Waarom zijn we zo gefascineerd door true crime?

Door: Luuke Raaijmakers

Er zijn veel dingen waar we als mensen een knus gevoel van kunnen krijgen. Kaarslicht. Een wollig dekentje. Kruidige thee drinken terwijl het regent. Nostalgische kinderfilms. De geur van knoflook en ui in een pan. Het gekraak van een vinylplaat voordat de muziek begint te spelen. En moord.

Nou ja, niet letterlijk moord. Daadwerkelijk sterven wordt over het algemeen als minder gezellig ervaren. Maar dat knusse gevoel ontstaat wel bij veel mensen door het kijken naar een nagespeelde moord op een scherm. Oftewel: true crime. Iets aan het duistere sfeertje, de special effects, de dreigende achtergrondmuziek en de zoom-ins op diepe schotwonden werken kennelijk verslavend. Massaal genieten we van series als American Murder, The Perfect Neighbor en Dahmer. Over die laatste is in Brussel recent zelfs een hele expositie geopend. In het nagebouwde appartement van seriemoordenaar Jeffrey Dahmer vind je neplichamen van zijn slachtoffers, een hoofd in de koelkast, organen in een pan en opengesneden lichamen. Sommige bezoekers schreven na afloop dat ze bijna moesten overgeven. Anderen gaven de tentoonstelling vijf sterren.

Blijkbaar is er een punt waarop walging en entertainment probleemloos naast elkaar kunnen bestaan. Eigenlijk is dat niet eens zo vreemd. Mensen zijn al eeuwen gefascineerd door gruwel. Middeleeuwse executies trokken duizenden toeschouwers. In de negentiende eeuw verkochten kranten met sensationele moordzaken als warme broodjes. In de jaren negentig volgden miljoenen mensen de rechtszaak tegen O.J. Simpson alsof het de finale van Big Brother was. Daarna kwamen CSI, Criminal Minds en Law & Order. Vervolgens ontdekten streamingdiensten dat moord misschien wel het meest winstgevende genre ter wereld is. De Netflix-serie Dahmer werd in twee maanden tijd meer dan een miljard uur bekeken. Podcasts als Crime Junkie en My Favorite Murder trekken maandelijks miljoenen luisteraars.

We blijken als mens een opmerkelijk talent te hebben ontwikkeld: ontspannen op de bank liggen terwijl iemand op televisie op gruwelijke wijze wordt vermoord. Opvallend genoeg zijn het vooral vrouwen die dat doen. Onderzoek van communicatiewetenschapper Kelli Boling laat zien dat ongeveer driekwart van de luisteraars van truecrime-podcasts vrouw is. Psychologen Amanda Vicary en R. Chris Fraley ontdekten bovendien dat vrouwen vooral geïnteresseerd zijn in zaken waarin een vrouw slachtoffer wordt én waarin duidelijk wordt hoe de dader te werk ging. De verklaring klinkt eigenlijk heel logisch: vrouwen kijken niet zozeer uit sensatiezucht, maar uit onbewuste zelfbescherming. Ze proberen patronen te herkennen. Welke signalen zag het slachtoffer over het hoofd? Hoe manipuleerde de dader? Wat zou ik zelf doen? True crime als een morbide zelfverdedigingscursus.

Klinkt aannemelijk. Totdat je bedenkt dat Jeffrey Dahmer uitsluitend mannelijke slachtoffers had, die hij voornamelijk ontmoette in homobars, ze verdoofde en vervolgens vermoordde. De kans dat een gemiddelde Nederlandse vrouw precies in die situatie belandt, is niet bijzonder groot. Toch zijn ook zij massaal fan van de serie. Er gebeurt dus nog iets anders.

Neurowetenschappers vermoeden dat onze hersenen simpelweg dol zijn op gecontroleerd gevaar. Tijdens spannende scènes maken we adrenaline en dopamine aan. Je lichaam denkt heel even dat je gevaar loopt, terwijl je rationele brein weet dat je veilig onder een dekentje ligt met een kop thee en een bak popcorn. Het is dezelfde reden waarom mensen vrijwillig in achtbanen stappen of horrorfilms kijken. We houden van angst, zolang die maar een pauzeknop heeft.

Maar misschien is de interessantste ontwikkeling wel dat true crime langzaam is veranderd van een semi journalistiek genre naar een beleveniseconomie. Vroeger wilden we weten wie de moordenaar was. Daarna wilden we begrijpen waarom hij het deed. Inmiddels willen we blijkbaar ook weten welke kleur de tegels in zijn keuken hadden. De Brusselse Dahmer-expositie voelt als het logische eindpunt van die ontwikkeling. Je kijkt niet langer naar een documentaire over een seriemoordenaar; je loopt letterlijk door zijn woonkamer. Door zijn slaapkamer. Langs de koelkast waarin een hoofd ligt. Er is zelfs een ruimte waarin opengesneden lichamen zijn nagebouwd. Alsof misdaad niet langer iets is wat we onderzoeken, maar iets wat we beleven.

De organisatie ziet dat zelf heel anders. Hamza El Azhar, CEO van Exhibition Hub, verdedigde de tentoonstelling door te zeggen dat bezoekers er iets van kunnen leren. Volgens hem laat de expositie zien hoe iemand als Jeffrey Dahmer te werk ging, zodat mensen signalen leren herkennen en voorkomen zelf slachtoffer te worden. Een nobel idee. Maar ook een beetje zoals beweren dat je Temptation Island kijkt om je communicatieve vaardigheden binnen relaties te verbeteren. Natuurlijk kun je iets leren van een reconstructie van een misdrijf. Maar daarvoor heb je geen hoofd in een koelkast nodig. Geen organen in een pan. Geen zorgvuldig nagebouwde plaats delict waar bezoekers selfies maken. Die details hebben een andere functie. Ze laten ons huiveren. Ze laten ons kijken. Ze verkopen tickets.

Dat roept een vraag op: is dat immoreel? Nieuwsgierigheid naar het kwaad is tenslotte heel menselijk. Maar de grens tussen informeren en entertainen is de afgelopen jaren steeds verder vervaagd. De seriemoordenaar is uitgegroeid tot een popcultuurfiguur. Zijn appartement wordt een attractie. Zijn verhaal een binge-waardige serie. Zijn slachtoffers verdwijnen langzaam naar de achtergrond.

We leven in een tijd waarin we voortdurend op zoek zijn naar prikkels die nog nét iets heftiger zijn dan de vorige. Een gewone thriller is niet spannend genoeg meer; we willen dat het écht is. Een documentaire volstaat niet; we willen door de woonkamer lopen. We willen voelen hoe dicht we bij het kwaad kunnen komen, zolang we daarna maar weer veilig naar huis mogen. En dát voelt dan wel een tikje immoreel aan. We zeggen dat we kijken om de wereld beter te begrijpen. Maar ondertussen kopen we een kaartje om anderhalf uur lang rond te dwalen door het decor van iemands grootste nachtmerrie.

Bestel hier het juli-augustus 2026 nummer van OPZIJ