AI-slop is misschien een hoopvol begin

Door: Luuke Raaijmakers

Niet al te lang geleden was het nog zo dat ik bij een foto van een hond met het lichaam van een garnaal nog dacht: wat grappig (ik weet het, ik ben er ook niet trots op). Inmiddels zie ik een hond met het lichaam van een garnaal en denk ik vooral: flikker op.

Welkom in het tijdperk van slop. Merriam-Webster riep ‘slop’ zelfs uit tot woord van het jaar 2025 en definieert het als digitale content van lage kwaliteit die doorgaans massaal met AI wordt geproduceerd. Denk aan Facebookplaatjes van Jezus gemaakt van brood, eindeloze AI-filmpjes van pratende baby’s, artikelen die beginnen met “In het huidige snel veranderende landschap…” en video’s waarin mensen plotseling zeven vingers blijken te hebben.

En het wordt veel. Héél veel. Pew Research Center onderzocht bijna een half miljoen Engelstalige webpagina’s. In juli 2026 vertoonde ongeveer 10 procent van het totale internet duidelijke tekenen van AI-auteurschap. Kijk je alleen naar pagina’s die sinds de lancering van ChatGPT zijn gepubliceerd, dan is dat inmiddels meer dan een derde. Je zou daarvan behoorlijk depressief kunnen worden. Maar ik heb een theorie: misschien is AI-slop juist het begin van iets goeds.

Want er gebeurt iets interessants wanneer iets oneindig makkelijk te produceren wordt: het verliest zijn waarde. Een van de video-essays over slop omschrijft precies die paradox. Generatieve AI beloofde dat iedereen moeiteloos alles kon maken. Maar zodra iedereen met één prompt een gelikte afbeelding, liedje of tekst kan produceren, wordt het resultaat juist minder bijzonder. Schaarste verschuift. Niet het perfecte plaatje wordt zeldzaam, maar de menselijke inspanning erachter. Onderzoek lijkt dat gevoel te bevestigen. Mensen kunnen AI-kunst esthetisch best mooi vinden: in één experiment prefereerden deelnemers AI-beelden zelfs boven menselijke kunst. Maar zodra we moeten bepalen hoeveel iets waard is, verandert het verhaal. Onderzoek uit 2026 vond dat mensen AI-kunst economisch lager waarderen, vooral omdat ze denken dat er minder menselijke inspanning in zit. Vertel proefpersonen dat een mens uitgebreid heeft bijgestuurd, geselecteerd en verfijnd, en die waardering stijgt weer.

Blijkbaar kijken we dus niet alleen naar het eindproduct. We willen weten dat iemand ergens voor heeft zitten vloeken. Eigenlijk wisten we dat allang, trouwens. Onderzoek naar het zogenaamde handmade effect laat zien dat mensen handgemaakte producten aantrekkelijker vinden omdat ze het gevoel hebben dat daarin iets van de maker zit. Onderzoekers noemen het zelfs symbolisch ‘liefde’.

AI zou dat effect gigantisch kunnen versterken. Een perfect geschreven tekst? Verdacht. Een foutloos gezicht? Saai. Een prachtig liedje? Leuk, maar wie speelde het? Misschien worden een krakende stem, een scheve penseelstreek, een mislukte grap, een dialect, een type-fout of vingers die gitaarsnaren laten piepen straks juist kwaliteitskenmerken. Sociologen voorspellen daarom dat ‘unsimulated humanity’ een luxeproduct wordt: juist omdat machines massaal het generieke kunnen produceren, stijgt de waarde van werk waarin menselijke keuzes, risico en moeite zichtbaar zijn.

Die voorkeur zie je zelfs in de journalistiek. In internationaal onderzoek van het Reuters Institute voelde slechts 12 procent zich comfortabel bij nieuws dat volledig door AI was gemaakt. Bij volledig menselijke journalistiek was dat 62 procent. Voor AI als hulpmiddel bij spelling of vertaling bestaat veel meer enthousiasme.

Daar ligt in de ideale wereld hopelijk dus de toekomst: niet mens óf machine, maar machines voor het saaie werk en mensen voor datgene waarvoor mens-zijn daadwerkelijk iets toevoegt. De stortvloed aan AI-slop is dan geen eindpunt, maar een overdosis. We hebben de machine gevraagd alles te maken wat wij kunnen maken – sneller, goedkoper en perfecter – en ontdekken daardoor misschien voor het eerst wat we eigenlijk níét willen uitbesteden. Want als perfectie straks gratis en oneindig beschikbaar is, wordt imperfectie schaars. En ik hoop (en denk) dat menselijkheid daardoor eindelijk weer kostbaar wordt.