De nieuwste epidemie: iedereen heeft bindingsangst
Door: Luuke Raaijmakers
Het is zaterdagavond. Om je heen op het terras klinkt geroezemoes, het schemert, je ruikt de citroenkaarsen op tafel die de muggen hopelijk verdrijven, en gretig slurpen jij en je vriendinnen van felgekleurde cocktails. Ondertussen bespreken jullie een aantal geliefde onderwerpen: familie, jeugdtrauma’s, werk, onzekerheden. Maar stiekem weten jullie allemaal dat dit slechts een opwarming is. Al deze onderwerpen zijn de aanloop naar hét favoriete onderwerp van iedereen aan tafel: daten. Zie je een zwijmelend, giechelend gesprek voor je? Dan heb je het mis. Het is meer een soort wedstrijdje horrorverhalen vertellen. Want dat daten, dat is geen pretje.
Vreemd eigenlijk, want in theorie is het iets heerlijks om te flirten en de potentie te voelen van een romantische connectie. Je kijkt elkaar diep in de ogen, lacht om elkaars verhalen en leert elkaar kennen terwijl je een kriebelende spanning in je buik voelt. Nu moet ik zeggen: dat gedeelte gaat het vaakst goed. Veel mensen zijn leuk op dates. Het is vooral ná de datefase waar het misgaat. Ineens blijken mensen toch niet klaar te zijn voor een relatie, een ex-partner nog niet verwerkt te hebben, of alleen open te staan voor seks. Helaas worden al die zaken zelden vóór de eerste date verteld. Nee, deze zielenzuigers wachten rustig af tot je een klein vlindertje voelt, om vervolgens die vlinder bloederig tot moes te slaan.
Ondanks dat ik me dooderger, fascineert het me ook dat zoveel mensen het ineens Spaans benauwd lijken te krijgen zodra er ook maar een hintje van exclusiviteit bij komt kijken. Is dat iets nieuws? En waar komt het vandaan? Als je sociale media moet geloven, lijdt inmiddels ongeveer de helft van de Nederlandse bevolking aan ‘bindingsangst’. Na iedere mislukte situationship volgt dezelfde diagnose. Hij appte niet meer terug? Bindingsangst. Zij wilde geen label? Bindingsangst. Hij zei na drie maanden dat hij ‘nog aan zichzelf wilde werken’? U raadt het al.
Psychologen worden daar een beetje moe van. Een vermijdende hechtingsstijl – waar bindingsangst vaak onder wordt geschaard – bestaat wel degelijk, maar lang niet iedereen die een relatie afhoudt heeft ook echt een psychologisch hechtingsprobleem. In een recente aflevering van de podcast Steeds meer Singles wordt geschat dat slechts ongeveer één op de vijf mensen daadwerkelijk een sterk vermijdende hechtingsstijl heeft. De rest is vaak simpelweg niet verliefd genoeg, emotioneel niet beschikbaar of zit in een levensfase waarin een relatie niet bovenaan de prioriteitenlijst staat.
Toch voelt het alsof het probleem groter is geworden. Dat is misschien ook zo, maar niet per sé omdat we collectief banger zijn geworden voor liefde. We zijn vooral kritischer geworden over wíé we toelaten. De gemiddelde twintiger of dertiger trouwt jaren later dan onze ouders. Vrouwen zijn financieel onafhankelijker dan ooit, scheiden minder snel uit economische noodzaak en ervaren veel minder sociale druk om vóór hun dertigste een partner te vinden. Dat is vooruitgang. Alleen heeft vrijheid een vervelende bijwerking: als je altijd nóg een keuze hebt, voelt definitief kiezen ineens als het opgeven van alle andere mogelijkheden.
Daar komt de datingapp nog eens bovenop. Iedere keer dat een gesprek stroef verloopt, hoef je niet meer te investeren; je hoeft alleen maar naar links of rechts te swipen. Niet omdat mensen oppervlakkiger zijn geworden, maar omdat de architectuur van dating ons voortdurend het gevoel geeft dat er misschien nét iemand leuker achter de volgende profielfoto zit. De paradox van keuze is al vaker beschreven: meer opties leiden niet automatisch tot betere beslissingen, maar vaak juist tot meer twijfel.
Wat mij heel erg verbaasde is dat onderzoekers nauwelijks grote verschillen zien tussen mannen en vrouwen als het gaat om vermijdende hechting. Beide partijen saboteren de boel. Mannen trekken zich alleen gemiddeld iets vaker emotioneel terug, terwijl vrouwen gemiddeld iets hoger scoren op verlatingsangst. Dat maakt daten eigenlijk bijna komisch voorspelbaar: de één rent achter de relatie aan, de ander rent ervan weg. Misschien zit Cupido ook aan de cocktails tegenwoordig.
Dan is er nog de vraag die iedere single zichzelf vroeg of laat stelt: zijn mensen misschien gewoon klaar met monogamie? Dat lijkt minder waarschijnlijk dan het internet doet vermoeden. Onderzoek laat juist zien dat mensen met een vermijdende hechtingsstijl weliswaar iets positiever staan tegenover niet-monogame relatievormen, maar uiteindelijk óók meestal in monogame relaties belanden (hoewel dat ook kan komen doordat mensen graag conformeren aan de norm).
Goed, op relatievlak botert het dus niet zo, maar naar mijn idee zet die trend zich niet door in alle relaties. Vriendschappen houden vaak met gemak stand. Maar waarom lukt het ons wel om vriendschappen van twintig jaar te onderhouden, maar raken romantische relaties steeds vaker al buiten adem voordat ze goed en wel begonnen zijn? Daarvoor kon ik geen duidelijk bewijs vinden. Mijn eigen theorie: misschien omdat vriendschap tegenwoordig onvoorwaardelijk mag zijn, terwijl liefde een sollicitatieprocedure is geworden. Een partner moet tegelijkertijd beste vriend, therapeut, huisgenoot, reismaatje, sekspartner, sparringpartner, co-ouder en persoonlijke groeicoach zijn. We zoeken niet meer iemand met wie we gelukkig kunnen worden; we zoeken iemand die al onze gelukscategorieën tegelijk afvinkt. Geen wonder dat zoveel mensen afhaken zodra de eerste imperfectie zich aandient.
Ik vermoed dat daten zolang sociale media en onrealistische standaarden blijven bestaan, lastig zal blijven. Maar misschien is dat niet het einde van de wereld. Zolang je vrienden hebt, heb je vaak al alle categorieën waar een partner aan moet voldoen binnen handbereik (behalve het seksgedeelte, waarschijnlijk). Alleen dan verspreid over verschillende personen. Dus mocht je weer zo’n zielenzuiger tegenkomen, bedenk je dan dat je voorouders waarschijnlijk jaloers zijn op jouw positie. Jij hebt tenminste lekker de keuze en vrijheid. Beter vijftig dode vlinders die je kunt nabespreken met een cocktail, dan levenslang met een partner die je ongelukkig maakt.