emotioneel beschikbaar? Ik vermoed van niet. En hetzelfde geldt andersom voor mannen. Juist door eigenschappen als empathie, kwetsbaarheid en zorgzaamheid “vrouwelijk” te noemen, bevestigen we onbedoeld precies het hokjesdenken waar we vanaf proberen te komen. Mannen hoeven niet vrouwelijker te worden. Ze hoeven alleen meer ruimte te krijgen om óók mens-zijn op hun eigen manier te mogen invullen.
En gun mij ondertussen vooral eens wat meer van mijn vrouwelijke energie! Laat me als vermeend toonbeeld van Maria-achtige, vredige vrouw met een kop thee Omroep MAX-programma’s kijken, zonder dat ik me hoef te verlagen tot mannelijke emoties zoals ergernis.