Stop met bang zijn voor de femme fatale
Door: Luuke Raaijmakers
De zomer is een fascinerend sociaal experiment. Zodra de temperatuur boven de 25 graden uitkomt, verandert Nederland in één grote catwalk. Mensen laten weer huid zien, zonnebrillen verschijnen uit hun winterslaap en op ieder terras loopt minstens één vrouw voorbij waarvan je onmiddellijk denkt: Ach natuurlijk. Zij bestaat ook nog.
Je kent haar wel. Ze draagt een rode jurk die precies genoeg wappert in de wind, loopt alsof ze auditie doet voor een Italiaanse parfumreclame en lijkt zich totaal niet bewust van het feit dat iedereen naar haar kijkt. Mannen draaien hun hoofd om. Vrouwen vaak ook. Sommigen bewonderend. Sommigen licht geïrriteerd. Sommigen beginnen spontaan hun eigen outfit te evalueren. En ergens diep vanbinnen verschijnt dat irritante stemmetje: Waarom ziet zij eruit alsof ze haar leven op orde heeft? En waarom is ze zo verleidelijk?
We hebben een naam voor dit soort vrouwen. De femme fatale. Letterlijk: de noodlottige vrouw. En dat is eigenlijk een buitengewoon vreemde naam. Want wanneer hebben we ooit besloten dat een aantrekkelijke, zelfverzekerde vrouw automatisch een natuurverschijnsel is waar waarschuwingsborden omheen moeten worden geplaatst?
Dat idee blijkt oud te zijn. Heel oud. Sterker nog: sommige cultuurhistorici beginnen het verhaal al in de Hof van Eden. Niet bij Adam (natuurlijk), maar bij Eva. Adam krijgt weinig schuld voor het zelfstandig kiezen voor het eten van de verboden vrucht. Nee, Eva wordt degene die de man verleidt tot zijn ondergang. Alsof de grootste tragedie uit de menselijke geschiedenis niet ongehoorzaamheid was, maar vrouwelijke nieuwsgierigheid. De boodschap is duidelijk: pas op voor vrouwen die iets willen weten. Of erger nog: vrouwen die zélf keuzes maken.
Ook in de Griekse mythologie lopen ze rond. Medusa bijvoorbeeld. Tegenwoordig kennen we haar vooral als monster met een kapsel waar iedere kapper spontaan ontslag van zou nemen. Maar in latere versies van de mythe was het niet eens haar monsterlijke uiterlijk dat mannen versteende. Het was haar schoonheid. Blijkbaar was een mooie vrouw al voldoende om levensgevaarlijk te zijn.
En sindsdien zijn we het eigenlijk nooit meer verleerd. In de negentiende eeuw, toen vrouwen voorzichtig begonnen te eisen dat ze onderwijs wilden, bezit mochten hebben en misschien zelfs een eigen inkomen wilden verdienen – krankzinnige ideeën, uiteraard – ontstond ineens een golf aan verhalen over mysterieuze vrouwen die mannen financieel, emotioneel of letterlijk de dood in lokten. Dat was geen toeval. Historici wijzen erop dat zulke verhalen vaak opbloeien in tijden waarin traditionele machtsverhoudingen beginnen te schuiven. De femme fatale was minder een beschrijving van vrouwen dan een verbeelding van maatschappelijke angst.
Dat zie je later opnieuw terug in de beroemde film noirs uit de jaren veertig en vijftig. Denk aan vrouwen in glimmende avondjurken, rode lippen, hoge hakken en met een sigaret elegant tussen twee vingers geklemd. Ze waren verleidelijk, slim, onafhankelijk en hadden bovendien de onhebbelijke gewoonte om mannen niet altijd gehoorzaam achterna te lopen. Dat liep zelden goed af. Aan het einde van de film was de kans groot dat ze doodging, werd gearresteerd of op een andere manier werd ‘gestraft’. Hollywood hield wel van een onafhankelijke vrouw, zolang ze uiteindelijk maar weer netjes werd opgeborgen.
Toch is het interessant dat juist veel vrouwelijke kijkers dol waren op deze personages. Waar sommige filmcritici alleen manipulatie zagen, zagen vrouwen iets heel anders: vrijheid. Eindelijk verscheen er eens een vrouw op het scherm die niet uitsluitend bestond om lief, braaf en beschikbaar te zijn. Ze had ambitie. Ze nam ruimte in. Ze maakte fouten. Ze flirtte. Ze koos. En misschien nog wel het belangrijkste: ze leek zich totaal niet druk te maken over de vraag of iedereen haar wel aardig vond.
Dat is precies waarom de femme fatale ook binnen het feminisme een ingewikkelde reputatie kreeg. Vooral tijdens de tweede feministische golf werd ze vaak bekritiseerd als een seksistisch stereotype. Ze zou vrouwen reduceren tot een seksobject, gecreëerd voor de mannelijke blik. En daar zit absoluut iets in. Hollywood heeft vrouwelijke seksualiteit vaak gebruikt als decorstuk voor mannelijke fantasieën.
Maar daarmee is niet het hele verhaal verteld. Want misschien kijken vrouwen helemaal niet uitsluitend met de blik van mannen naar zulke personages. Misschien kijken ze ook met hun eigen verlangens. Niet omdat ze per se zo sexy willen zijn, maar omdat ze verlangen naar wat die vrouw lijkt te bezitten: vrijheid. Zelfvertrouwen. Onafhankelijkheid. Het lef om een ruimte binnen te lopen zonder eerst toestemming te vragen.
Ergens is dat waarschijnlijk ook waarom die vrouw op het terras ons soms zo irriteert. Niet omdat zij iets verkeerd doet, maar omdat ze ons confronteert met iets wat we zelf óók graag zouden willen voelen. Misschien is de femme fatale helemaal geen roofdier. Misschien is ze gewoon een vrouw die weigert kleiner te worden zodat anderen zich groter kunnen voelen. En als dat gevaarlijk voelt, zegt dat misschien minder over haar dan over de verhalen die we al duizenden jaren over zelfverzekerde vrouwen vertellen.