Waarom was Dolly Parton zo universeel geliefd?

Door: Luuke Raaijmakers

Er bestaan maar weinig mensen bij wie links, rechts, feministen, conservatieve countryfans, dragqueens én je moeder het erover eens zijn dat ze fantastisch zijn. Dolly Parton was zo iemand. Toen ze dinsdag op 80-jarige leeftijd overleed, kwamen de eerbetonen dan ook uit alle hoeken. Van Nashville tot Hollywood werd gerouwd om een vrouw die blijkbaar iets vrijwel onmogelijks had gepresteerd: beroemd worden zonder dat de helft van de wereld een hekel aan je kreeg.

Dat is des te opvallender omdat Dolly bepaald niet probeerde onopvallend te blijven. Ze had haar haar tot dichter bij God getoupeerd, droeg genoeg strass om vanaf de maan zichtbaar te zijn en maakte voortdurend grappen over haar borsten. Haar uiterlijk was gebaseerd op een vrouw uit haar geboortedorp die door volwassenen als ‘trash’ werd gezien: strak, blond, zwaar opgemaakt. Kleine Dolly dacht juist: prachtig, dát wil ik later worden.

Daar zit denk ik de eerste verklaring voor haar aantrekkingskracht. Dolly begreep precies hoe mensen naar haar keken, maar weigerde hun oordeel belangrijker te maken dan haar eigen smaak. Toen countrygrootheid Chet Atkins haar adviseerde haar uiterlijk af te zwakken omdat mensen haar anders niet serieus zouden nemen, deed ze ongeveer het tegenovergestelde. Ze vertrouwde erop dat haar werk uiteindelijk goed genoeg zou zijn om door de pruiken en kunstwimpers heen gezien te worden. In een interview zei ze daarover dat ze er misschien totaal kunstmatig uitzag, maar als schrijver, professional en mens volkomen echt was.

Dat vind ik behoorlijk feministisch. Niet omdat iedere vrouw nu onmiddellijk een push-upbeha en zes centimeter acrylnagels moet aanschaffen, maar omdat Dolly een keuze maakte die vrouwen nog steeds weinig gegund wordt: ze weigerde haar intelligentie te bewijzen door haar vrouwelijkheid af te zwakken. Ze hoefde er niet ‘serieus’ uit te zien om serieus genomen te mogen worden.

Zelf had ze trouwens weinig met het etiket feminist. Ze vond zulke labels al snel polariserend, maar was wél voor gelijke beloning en zei uiteindelijk dat ze zichzelf feminist kon noemen als feminisme betekende dat vrouwen alles moeten kunnen doen wat ze willen. Ondertussen schreef ze met 9 to 5 een anthem over seksisme en uitbuiting op de werkvloer en weigerde ze de manager van Elvis Presley de helft van de publicatierechten op I Will Always Love You te geven. Dat laatste leverde haar jaren later, dankzij Whitney Houston, een fortuin op.

Misschien was dat ook waarom mensen met totaal verschillende wereldbeelden zichzelf in haar konden herkennen. Dolly vermeed partijpolitiek bewust omdat ze fans aan beide kanten van het politieke spectrum had. Maar waardevrij was ze absoluut niet. Ze sprak zich uit voor lhbti+-rechten en Black Lives Matter, doneerde een miljoen dollar aan onderzoek dat bijdroeg aan het Moderna-vaccin en haar Imagination Library deelde inmiddels honderden miljoenen gratis kinderboeken uit. Ze preekte alleen zelden over haar goedheid. Ze dééd.

Dat is volgens mij wat we van Dolly kunnen leren. Tegenwoordig lijkt authenticiteit soms te betekenen dat je iedere mening ongefilterd de wereld in moet slingeren en ‘schijt hebben’ dat je het recht hebt iedereen die het met je oneens is af te schrijven. Dolly had ook schijt. Aan smaakregels, schoonheidsnormen, mannen die haar onderschatten en mensen die vonden dat ze zichzelf kleiner moest maken. Maar haar brutaliteit ging samen met warmte. Ze hoefde een ander niet kleiner te maken om zelf ruimte in te nemen.

Dát was mede haar echte talent. Dolly Parton bewees dat compromisloos jezelf zijn en vriendelijk blijven geen tegenpolen zijn. Je kunt luid zijn zonder anderen te overschreeuwen. Je kunt jezelf bloedserieus nemen en voortdurend om jezelf lachen. En blijkbaar kun je zelfs de wereld verbinden met een blonde pruik van dertig centimeter hoog.