De comeback van roken = rebellie tegen perfectie
Door: Luuke Raaijmakers
Er was een tijd waarin het ongeveer makkelijker was om op te noemen welke beroemdheden níét rookten. Audrey Hepburn deed het met een sigarettenpijpje, James Dean met een peuk nonchalant uit zijn mondhoek en Humphrey Bogart alsof ademen zonder tabak eigenlijk maar tijdverspilling was. Marlene Dietrich, Lauren Bacall, Rita Hayworth: allemaal werden ze ermee vereeuwigd. In de jaren dertig en veertig maakte zelfs twee derde van de grootste Hollywoodsterren reclame voor sigaretten.
De sigaret was namelijk niet zomaar een verslavend staafje tabak. Het was een accessoire. Bij James Dean betekende hij rebellie, bij Dietrich seksuele onafhankelijkheid, bij Bogart onverstoorbare mannelijkheid. Voor vrouwen werd roken in tijdschriften bovendien expliciet verbonden aan onafhankelijkheid, non-conformisme en macht. Een sigaret zei: ik heb lak aan de regels. Toen ontdekten we helaas dat hij ook zei: longkanker.
Vanaf de jaren zestig werd steeds onomstotelijker duidelijk hoe schadelijk roken was. Overheden beperkten reclame, verhoogden accijnzen en verboden roken op steeds meer plekken. De glanzende pakjes veranderden in kleine tentoonstellingen van menselijke ellende. Met succes. Volgens de WHO daalde het aantal tabaksgebruikers wereldwijd van 1,38 miljard in 2000 naar 1,2 miljard in 2024. Ook Nederland rookt steeds minder: in 2014 rookte nog 25,7 procent van de volwassenen, in 2025 was dat 17,8 procent.
En toch is de sigaret terug. Niet per se – nog niet – in de statistieken. Maar wel in onze beeldcultuur. Dua Lipa, Charli XCX, Kylie Jenner en Gracie Abrams worden rokend gefotografeerd. Op sociale media bestaan accounts die vrijwel uitsluitend foto’s van mooie rokende mensen verzamelen. In populaire Amerikaanse films nam het aantal tabaksmomenten tussen 2023 en 2024 zelfs met 43 procent toe.
Waarom willen we na decennia antirookcampagnes ineens weer zo graag naar mooie mensen met peuken kijken? De exacte reden is lastig te zeggen, zeker omdat er een hele invloedrijke industrie achter zit die veel sturingskracht heeft. Maar ik heb het idee dat er ook een andere verklaring is: we zijn moe van perfect zijn. De afgelopen jaren draaide de online esthetiek om optimalisatie. De clean girl stond om vijf uur op, dronk groen sap, deed pilates, slikte supplementen, smeerde twaalf serums op haar gezicht en had op mysterieuze wijze nooit een puist op haar kin, een kater of een ongewassen onderbroek op de badkamervloer liggen. Gezondheid werd niet alleen iets wat je nastreefde, maar bijna een morele deugd. Je moest slapen volgens je slaaptracker, eten voor je darmflora, wandelen voor je cortisol en ondertussen natuurlijk wel ontspannen.
Geen wonder dat de tegenreactie eruitziet alsof iemand na drie dagen Lowlands thuiskomt. De messy girl heeft uitgelopen eyeliner, warrig haar en een leren jas. Indie sleaze is terug. Brat maakte van ongeremdheid weer iets begeerlijks. En in dat plaatje past niets beter dan een sigaret. Een peuk is het perfecte middelvingertje naar de wellnessindustrie: ik weet dat dit slecht voor me is en ik doe het tóch.
Daar zit misschien ook iets donkerders onder. De Washington Post sprak jonge sociale rokers die de sigaret bijna als memento mori omschrijven: na een pandemie, klimaatcrisis, oorlogen en economische onzekerheid voelt jezelf tot je honderdste optimaliseren voor sommigen wellicht steeds absurdistischer. Als de wereld toch in brand staat, kun je er blijkbaar net zo goed eentje opsteken.
Maar ja, dat is nogal ironisch. Zelfs onze rebellie tegen perfectie is inmiddels een perfect gecureerde esthetiek geworden. De messy girl is niet écht messy: haar uitgelopen eyeliner is zorgvuldig aangebracht om uitgelopen te lijken. Haar blurry foto’s zijn geselecteerd uit 48 blurry foto’s. En haar achteloos vastgehouden sigaret belandt natuurlijk precies goed in de Instagram-dump.
We verlangen ergens helemaal niet naar nicotine. We verlangen naar iets wat de sigaret ooit symboliseerde: spontaniteit, gevaar, lak hebben aan zelfoptimalisatie. Naar het recht om een mens te zijn die af en toe onverstandige dingen doet. Alleen jammer dat we voor onze rebellie uitgerekend een product hebben afgestoft waarvan de industrie al honderd jaar weet hoe je menselijke onzekerheid in winst verandert. Zelfs onze middelvinger is blijkbaar te koop.