Ik ben wie ik denk dat jij denkt dat ik ben
Door: Luuke Raaijmakers
Eén van mijn grootste fascinaties als het om mensen gaat, zijn alter ego’s. Je drinkt een paar glaasjes alcohol en hup: daar is-ie dan. Een nieuwe persoonlijkheid. Overigens is daar niet per se alcohol voor nodig; alter ego’s kunnen onder allerlei omstandigheden tevoorschijn komen. Op een nieuwe baan, tijdens een avontuurlijke survivaltocht, op een feestje, in een nieuwe vriendengroep of op vakantie: zet een mens in een nieuwe omgeving en een alter ego kan geboren worden. Je bent socialer, zelfverzekerder, mysterieuzer, alternatiever of grappiger. Wat jij ook maar denkt nodig te hebben om te overleven. Letterlijk betekent alter ego ‘andere ik’ of ’tweede ik’, wat een goede omschrijving is. Je bent nog dezelfde persoon, maar er treedt een nieuw onderdeel van je ‘ik’ naar de voorgrond.
De meeste mensen hebben wel zo’n alter ego, vaak per ongeluk. Maar mij fascineren vooral mensen die hun alter ego bewust inzetten. Zo weet ik dat uitgever en auteur (en iconisch mens) Sladjana Labović tijdens sociale evenementen haar alter ego Stella inzet. Zo vertelde Sladjana in de podcast Kroegpraat dat Stella socialer, grappiger en knapper is, en van aandacht houdt. Hoewel Sladjana zichzelf beschrijft als introvert, heeft Stella nooit last van sociale overprikkeling. Het grappige is: dit werkt dus echt. Als jij gelooft dat je tijdelijk andere eigenschappen hebt, heb je die ook. Ik ken bijvoorbeeld vrienden die tijdens een sollicitatie een alter ego aan het stuur zetten dat enorm charismatisch is en bakken werkervaring heeft. Niet dat ze dan gaan liegen over hun kwaliteiten, maar ze lenen even wat zelfvertrouwen.
Nou ja, zoals ik al zei: fascinerend. Maar door te lang na te denken over dit fenomeen belandde ik laatst in een soort filosofische spiraal, waar ik jullie nu in mee ga trekken (sorry). Wanneer zo’n alter ego het overneemt van je ‘normale’ zelf, ben je natuurlijk niet écht iemand anders. Wanneer Sladjana Stella is, is ze nog steeds Sladjana. Maar als iemand zowel Sladjana als Stella kan zijn, hoe weet je dan nog wie je bent? Wanneer zulke tegenstrijdige facetten allemaal je ‘ik’ vormen, kun je dan ooit met zekerheid weten wie je bent als persoon?
Sowieso is ‘wie ben ik?’ misschien wel de grootste vraag van ons leven. Als kind is dat nog makkelijk: je bent Bas, je houdt van dinosauriërs, je hobby is voetbal, je lievelingskleur is blauw en je hebt een broertje. Punt. En dat is dan vaak een vrij adequate samenvatting. Maar hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het wordt om te beschrijven wie je bent. Misschien stoppen we daarom vanaf een bepaalde leeftijd ook met vriendenboekjes: we hebben geen zin in de interne crisis die de vraag ‘wie is je beste vriend?’ oproept. Door de jaren heen ontwikkelt je persoonlijkheid zich, totdat er zoveel losse draadjes bij het geheel horen dat het lastig wordt om vast te stellen wat nou de kern van dat kleed is.
Hoewel filosofische vraagstukken best irritant zijn omdat er eigenlijk geen antwoord op bestaat, vind ik het juist daarom heel leuk om erover te kletsen. Dan kan ook niemand de discussie winnen. Laatst had ik hier een gesprek over met de uitgever van Opzij, die daar ook van houdt. Hij zei toen iets heel interessants (en won dus – vond ik – toch een beetje de discussie): ‘Je bent wat andere mensen denken dat je bent.’ In eerste instantie voelde ik daar weerstand bij. Want als iemand je een kutwijf zou vinden, dan bén je dat toch niet direct? Daar was hij het mee eens. ‘Maar’, zei hij, ‘als veel mensen in je omgeving je een kutwijf vinden, dan moet je er ernstig rekening mee houden dat je dat misschien wel bent’. Met andere woorden: misschien is de vraag ‘wie ben ik?’ helemaal niet aan jouzelf om te beantwoorden, en ben je een soort fluïde blobje dat openstaat voor interpretatie. Je identiteit bestaat uit de reflectie van jezelf die je ziet in de gedachten van anderen. Ik ben dus bang dat hier wat in zit.
De uitgever van Opzij was trouwens niet de eerste die die gedachte had – zo gaat dat vaak met filosofie. Dit blijkt een vrij bekende quote te zijn van Charles Horton Cooley. Hij noemde dat de ‘looking-glass self’. Zet je schrap, daar komt-ie: I am not what I think I am, and I am not what you think I am, I am what I think you think I am. Ga daar maar eens op kauwen.
Stom. Ingedeeld worden in een hokje – via je sterrenbeeld, labels, geaardheid, persoonlijkheidstype of introvert/extravert – leek me juist zo lekker rustig. Maar hoe langer ik erover nadacht, hoe meer rust dat fluïde blobje eigenlijk geeft. Je kunt nog alles zijn! Je kunt in principe iedere dag een ander alter ego aan het stuur zetten, alsof je per situatie een avatar uitkiest. Dat maakt het leven eindeloos veel interessanter.
Dus mocht je nog op vakantie gaan, bedenk dan eens welk alter ego je wilt inzetten. Rustige Rita, die op het strand gaat liggen met een boekje? Flirty Fleur? Avontuurlijke Anja? De keuze is reuze, dus doe er je voordeel mee.