Waarom veroorzaakt een man in een jurk nog steeds zoveel paniek?

Door: Luuke Raaijmakers

Harry Styles poseert op de cover van Vogue in een jurk. Timothée Chalamet verschijnt op de rode loper in een rugloze jumpsuit. Damiano David van Måneskin draagt parelkettingen, make-up en kanten blouses. En onder een recente Instagram-post van Nina Pierson reageren honderden vrouwen gezellig eensgezind: geef ons maar een man die niet bang is voor zijn vrouwelijke kant. Vrouwen vinden die nagellak of een parelketting op zichzelf niet per sé aantrekkelijk, maar wel de zelfverzekerde uitstraling waar het symbool voor staat. Ze lijken zich niet voortdurend te hoeven bewijzen. Ze voelen veilig.

Tegelijkertijd hoeft er maar een filmpje van een jongetje in een Elsa-jurk op sociale media te verschijnen of de paniek breekt uit. Laat jongens weer jongens zijn. Dit is genderideologie. Straks weet hij niet meer wie hij is. Opmerkelijk eigenlijk. Want als er één ding is dat de geschiedenis laat zien, is het dat kledingregels ongeveer net zo stabiel zijn als de Nederlandse zomer. Een paar eeuwen geleden had vrijwel niemand zelfs begrepen waar de ophef eigenlijk over ging.

Loop een aristocratisch paleis binnen in de achttiende eeuw en je zou de toekomstige koning waarschijnlijk aantreffen… in een jurk. Niet omdat zijn ouders hem als meisje opvoedden, maar omdat álle jonge kinderen jurken droegen. Prinsen. Hertogen. Koningszonen. Pas rond hun vierde tot zevende verjaardag kregen jongens hun eerste broek aangemeten, een belangrijk overgangsritueel dat zelfs een eigen naam had: breeching. Tot die tijd waren jurken simpelweg kinderkleding. Praktisch bovendien: ze boden meer bewegingsvrijheid, maakten verschonen gemakkelijker en groeiden langer mee met het kind.

Dat had alles te maken met een veel grotere culturele verandering. In de middeleeuwen bestond het idee van “de kindertijd” nauwelijks. Kinderen werden gezien als kleine volwassenen. Ze droegen miniatuurversies van volwassen kleding en gingen al vroeg aan het werk. Pas vanaf de zeventiende en achttiende eeuw veranderde dat beeld. Filosofen en pedagogen begonnen kinderen te zien als kwetsbare, onschuldige wezens die beschermd moesten worden. Ineens ontstond er een aparte levensfase: de kindertijd. En daar hoorde ook een eigen garderobe bij. Niet mannelijk. Niet vrouwelijk. Gewoon… kind.

Zelfs onze heilige kleurcodes blijken een recent fenomeen. Begin twintigste eeuw werd roze juist regelmatig aanbevolen voor jongens, omdat het een lichte variant van krachtig rood was. Blauw werd geassocieerd met de maagd Maria en gold daarom eerder als meisjeskleur. Pas na de Tweede Wereldoorlog draaiden fabrikanten en marketeers die symboliek definitief om. Wat wij nu als vanzelfsprekend ervaren, is vooral een gewoonte die lang genoeg heeft standgehouden.

Maar als kleding zo veranderlijk is, waarom roept een man in een jurk dan nog steeds zoveel emoties op? Volgens mij omdat deze discussie helemaal niet over kleding gaat. Eeuwenlang werden vrouwelijkheid en kind-zijn vaak aan elkaar gekoppeld. Beiden golden als ‘kwetsbaar, afhankelijk en niet volledig zelfstandig’ (kots). Een jongen kreeg pas een broek wanneer hij geacht werd die afhankelijke fase achter zich te laten en de wereld van de mannen binnen te treden. De broek was dus niet zomaar een kledingstuk; hij symboliseerde status, macht en volwassenheid. De jurk stond daar onbedoeld tegenover.

Vermoedelijk dragen we dat idee nog steeds ergens met ons mee. Dat zou verklaren waarom we een vrouw in een pak krachtig vinden. Waarom een meisje dat voetbalt “stoer” wordt genoemd. Waarom vrouwen zich probleemloos eigenschappen mogen toe-eigenen die we ooit als mannelijk zagen.

Maar draai de richting om en de sfeer verandert onmiddellijk. Een jongen man een rok, een man met nagellak, en een vader die zijn zoon een prinsessenjurk laat dragen worden allemaal met minacht ontvangen.  Ineens gaat het niet meer over smaak, maar over identiteit. Alsof vrouwelijkheid iets is waar een jongen tegen beschermd moet worden.

Goed geklede mannen zoals Harry Styles zijn eigenlijk een uithangbord van deze discussie. Voor de één zijn ze het bewijs dat de wereld doorslaat. Voor de ander juist dat mannelijkheid eindelijk niet meer zo breekbaar hoeft te zijn. Dat je een parelketting kunt dragen zonder iets van je mannelijkheid te verliezen. Dat zachtheid geen zwakte is. Dat elegantie geen bedreiging vormt. De centrale vraag is daarom ook: vinden we vrouwelijkheid evenveel waard als mannelijkheid?

Want pas als een jongen zonder ophef een jurk kan aantrekken – niet omdat hij daarmee een statement maakt, maar omdat het simpelweg een kledingstuk is – zijn we misschien echt gestopt met doen alsof vrouwelijkheid iets is waar mannen koste wat kost vandaan moeten blijven.