Het is best chic om on-chic te zijn

Door: Luuke Raaijmakers

Het is kinda chic om boeken te lezen. Het is kinda chic om je telefoon niet mee te nemen naar het toilet. Het is kinda chic om dezelfde outfit twee keer te dragen. Om alleen naar de bioscoop te gaan. Om quiche te bakken. Om een bosje bloemen te kopen. Om níét naar een festival te gaan. Om wél naar een festival te gaan. Om je vriend te bellen. Om het uit te maken met je vriend. Je kunt het zo gek niet bedenken, of iemand heeft inmiddels op TikTok of Instagram vastgesteld dat het kinda chic is.

De trend ontstond dit voorjaar en verspreidde zich razendsnel. Inmiddels zijn er tienduizenden posts onder de hashtag en steeg het aantal Google-zoekopdrachten naar ‘kinda chic’ met duizenden procenten. Zelfs Reese Witherspoon, Drew Barrymore en merken als Boots en Virgin Atlantic deden mee.

En daarmee gebeurde wat online vrijwel altijd gebeurt: iets wat leuk was omdat het een beetje eigenaardig voelde, werd door massale herhaling het tegenovergestelde. Als álles chic is, betekent chic niets meer. Dat is misschien wel een perfecte metafoor voor het internet anno 2026. We worden aangemoedigd om een niche te hebben, terwijl miljoenen mensen dezelfde niches najagen. We willen uniek zijn via dezelfde pastelgele letters, dezelfde fotocarrousels, dezelfde ‘five things I would never…’-video’s en dezelfde filmpjes waarin iemand quasi-nonchalant uit een notitieboekje voorleest. De video-essayist Charlie Chats noemt dit treffend entry-level easy content: formats die zo eenvoudig reproduceerbaar zijn dat iedereen eraan kan deelnemen. En precies daarom zijn ze aantrekkelijk voor algoritmes.

Dat laatste is niet alleen cultuurkritiek. Onderzoek naar aanbevelingssystemen waarschuwt al langer voor homogenisering: wanneer systemen leren van eerder aanbevolen en goed presterende content, kunnen feedbackloops ontstaan waardoor vergelijkbare content opnieuw wordt bevoordeeld. Onderzoek naar TikTok beschrijft bovendien hoe de combinatie van trends, remixfuncties en algoritmische aanbevelingen culturele snelheid en participatie stimuleert, maar óók creatieve homogenisering kan veroorzaken. Kortom: wij beïnvloeden het algoritme, maar het algoritme beïnvloedt inmiddels ook wat wij überhaupt bedenken.

En toen las ik Susan Sontag. In 1964 schreef zij haar beroemde essay Notes on “Camp”. Camp is overdreven, theatraal, absurd en vaak nét mislukt. Het interessante is dat echte camp volgens Sontag dikwijls ontstaat wanneer iemand juist bloedserieus iets groots probeert te maken. De ambitie is gigantisch, de uitvoering schiet nét ergens langs het doel en precies daardoor ontstaat iets fantastisch. Daartegenover zet Sontag iets opvallends. Zonder passie, schrijft ze, ontstaat pseudo-camp: iets wat slechts decoratief en veilig is. Of, zo schreef ze, in één woord: chic. Au.

Want misschien is dát wat er online verloren dreigt te gaan: het risico om ontzettend je best te doen en daardoor een beetje voor lul te staan. We leven in een tijd waarin ‘cringe’ bijna een moreel oordeel is geworden. Wie zichtbaar probeert, kan falen. Wie een bestaand format kopieert, loopt veel minder gevaar. Zoals Charlie Chats in haar video opmerkt: als iedereen dezelfde content maakt, hoef je nauwelijks bang te zijn dat jíj degene bent die raar wordt gevonden.

Maar zonder cringe geen camp. En zonder mislukking weinig vernieuwing. Ik denk dat we daarom minder moeten proberen om chic te zijn. Maak een slechte film met veel te veel ambitie. Draag een afschuwelijke jurk waarvan jij overtuigd bent dat hij fantastisch is. Schrijf een verhaal dat misschien mislukt. Maak iets waarvoor nog geen TikTok-template bestaat.

Sontag omschreef camp uiteindelijk als een vorm van liefde voor de menselijke natuur: genieten van onze kleine triomfen en ongemakkelijke intensiteiten. En in een wereld waarin machines steeds beter worden in het reproduceren van wat al werkt, is dat misschien precies onze taak: niet perfect reproduceren, maar proberen. Uitglijden. Overdrijven. Mislukken. Iets maken wat niemand besteld heeft. Best chic eigenlijk.